Het mooiste vak wordt erg ongezond

De inspecteur bij de politie werkt de helft van alle weekenden. „De balans werk-privé is zoek. Mensen worden uitgewoond.”

Inspecteur Alwin de Kok. „Ik ben bespuwd, uitgescholden, geslagen, geschopt.” Foto Robin Utrecht

Alwin de Kok is 54 en werkt al ruim dertig jaar bij de politie. Bij de geüniformeerde politie, ofwel blauw op straat. En blauw op straat, dat betekent onregelmatig werken: drie dagen dagdienst bijvoorbeeld, dan een dag vrij, dan vier dagen avonddienst, van twee tot elf. En dan twee of drie dagen nachtdienst, van 10 uur ’s avonds tot 7 uur ’s morgens. „Per jaar werkt een agent meer dan de helft van alle weekends.”

Alwin de Kok wil het heel duidelijk maken: „Ik heb het mooiste vak van de wereld. Wat wij doen, doet er echt toe.” Maar hij is realistisch over de tol van het dagelijks werk van een agent. „Wij maken alles mee. Van een hond die kwijt is, of een duif met een gebroken poot, tot mishandelde vrouwen, zelfmoorden, lijken die uit het water moeten worden gehaald. Ik ben bespuwd, uitgescholden, geslagen, geschopt. Ik héb geslagen en geschopt, als ik collega’s moest ontzetten. Of ik wel eens bang ben? Natuurlijk. De adrenaline giert regelmatig door mijn lichaam.”

De Kok zit tijdens het gesprek met zijn rug naar het caféraam. In uniform, inclusief het steekwerend vest dat standaarduitrusting is. „Normaal zou ik hier nooit zijn gaan zitten. Ik zou een plek achterin hebben uitgezocht, met zicht op de deur. Als agent woon je in een glazen huis.”

En dat is niet alleen als hij dienst heeft en in uniform over straat loopt. Ook als De Kok niet werkt, blijft hij een beetje in functie. Opstootjes en verkeersruzies waar gewone burgers langs kunnen lopen, kan hij niet negeren. Mág hij niet negeren. En hij moet van „onberispelijk gedrag” zijn.

Ook ’s avonds sta je ‘aan’

De Kok is nu inspecteur, een rang in het midden van de geüniformeerde rangen. Hij loopt nog regelmatig op straat, ook omdat hij zijn team, 15 man, goed moet kunnen begeleiden. Zijn basissalaris is 1.950 euro per maand netto, 2.300 met toeslagen. Voor een beginnend agent is dat 1.650 euro, met toeslagen misschien 1.800.

Voor dat salaris draait De Kok ook piketdiensten, net als veel agenten. De agenten die ook bij de ME zitten bijvoorbeeld, of die hulpofficier zijn, zoals De Kok. Hij moet onder meer bij huiselijk geweld adviseren of iemand een tijdelijk huisverbod moet krijgen. „En de mishandeling kan overdag plaatsvinden, maar ook ’s avonds.” Dat betekent dat je in je piketweek niet ver van huis kan, of drinken bij het eten, zegt De Kok. Dat je ook ’s avonds ‘aan’ staat – en dat voelt, en telt, toch een beetje als werken.

De langdurige reorganisatie zorgt voor veel problemen. „Er klopt niets meer van de roosters. Agenten worden onverwacht opgeroepen, of plotseling toch in de weekenden ingedeeld.” Tussentijdse wijzigingen zijn eerder regel dan uitzondering. „De balans werk-privé is zoek. Mensen worden uitgewoond.”

Volgens De Kok gaat het cao-conflict dan ook niet vooral om loonsverhoging. De vakbonden eisen er 3,3 procent bij, omdat agenten al ruim vier jaar geen loonsverhoging hebben gekregen – en de onregelmatigheidstoeslagen al ruim 8 jaar niet geïndexeerd zijn. Volgens De Kok gaat het er vooral om dat agenten gezond blijven. En dus niet, zoals de minister wil, nog meer weekenden werken per jaar. Het behoud van de mogelijkheid om voor je 67ste met pensioen te mogen, met bijvoorbeeld 60 jaar. En dat je ook in de toekomst na je 55ste af kan zien van nachtdiensten. „Toen ik jong was, draaide ik nachten achter elkaar, geen probleem. Dat is nu niet meer zo.” En tot slot: zijn werk mag dan soms aanvoelen als dweilen met de kraan open, „maar ook bij dweilen met de kraan open neem je vocht op.”