Ibsens meisje met vlammende fantasieën

Het toneelstuk ‘Solness’ van Henrik Ibsen gaat over de oudere generatie die het verliest van de jeugd. Theu Boermans maakte een nieuwe versie van het stuk voor het Nationale Toneel.

Mark Rietman als Solness enAnna Raadsveld als Hilde in ‘Solness’ door het Nationale Toneel Foto Kurt van der Elst

‘Er komt een moment dat de jeugd hier aanklopt.” Met deze zo simpel klinkende woorden roept de oude bouwmeester Solness in het toneelstuk Solness het noodlot over zich af. Nauwelijks is hij uitgesproken of daar staat de jeugd voor hem in de gestalte van de jonge Hilde Wangel. Met haar frisheid en energie vertegenwoordigt zij de levenslust die Solness verloren meende te hebben.

„Bij eerste kennismaking met het stuk vond ik het een mannenfantasie”, zegt acteur Mark Rietman (54) over zijn titelrol in Solness (1892) van de Noor Henrik Ibsen. „Een fantasie met een droeve afloop. De oudere generatie verliest het altijd van de jeugd. En diezelfde jeugd met haar schoonheid en elan verliest het uiteindelijk ook weer.”

Hilde draagt een los gebreide trui, korte broek en bergschoenen. Ze is trots op haar gespierde benen en zegt tegen de bouwmeester, wijzend op haar bovenbenen: „Mooi hè?” Actrice Anna Raadsveld (24) vertolkt de rol van Hilde in de nieuwe uitvoering door het Nationale Toneel, geregisseerd door Theu Boermans. „Hilde is verblind door liefde”, zegt Raadsveld. „Zij eist de bouwmeester op, ook al zit hij vast in een huwelijk. Dat is inmiddels uitgedoofd. Hilde vraagt de bouwmeester een liefdeshuis te bouwen, hoog op een berg, helemaal alleen voor hun tweeën. Een huis met een toren, als een kasteel in een sprookje. Want zij is als een prinses voor hem.”

Natuurkracht

De komst van de jonge Hilde in het leven van de oudere Solness heeft iets van een natuurkracht. Tijdens een repetitie in Theater aan het Spui in Den Haag benadrukt Boermans de „zielsverwantschap” tussen Solness en Hilde. „Het stuk is meer dan het verhaal van een jong meisje en een oudere man”, zegt hij. „De wederzijdse aantrekkingskracht is overweldigend. Ze vuren elkaars levenslust aan, willen samen een nieuw leven beginnen. Iedereen zal dat herkennen. Solness is verliefd op haar verleidelijke onschuld. En Hilde verwacht dat haar idool met zijn scheppende kracht haar de hemel op aarde zal geven.”

Ondanks alle sensatie van geluk en liefde is Solness een tragedie. Ibsen (1828-1906) geeft aan het verhaal een voorgeschiedenis mee die tien jaar teruggaat. Hilde komt de bouwmeester herinneren aan de kus die hij haar gaf toen zij een klein meisje was. De bouwmeester ontkent, zegt daarvan niets te weten. Voor Hilde was de kus meer dan zomaar een aanraking: haar gevoelens van liefde ontwaakten. Solness heeft haar in zijn armen gesloten en achterover gebogen, zoals zij vertelt, „heel ver achterover en mij daarna vele malen gekust”. Ze droeg als twaalfjarig meisje een witte jurk. Het staat haar helder voor de geest.

Dat was dezelfde dag dat Solness een door hemzelf gebouwde kerktoren tot in de steile spits beklom. Voor het meisje leek het of hij in gevecht was met God. Deze religieuze dimensie wil Boermans graag in zijn voorstelling uitdrukken. „De strijd met de Allerhoogste fascineerde en erotiseerde haar. Al die jaren dacht ze aan niets anders. Bovendien deed de almachtige bouwmeester Hilde de belofte haar tot een prinses te maken in haar eigen koninkrijk.”

