Ruimtes van absolute rust

Kunstenaar Tania Mouraud verbrandde in 1968 al haar schilderijen. Haar werk is nu veel persoonlijker, zo blijkt op een groot overzicht in Centre Pompidou Metz.

De tentoonstelling van Tania Mouraud in Metz, met links de muurschildering MDQRPV? (2015) en rechts De la Decoratiom a la decoration (France), 1994-1995.

Achter de beslagen autoruit glijdt een besneeuwd landschap voorbij. Minutenlang registreert de videocamera een bosrand langs de smalle landweg waar de auto overheen rijdt. Niets dan kale boomtakken en hier en daar zwarte aarde onder een dunne laag sneeuw, condensdruppels glijden langzaam langs de ruit naar beneden. De beelden, begeleid door de eenzame tonen van een klarinet, zijn traag en in zichzelf gekeerd. Dan staat de auto stil en richt de camera zich op het doel van de tocht: barakken, prikkeldraad, houten hekken en een fabrieksgebouw in de verte. Dit zijn beelden die diep geworteld zijn in de collectieve herinnering en onmiddellijk herkenbaar als de toegang tot een voormalig concentratiekamp.

Met Sightseeing (2002) is de Franse kunstenaar Tania Mouraud erin geslaagd een uiterst beladen onderwerp te verbeelden zonder dat het pathetisch wordt of theatraal. Het videowerk, gefilmd bij kamp Struthof in Natzwiller (Elzas), ontleent zijn kracht aan de terughoudende en zwijgzame manier waarop het onderwerp onder de aandacht wordt gebracht. Op haar overzicht in Centre Pompidou-Metz is te zien hoe het oeuvre van Mouraud (Parijs, 1942) sterk aan overtuigingskracht gewonnen heeft sinds ze besloot om haar emoties en herinneringen niet langer buiten de deur te houden maar haar kunst daar juist op te baseren. De sculpturen en installaties van Mouraud, generatiegenoot van Daniel Buren, hadden in de eerste decennia van haar kunstenaarschap een formeel karakter, maar in de afgelopen vijftien jaar speelt haar persoonlijke levensgeschiedenis de centrale rol.

De moeder van Mouraud was schrijfster en journaliste, de vader advocaat en kunstverzamelaar. Hij zat in de oorlog in het verzet en werd in 1945 in de Vercors, een berggebied bij Grenoble, vermoord. In 1959 verhuisde Mouraud, na drie jaar op een Engelse kostschool te hebben doorgebracht, naar Düsseldorf. Zij werkte er in verschillende fabrieken aan de lopende band en raakte er bevriend met Fluxus- en Zerokunstenaars. Op de kunstacademie woonde ze performances bij van Joseph Beuys en John Cage. De jaren in Düsseldorf waren haar artistieke opvoeding. Daar heeft ze zichzelf, buiten iedere kunstacademie of universiteit om, gevormd tot ‘wereldburger’, zoals ze zelf zegt. In 1965 verhuisde zij terug naar Parijs waar zij, na een aantal jaren te hebben geschilderd, in 1968 besloot om haar schilderijen te verbranden en opnieuw te beginnen aan een artistieke carrière.

„Ik heb er altijd van gedroomd om in het wit te leven”, zei Mouraud lang geleden in een interview, en dit was letterlijk bedoeld. In 1970 maakte zij haar eerste witte ruimte, die opnieuw is gebouwd in Metz. One More Night is een kamer die gevuld is met een piramidevormige trap waar bovenin een rechthoekige uitsparing is aangebracht waarin je kan liggen. Doordat de kamer volledig is bedekt met wit laminaat, is het moeilijk om de proporties van de ruimte waar te nemen. Een elektronische compositie van Eliane Radique creëert een constante frequentie van 200 Hz, zodat ook een akoestische oriëntatie moeilijk is. One More Night is een plek die de bezoeker fysiek en psychisch volkomen tot rust moet brengen. In de jaren zeventig ontwierp Mouraud een hele reeks van deze ‘Initiatiekamers’, die geïnspireerd zijn door haar jaarlijkse reizen naar India waar zij meditatieoefeningen doet. Het is moeilijk om in een museum die absolute rust te ervaren, de ruimte moet immers worden gedeeld met andere bezoekers.

Veel van Mourauds vroege werken zijn eerder een illustratie van een idee of een gedachte, dan dat ze daadwerkelijk een ervaring belichamen of verbeelden. Ook gaan de installaties en fotowerken op een nogal clichématige manier over thema’s die en vogue waren, zoals identiteit (in het fotowerk People call me Tania Mouraud) en feminisme (‘herstory’ versus ‘history’).

Dit verandert met de tekstwerken, waarvan de eerste NI is. In 1977 bracht Mouraud in Parijs op 54 billboards van vier bij drie meter het kernachtige woordje ‘NI’ aan, ‘noch’. De reusachtige zwarte grafische letters op een wit veld roepen overal het publiek in de stad op tot afwijzing, zonder te bepalen waarvan. Het was het begin van een intrigerend, plastisch spel met woorden, waarbij Mouraud grote tekstwerken en tekstfriezen maakte.

In Metz zijn Ici/Là (‘hier/daar’) en VU OU LU (‘gezien of gelezen’) uit 1989 te zien, wandreliëfs met grote zwarte tekens gemaakt in acrylverf op doek. Het zijn ‘negatieve’, uitgespaarde letters die wel als letters of woorden te herkennen zijn, maar niet leesbaar. Het meest monumentale werk is MDQRPV? (2015), een grafische, repetitieve muurschildering in zwart-wit van bijna twintig meter lang. De letters zijn de afkorting van de zin ‘Mais de quelle radiation parlez-vous alors que les papillons volent et les abeilles bourdonnent?’ (‘Maar over welke straling heeft u het terwijl de vlinders rondvliegen en de bijen zoemen?’), uitgesproken door een oude vrouw die de ramp bij Tsjernobyl heeft overleefd en daar illegaal is blijven wonen.

Mouraud heeft een klein lexicon samengesteld van woorden die de kern van haar kunstenaarschap vormen. Een van die woorden is ‘effroi’, angst. Ze vertelt in een interview hoe haar vroegste herinnering het geluid van de sirene is en de angst van de volwassene die haar in een deken in de armen neemt. Met haar witte ruimten heeft Mouraud geprobeerd een wereld te scheppen waar ze „in vrede zou kunnen sterven”. Nu, met het meest recente werk en vooral in de video- en fotowerken, is ze in staat om de angst in de ogen te kijken. In 2009 reisde Mouraud naar Iasi in Roemenië, in de voetsporen van haar familie die daar ooit leefde. In Iasi bevindt zich het grootste Joodse kerkhof, van gedeporteerde personen van wie de dode lichamen uit de trein zijn gegooid. De stenen die de lichamen markeren zijn diep weggezakt in het gras, zoals te zien is op Mourauds fotoserie Iasi (2010). Na lange jaren is zij teruggereisd naar de bron van haar kunstenaarschap en maakt zij indrukwekkende beelden van wat altijd onzichtbaar en onbenoembaar is gebleven.