Waarom de mug jou bijt, en niet degene die naast je zit

Elk gezin heeft er eentje: de muggenpineut. Het is altijd dezelfde die ’s nachts wordt gestoken en anderen niet, ook al slapen ze vlak naast het slachtoffer.

Of iemand ‘lekker ruikt’ voor muggen is in grote mate erfelijk bepaald. Dat concluderen Britse wetenschappers vandaag in het tijdschrift PLOS ONE, op basis van onderzoek met tweelingen.

Vrouwtjesmuggen op zoek naar bloed komen vooral af op lichaamsgeur. Eerder hebben muggenonderzoekers aangetoond dat zwangeren, malariapatiënten en mensen die bier gedronken hebben aantrekkelijker ruiken voor muggen. Maar de rol van de natuurlijke lichaamsgeur is nog nauwelijks onderzocht.

De Britten bedachten daarom een simpel experiment. Tweelingzussen staken ieder één arm in een Y-vormige buis. Denguemuggen werden aan het andere einde van de buis losgelaten en mochten kiezen: zus A of zus B? Eeneiige tweelingen bleken ongeveer even aantrekkelijk voor muggen. Bij twee-eiige tweelingen was het verschil groter.

Het verschil is een eerste aanwijzing dat DNA een grote invloed heeft op iemands aantrekkelijkheid voor muggen. Eeneiige tweelingen delen 100 procent van hun DNA, twee-eiige tweelingen maar de helft.

De onderzoekers benadrukken dat ze nog niet weten wélke genen of geurstoffen iemand aantrekkelijk maken voor muggen. Het kunnen geurstoffen zijn die onze eigen huidcellen zelf aanmaken of bacteriën op de huid.