Na ruim een week is de coalitie er eindelijk uit

Na ruim een week onderhandelen zijn VVD en PvdA tot een compromis gekomen. Alleen de vijf grootste steden en Ter Apel mogen bed-bad-brood aanbieden. Maar die opvang mag maar voor een beperkt aantal weken.

Zelfs voor Haagse begrippen kende gisteravond een vrij hysterische dynamiek. Verreweg de meeste politieke partijen hadden al gereageerd op de afspraken tussen coalitiepartijen VVD en PvdA, nog vóórdat die tot in detail bekend waren. Van een „krankzinnig Haags compromis”, Alexander Pechtold, D66, tot „beloning van wangedrag van illegalen”, Geert Wilders, PVV.

Naar de media was al een en ander gelekt, maar de precieze details maakten premier Mark Rutte en vicepremier Lodewijk Asscher gisteravond om tien uur bekend. Na ruim een week onderhandelen kwam de coalitie met een antwoord op de vraag of uitgeprocedeerde asielzoekers een vorm van opvang – ‘bed, bad en brood’ – moeten krijgen.

Aanleiding voor de gesprekken was de uitspraak van de Raad van Europa, vorige week dinsdag. Die kwam erop neer dat het Nederlandse kabinet zelf een politiek besluit moet nemen over de opvang van ongedocumenteerden. Dat bleek haast ondoenlijk voor twee partijen die op dit onderwerp fundamenteel van mening verschillen. De PvdA zegt ja, opvang is wel zo humaan én geeft mensen rust in hun hoofd, zodat ze beter kunnen inzien dat een leven in Nederland hen geen toekomst biedt. De VVD zegt: nee, uitgeprocedeerden hebben geen rechten en krijgen dus alleen opvang als ze meewerken aan terugkeer naar hun land van herkomst.

Ja er komt opvang, maar...

Hun gezamenlijke antwoord is daardoor op zijn minst diffuus te noemen. Ja, er komt rijksopvang, in de vijf grootste gemeenten van het land: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, plus Ter Apel, waar nu al een vertrekcentrum zit voor mensen die niet in Nederland mogen blijven. Maar. Die opvang is voor „een beperkt aantal weken”, schrijft de verantwoordelijk staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD) in de tot op de letter uitonderhandelde brief. Hoeveel weken dat precies is, staat er niet in. Maar „als na deze periode geen sprake is van terugkeerbereidheid, wordt de vreemdeling uit de voorziening gezet”. Dan komt iemand weer op straat terecht, terwijl de hoogste rechter juist eind vorig jaar had bepaald dat Nederland niet dat soort voorwaarden van terugkeer aan opvang mag verbinden.

Gemeenten die nu al opvang regelden voor vreemdelingen, mogen dat van de coalitie blijven doen – en krijgen er ook geld voor – tot de hoogste rechter in mei uitspraak heeft gedaan over de vraag of Nederland inderdaad tot zulke opvang verplicht is. Het kabinet wil daarna een bestuursakkoord sluiten met de gemeenten, over de vraag hoe zij voortaan omgaan met uitgeprocedeerde asielzoekers.

Als dat niet lukt vóór 1 november van dit jaar, gelden de ‘oude’ regels, en die luiden sinds 2007 dat gemeenten geen opvang meer mogen bieden. Komt er geen akkoord tussen Rijk en gemeenten en bieden gemeenten tóch opvang, dan houdt het Rijk geld in. Bijvoorbeeld door te korten op budgetten voor integratie van vreemdelingen. Al wilde Rutte dat niet hardop zeggen gisteren: „Dan komen we meteen bij het ongezellige deel”, zei hij en verwees alleen naar de brief. Hij klonk alsof zelfs over de woorden van Rutte en Asscher gisteravond was onderhandeld.