Missie: weg met prutswerk van accountants – overal

Voorzitter internationale

toezichthoudersorganisatie

Het is ook essentieel voor Nederlandse bedrijven dat buitenlandse accountants kwaliteit leveren, zegt ze.

Geregeld zal Janine van Diggelen in de komende jaren aan tafel zitten met de bazen van de grootste accountantskantoren ter wereld. Op de agenda geen gezellig onderwerp. De vraag is namelijk: waarom doen hun accountants hun werk niet goed genoeg? En: wat gaan ze daar aan doen?

Van Diggelen (48) is vandaag benoemd tot voorzitter van IFIAR, de internationale organisatie van toezichthouders op accountants. Haar belangrijkste taak? „Druk uitoefenen op de big six”, zegt ze. De zes grootste accountantskantoren, Deloitte, EY, KPMG, PwC, BDO en Grant Thornton dwingen om de kwaliteit te verbeteren. „Wereldwijd.”

Ervaring in het voeren van confronterende gesprekken met accountants heeft ze al. Bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft Van Diggelen het in 2006 begonnen Nederlandse toezicht op accountants opgezet. En ze was de afgelopen twee jaar al vicevoorzitter van IFIAR. In die rol heeft ze de bazen van de grote zes kantoren – uitsluitend mannen – ook ontmoet.

De toon van de gesprekken zal „kritisch” zijn, zegt Van Diggelen, zelf voormalig accountant van EY (voorheen Ernst & Young). Ze hoeft de accountantskantoren er niet meer van te overtuigen dát er problemen zijn. Daar zijn ze nu wel „van doordrongen” – al een heel verschil ten opzichte van een paar jaar geleden.

Desondanks is de kwaliteit van hun werk afgelopen jaar wederom niet verbeterd, concludeerde IFIAR vorige maand in een wereldwijd onderzoek naar de kwaliteit van de zes grote kantoren. Te vaak – in bijna de helft van de onderzochte gevallen – zette een accountant zijn handtekening onder een jaarrekening terwijl hij niet genoeg heeft gedaan om te weten of de cijfers wel kloppen.

Weten de accountants inmiddels wat de problemen veroorzaakt?

„Nou, ze noemen wel vaak dezelfde dingen: te veel tijdsdruk, te grote workload, te weinig begeleiding door ervaren partners, te weinig kennis in het team. Dat is mooi, kun je zeggen, dat ze dat nu weten. Maar de echt belangrijke vraag is: waaróm is is er tijdsdruk? Waarom is er te weinig begeleiding? Waarom maken mensen die echt wel weten hoe het moet, toch de verkeerde keuzes? De antwoorden op die vragen zijn ze nu aan het onderzoeken.”

Wat is de oplossing?

„Als een organisatie zégt dat kwaliteit belangrijk is, moet dat ook overal uit blijken, uit het hele businessmodel. Dat betekent dat kwaliteit boven commerciële belangen moet gaan. Wij willen weten: wat voor boodschap wordt er nou eigenlijk verspreid binnen die kantoren? Wat voor cultuur heerst er? Wij vragen de internationale bestuurders bijvoorbeeld wat voor enquêtes ze afnemen onder hun werknemers. Gaan de vragen alleen over de commerciële kant? Of vragen ze werknemers ook of ze genoeg tijd hebben om hun werk goed te doen?”

Efficiënt onder druk zetten

Andere missie van voorzitter Van Diggelen: zorgen dat zoveel mogelijk nieuwe landen zich aansluiten bij IFIAR. De club heeft nu vijftig leden, allemaal nationale toezichthouders zoals de AFM. Maar er zijn nog een hoop „gaten”. Grote landen als Rusland, China en India zijn bijvoorbeeld nog geen lid. Een „groot en sterk IFIAR” is belangrijk, zegt Van Diggelen. De organisatie is de enige die de internationale top van de accountantskantoren onder druk kan zetten om wereldwijd actie te ondernemen. Wel zo efficiënt.

Weinig mensen realiseren zich volgens haar hoe afhankelijk accountants zijn van hun buitenlandse collega’s. Dus, wil ze maar zeggen, betere accountants aan de andere kant van de wereld is niet alleen fijn voor landen aan de andere kant van de wereld. Ook voor een goede accountantscontrole van Nederlandse multinationals is het essentieel dat buitenlandse accountants geen prutsers zijn.

Waarom is dat zo belangrijk?

„De accountantscontrole van een groot internationaal bedrijf is grensoverschrijdend. Neem de controle van een Nederlandse multinational. Dan zit hier een ‘groepsaccountant’ die de hele controle aanstuurt. Maar het merendeel van het werk wordt niet in Nederland gedaan. Dat besteedt de Nederlandse accountant vaak uit aan buitenlandse kantoorgenoten in de landen waar de multinational actief is.

„Het is dus leuk dat de AFM hier toezicht houdt op die groepsaccountant, maar de AFM kan niet controleren hoe goed die buitenlandse accountants hun werk doen. Er moeten dus overal goede onafhankelijke toezichthouders zijn.”

Waarom wilde u voorzitter van IFIAR worden?

„Ik kom zelf uit het vak, ik ben ook accountant. Het raakt me als ik zie hoe ze nu worstelen met problemen. En ik vind: als een accountant verklaart dat hij zijn werk heeft gedaan en een goedkeurend oordeel geeft, moet iedereen daar ook op kunnen vertrouwen. Ik wil dat de rol van de accountant relevant blijft. Daar wil ik invloed op uitoefenen. Nog meer dan op nationaal niveau bij de AFM kan ik dat nu bij IFIAR. Daar zit ik dichter bij het vuur.”