Meerderheid protestanten wil kerkdiensten vernieuwen

De meerderheid van de protestantse christenen zou graag zien dat kerkdiensten op een meer vernieuwende manier worden gehouden. 37 procent van de niet- of nauwelijks praktiserende christenen geeft aan de diensten niet vernieuwend genoeg vinden en daarom niet meer naar de kerk te gaan.

Foto: ANP / Evert-Jan Daniels

Ruim de helft van de protestantse christenen zou graag vernieuwing zien in hun kerkgemeenschap. Dat blijkt uit een enquête onder 18.000 leden van de Protestantse Kerk, uitgevoerd door hoofdorgaan Protestantse Kerk Nederland (PKN).

37 procent van de niet- of nauwelijks praktiserende christenen geeft aan de diensten niet vernieuwend genoeg te vinden en daarom niet meer naar de kerk te gaan.

Enquête om hervormingsbereidheid te toetsen

De enquête werd gehouden om onder de eigen achterban te peilen of er bereidheid is de Protestantse Kerk toekomstbestendiger te maken. Meer dan de helft (57 procent) van de ondervraagden geeft aan daar open voor te staan.

Volgens zestig procent van deze mensen wordt die behoefte in hun kerkgemeenschap gedeeld. De groep ondervraagden bestond uit kerkgangers, predikanten, ambtsdragers en vrijwilligers. Woordvoerster Marloes Nouwens-Keller van de Protestantse Kerk Nederland vindt dat de uitkomst een duidelijk signaal afgeeft.

“Het is duidelijk dat een groot deel van onze leden openstaat voor vernieuwing van hun gemeente en de kerkdiensten. Hoe dat eruit komt te zien, wordt in de komende maanden in het landelijk bestuur besproken”

De vraag naar verandering beperkt zich niet tot alleen de kerkbankjes. Bijna driekwart van de predikanten en de kerkenraden (beiden 73 procent) zegt ook open te staan voor een nieuwe manier van toetreden tot de Protestantse Kerk. Nu kun je alleen nog lid worden door doop of belijdenis; het idee is dat er ook ‘lossere’ manieren moeten komen om toe te treden.

De Protestantse Kerk in Nederland telt ongeveer 2,1 miljoen leden die lid zijn van één van de ruim 1800 plaatselijke gemeenten.

Krimpende kerken moeten kiezen: voorganger of gebouw?

De leegloop van kerken is een trend die sinds de jaren ’60 steeds harder doorzet. Hierdoor komen volgens het hoofdorgaan PKN vooral plaatselijke kerken in financiële nood en zijn ze genoodzaakt keuzes te maken: het salaris van de voorganger of de kosten voor een kerkgebouw?

Er liggen diverse scenario’s klaar voor kerken die in geldnood verkeren. De keuze tussen predikant of behoud van het kerkgebouw is een van de velen. Marloes Nouwens-Keller ziet in dit scenario een opmerkelijke scheiding tussen protestante en katholieke kerken.

“Katholieke parochies kiezen in geval van financiële nood vaker voor het behoud van hun kerkgebouw, waar protestanten de predikant verkiezen boven de stenen. Dat zie je ook terug in de enquête; bijna alle kerkgangers geven aan de kerkgemeenschap belangrijker te vinden dan de kerkdienst zelf.”

Een ander scenario waarover in het landelijk orgaan wordt gesproken is de invoering van een roulatiesysteem voor predikanten. Wanneer voorgangers om de paar jaar wisselen van gemeente, worden kerkdiensten voor de gemeente diverser.

Dit systeem stuit voor alsnog op veel weerstand bij predikanten; die zien het in veel gevallen niet zitten om telkens te moeten verhuizen.

Eerder op NRCQ: Hoe de kerk een vastgoedboer werd