Het vooruitschuif-compromis

Coalitie redt kabinet met tot op de letter uitonderhandeld akkoord uitgeprocedeerden.

Ruim een week onderhandelen is uitgelopen op een brief van vier kantjes vol gedetailleerde zinnen. Coalitiepartners VVD en PvdA hebben hun gezamenlijke antwoord op de vraag of uitgeprocedeerden een basale vorm van opvang moeten krijgen, tot op de letter uitonderhandeld.

Dat antwoord, de verlenging van de levensduur van dit tweede kabinet-Rutte, valt te lezen als een verbazingwekkend staaltje politiek handwerk: er staat namelijk alles en niks tegelijk in de brief.

De sterk uiteenlopende reacties op het akkoord laten dat ook zien. Boze gemeenten zeggen dat mensen zonder verblijfsstatus hiermee weer op straat zullen gaan zwerven. Mensenrechtenorganisaties – Amnesty International, Vluchtelingenwerk – komen met dito reacties. ‘Op rechts’ roept Geert Wilders juist dat de VVD toch door de knieën is gegaan en het wangedrag van illegalen beloont met extra opvang.

De coalitieafspraken ontleed.

Suggestie van precisie

VVD en PvdA kwamen overeen dat in de vijf grote steden een opvang komt voor uitgeprocedeerden, gezamenlijk georganiseerd door die gemeenten en het Rijk. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, plus het Groningse Ter Apel, waar nu al een vertrekcentrum zit voor mensen die niet in Nederland mogen blijven, kunnen uitgeprocedeerden straks terecht voor basale voorzieningen. Het Rijk betaalt, maar die financiering wordt afhankelijk gemaakt van hoe goed het lukt om vreemdelingen te laten terugkeren.

Het verblijf in die opvang duurt „een beperkt aantal weken”, schrijven de partijen en is „niet langdurig”. De VVD kan daarmee overeind houden dat aan opvang de voorwaarde van medewerking aan terugkeer naar het land van herkomst is verbonden. Niet terugkeerbereid? Dan onverbiddelijk terug de straat op, zegt de VVD.

Tegelijk staat nergens op hoeveel weken die opvang dan werkelijk maximaal zou neerkomen. Dus zegt de Partij van de Arbeid: mensen kunnen nu tot rust komen als ze te horen hebben gekregen dat ze niet in Nederland kunnen blijven, ze krijgen zoveel tijd als nodig in die opvanglocaties. Een verbetering van de huidige situatie, constateert de partij. Ondertussen kan in die locaties beter aan terugkeer naar het land van herkomst gewerkt worden – dat laatste willen overigens beide partijen.

Gemeenten op de kast

De boze gemeenten die zeggen dat zij hoe dan ook doorgaan met opvang bieden, mógen dat ook van het kabinet. Voorlopig tenminste: PvdA-leider Diederik Samsom wijst op het deel van de brief waarin staat dat de hoogste bestuursrechter nog een oordeel moet uitspreken over de vraag of de overheid opvang moet bieden aan uitgeprocedeerden. Tot die uitspraak er ligt, waarschijnlijk volgende maand, krijgen gemeenten ook gewoon nog geld van het Rijk voor de opvang van uitgeprocedeerden.

Tegelijk kan VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra moeiteloos volhouden dat alle opvanglocaties in andere gemeenten voor uitgeprocedeerden dichtgaan. De coalitie beredeneert dat als de uitgeprocedeerden straks naar die vijf rijksopvanglocaties kunnen, de rest van de gemeenten dus géén opvang meer hoeft te bieden. Die vormen van opvang „dienen te worden gesloten”, schrijft het kabinet.

In de praktijk zijn de opvanglocaties voor uitgeprocedeerden – die dus van Zijlstra dicht moeten – nu vaak dezelfde als waar gemeenten hun dak- en thuislozenopvang organiseren. Wat de opmerking van Diederik Samsom weer surreëel maakt dat burgemeesters in individuele gevallen natuurlijk altijd tot noodopvang kunnen beslissen. „Elke burgemeester kan zeggen: bij mij slaapt niemand onder de brug”, zei Samsom.

Het laatste woord

Aanleiding voor de crisis was de uitspraak van de Raad van Europa, vorige week dinsdag. Die kwam erop neer dat het Nederlandse kabinet zelf een politiek besluit moet nemen over de opvang van ongedocumenteerden.

Binnenkort doet de hoogste bestuursrechter, waarschijnlijk al in mei, een uitspraak over de vraag of de overheid moet voorzien in een basale vorm van opvang voor ongedocumenteerden, en of daar voorwaarden aan verbonden mogen zijn. En, concluderen VVD en PvdA, zo’n uitspraak zal een „verwachte richtinggevende strekking” hebben. Het echte besluit over ‘bed, bad, brood’ moet dus nog komen.