Het meisje was twaalf en aan het begin van haar leven, de oude meester in de zestig en aan het eind van zijn leven. Wat is er tussen die twee gebeurd, lang geleden? „Het is verleidelijk te spelen dat de man misbruik maakte van het jonge meisje”, zegt Anna Raadsveld. „Maar dat idee mag niet overheersen. Het is een geheim dat je als actrice probeert op te roepen zonder het te benoemen. Op het moment dat de voorstelling begint, eist ze zijn liefde op: beloofd is beloofd. Voor haar vloeien de woorden ‘kasteel’ en ‘luchtkasteel’ in elkaar over. Als hij haar dan geen echt kasteel kan geven, dan kan ze nog altijd wegvluchten in de illusie van een luchtkasteel.”

Voor Anna Raadsveld is dit haar eerste grote, dragende rol. Ze is afgestudeerd aan de Toneelacademie Maastricht en debuteerde als filmactrice in Timboektoe (2007). Bij Toneelgroep Amsterdam nam ze als vervangster enkele rollen over, nu is ze betrokken bij het hele repetitieproces. Ze groeide op in Friesland, in IJlst, waar ze veel jeugdtheater zag. Ze zegt: „Theu Boermans houdt me voor dat ik de voorstelling aanvuur, al is Solness de hoofdpersoon. Zodra Hilde opkomt, moet duidelijk zijn dat zij vecht voor haar liefde. Zij leefde aldoor in de illusie dat de bouwmeester tien jaar lang alleen aan haar heeft gedacht. Daarom is haar veeleisendheid vanzelfsprekend en oprecht. Ze jaagt op de man die ze wil.”

Bewonderaarster

Tijdens de repetities geeft Boermans een verrassende visie op het stuk die aansluit bij de spelers: „Stel je voor dat Solness een oude acteur is die een jonge actrice op bezoek krijgt, een bewonderaarster. Deze acteur is in gevecht met moderne speelstijlen en met de nieuwe generatie theatermakers. Als een bang kind slaat hij om zich heen. Dan krijgt hij opeens bezoek van een jongere fan die hem herinnert aan zijn vroegere gloriejaren. Zij vraagt van hem dat hij zijn kunstje van vroeger opnieuw opvoert. Dat is natuurlijk onmogelijk.”

Rietman herkent zich in de vergelijking tussen bouwmeester en toneelspeler: „Hij raakt aan de bodem van Solness’ bestaan als hij aan het slot inziet dat alles waarvoor hij zijn leven op het spel zette een besef van leegte oplevert, van failliet. Of je nu met volle overtuiging voor architectuur kiest of voor theater, er zal altijd de aanstormende jeugd zijn die jouw plaats wil innemen en je sporen uitwist. Solness is buitensporig bang voor die jeugd, al voelt hij zich er tegelijk mateloos door aangetrokken. In zijn nachtmerries hoort hij jongeren aan de deur rammelen, roepend: ‘Maak plaats... maak plaats...’ Ik probeer Solness te vertolken alsof ik als acteur een opdracht heb: speel hem zo alsof het de kunst van het leven is nooit de jeugd in jezelf te verliezen.”

Jeugd betovert, jeugd is verslavend. Maar van die betovering en verslaving gaat ook een vernietigende kracht uit. Na de repetitie vraagt Rietman zich hardop af of „alleen in de ware zielsverbinding, als tussen Solness en Hilde, de zin van het leven schuilt”.

Hij vervolgt: „Solness is ongrijpbaar. Soms heb ik het idee er alleen in raadsels over te kunnen praten. Offert de bouwmeester zich op om dat meisje met die vlammende fantasieën weer gezond te maken? Als hij eenmaal in een fatale val zijn einde vindt, kan zij in vrijheid aan een nieuw bestaan beginnen. Dan is ze verlost van haar trauma’s.”

Als de bouwmeester die hoge, zelfgebouwde toren nogmaals voor het meisje beklimt, staat Hilde te dansen en te jubelen op de speelvloer. Ze moedigt hem aan hoger te klimmen. „Hij bereikt de top, mijn bouwmeester!”, roept ze uit. De vraag die elke toeschouwer zich stelt is of Hilde haar Solness werkelijk de dood heeft ingestuurd.

In haar antwoord houdt Anna Raadsveld het geheim intact: „Voor Hilde is hij niet omlaag getuimeld. Dat zeggen de anderen in de hoop dat Hilde bevrijd wordt van haar vurige fantasieën. Maar zij weet zeker dat hij nog leeft en dat ze samen verder zullen leven, desnoods in een luchtkasteel.”