Nul asielverzoeken bij loket in Ceuta

Bij de Spaanse exclaves Ceuta en Mellila kan asiel worden aangevraagd. Werkt dat?

Exclaves Spanje

Voor Spanje begonnen de vluchtelingenproblemen in 1995. Toen trad het Europese Schengenverdrag in werking. De nieuwe buitengrens van de Europese Unie lag opeens in Noord-Afrika: in Marokko liggen twee Spaanse landdelen, aan de Middellandse Zeekust. De zogenoemde exclaves Ceuta en Melilla.

Vanuit landen als Senegal, Mali, Kameroen, Guinee-Bissau en Syrië trokken vluchtelingen door Marokko naar de dichtstbijzijnde grensovergang met Europa. Zo’n 60 miljoen euro investeerde Spanje in het opwerpen van barrières tussen de exclaves en Marokko. Tussen Afrika en Europa staat inmiddels een dubbel hekwerk met prikkeldraad, van zes meter hoog.

Desondanks wisten zo’n dertigduizend vluchtelingen de afgelopen vijftien jaar in Ceuta en Melilla de grens over te steken. In Ceuta waren dat er vorig jaar nog zestienhonderd, in Melilla meer dan vijfduizend. Hoe hoog het hek ook werd, vluchtelingen bleken zich er niet door af te laten schrikken.

De Spaanse regering wilde af van het beeld van vluchtelingen die op de grens van Afrika en Europa bungelen aan hekken van prikkeldraad, of tegen een verdrinkingsdood in zee vechten. Een triest dieptepunt waren de vijftien doden die vorig jaar bij het strand van Tarajal vielen nadat ze door de politie opgejaagd waren en in zee verdronken. Er wordt nog altijd onderzoek verricht naar agenten die traangas en rubberkogels zouden hebben gebruikt om te voorkomen dat de vluchtelingen aan land zouden komen.

De regering van premier Mariano Rajoy heeft met het invoeren van nieuwe wetgeving een scheiding gemaakt tussen ‘grensbestormers’ en vluchtelingen die een asielaanvraag indienen. Een voet op Spaans grondgebied was altijd een garantie voor een asielaanvraag. Maar die regel, zo meent de regering, gaat niet langer op voor mensen die het land op illegale wijze zijn binnengekomen. In samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten zouden die weer teruggestuurd kunnen worden. Maar volgens internationale verdragen zouden dergelijke ‘hete uitzettingen’ verboden zijn.

Spanje heeft ter compensatie bij Ceuta en Melilla kantoortjes geopend waar officieel asiel kan worden aangevraagd. Dit moet vooral een oplossing bieden voor Syriërs, die in tegenstelling tot de Afrikaanse vluchtelingen, vaak wel een paspoort hebben en legaal in Marokko kunnen verblijven. Die hoeven nu niet meer een hek over te klimmen.

Helpt de Spaanse aanpak?

En werkt het? Vorige maand opende het kantoortje in Ceuta. Het aantal aanvragen na een maand? Nul.

Dat is heel anders bij de grensovergang bij Melilla, dat al sinds september vorig jaar de mogelijkheid biedt om met de hulp van een tolk en een advocaat tot een asielaanvraag te komen. In maart is dat geformaliseerd toen er een officieel grenskantoortje opende. Tweeduizend aanvragen zijn aan de grens bij Melilla ingediend.

Maar daarmee zijn de bestormingen nog niet voorbij. Deze maand waren er nog twee massale pogingen. De druk bij de grens van Ceuta is wel een stuk minder geworden. Van een aanzuigende werking is bij het loket naast het strand van Tarajal geen sprake. De vluchtelingenstroom had zich al vrijwel volledig verplaatst naar Melilla. Daar kon al langer asiel worden aangevraagd en het kilometerslange hekwerk is makkelijker te bedwingen dan in Ceuta.