Mooi die Geefwet, maar werkt hij?

Dankzij de ‘Geefwet’ mag iedereen die geld geeft aan cultuur, dat extra aftrekken van de belastingen. Het probleem: de giften nemen juist af, blijkt vandaag uit een rapport van de VU.

Het was mooi bedacht: de nieuwe Geefwet, die 1 januari 2012 van kracht werd, moest het geven aan cultuur door particulieren en bedrijven bevorderen. Niet toevallig ingevoerd in een periode dat Rijk en gemeenten samen voor 320 miljoen euro aan bezuinigingen aankondigden. Vooral toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra van de VVD hamerde erop dat culturele instellingen minder afhankelijk moesten worden van de overheid.

Maar in de eerste twee jaren heeft de Geefwet nog weinig effect gehad op het geefgedrag. Dat constateren onderzoekers van de Vrije Universiteit in het rapport Geven in Nederland, dat vandaag wordt gepresenteerd. De giften door bedrijven en huishoudens blijken zelfs met 12 miljoen gedaald.

Maar is de wet daarom mislukt? Nee, zo stellig zijn de onderzoekers niet. Of de beoogde effecten zullen optreden, is nog lastig te voorspellen, zo stellen zij. Voor het ministerie van OCW bekijken de onderzoekers nu of in 2014 wél meer gebruik is gemaakt van de ruimere aftrekmogelijkheden voor giften aan culturele instellingen.

Twee jaar terug goedgekeurd

Door de Geefwet kunnen schenkers aan cultuur 1,25 keer hun gift aftrekken van de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Bedrijven kunnen dat 1,5 keer doen. Door die ‘multiplier’ mag een gift van 1.000 euro dus als 1.250 of 1500 euro worden afgetrokken.

Pas in maart 2013 besloot de Europese Commissie dat de aftrek geen ongeoorloofde staatssteun was. Op die goedkeuring hebben veel culturele instellingen gewacht. „Wij hebben duidelijke signalen ontvangen dat culturele instellingen tot die tijd niet actief zijn gaan werven”, zegt projectleider en bijzonder hoogleraar Filantropische Studies René Bekkers. „Je kunt daarom vragen stellen bij de invoering van de Geefwet: was het wel verstandig dat culturele instellingen lang moesten wachten voor ze actief konden gaan werven?”

Bekkers en zijn collega’s zien kansen. Er zijn niet veel belastingbetalers die de mogelijkheid gebruiken, maar juist door gevers aan cultuur gebeurt dat wel veel. „De multiplier zou voor hen nog een grotere invloed kunnen hebben”, zegt Bekkers. „De culturele instellingen zouden er veel voorlichting over moeten geven.”

Maar een enquête van de VU-onderzoekers stemt ook weer niet al te optimistisch. Daarin blijkt dat het aantal vermogende particulieren dat zegt meer te gaan geven lager is dan het aantal dat minder zegt te gaan geven. De meest vrijgevige groep heeft de giften aan cultuur in bezuinigingsjaar 2013 ook al niet verhoogd.

Een training en een toolkit

Als de Geefwet vruchten gaat afwerpen, is het de vraag waar deze terechtkomen. De onderzoekers waarschuwen dat grote instellingen met sterke fondswervingafdelingen de kleinere culturele instellingen verdringen. „We verwachten dat dit zal gebeuren en het lijkt nu al aan de hand te zijn”, zegt Bekkers.

Van 22 grotere instellingen blijken de inkomsten uit sponsoring en giften de afgelopen jaren wel te zijn gestegen. Omdat het totaal niet is toegenomen, moet dat ten koste zijn gegaan van kleinere instellingen.

In 2012 begon het ministerie de campagne ‘Cultuur, daar geef je om’. Bovendien zette de overheid sinds 2011 programma’s op om ondernemerschap te stimuleren, waaronder een trainingsprogramma ‘Wijzer werven’ en een toolkit.

Maar de culturele instellingen wachtten de eerste periode nog met toepassing daarvan. Die hebben door bezuinigingen op hun organisatie vaak ook niet kunnen investeren in fondsenwerving.

Ook uit nalatenschappen gaat weinig naar de cultuursector, zo blijkt uit Geven in Nederland. Van de 265 miljoen aan erfenissen die in 2013 aan goede doelen werd nagelaten, kwam er maar 3 miljoen euro bij culturele instellingen terecht.

Goede doelen in de gezondheidszorg krijgen veel meer bedeeld, zoals KWF Kankerbestrijding alleen al met 39 miljoen euro. Het achterblijven van de cultuursector kan ermee te maken hebben dat zelfs grote culturele instellingen als het Concertgebouw zich nog pas vrij recent in hun fondsenwerving actief zijn gaan richten op legaten en erfenissen.