Het kabinet is gered, maar de uitgeprocedeerde illegalen niet

Het compromis dat VVD en PvdA gisteravond presenteerden over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers is in hoge mate dienstbaar aan het voortbestaan van het kabinet – op zichzelf toe te juichen. Maar of de omgang met deze „vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf”, zoals het kabinet hen noemt, nu ook in praktische zin adequaat is geregeld, mag worden betwijfeld.

Het ‘Haagse’ karakter van de voorlopige afspraak is goed te zien aan het jargon. De brief die het kabinet naar de Tweede Kamer stuurde, kent als onderwerp „Resolutie van het Comité van Ministers in ESH-klacht CEC”. Naar de woorden ‘bed, bad en brood’ is het vergeefs zoeken. Hoewel die toch voortdurend opdoken in de berichtgeving over het politieke overleg in vele etappes, nadat het Comité van Ministers van de Raad van Europa het kabinet had opgezadeld met een uitspraak die voor tweeërlei uitleg vatbaar bleek.

De opvang die bed, brood en bad biedt, heet in de brief Vrijheidsbeperkende Locatie, vanzelfsprekend voorzien van een afkorting: VBL. Bij zoveel jargon zou bijna over het hoofd worden gezien dat het om mensen gaat. Illegalen weliswaar, maar ook illegalen moeten eten en slapen. Gemeenten voorzien daarin, uit humanitaire overwegingen. Zeker zal ook de openbare orde een rol spelen: het is geen prettig gezicht, een hongerende vreemdeling op straat.

Het kabinet had het zich makkelijker kunnen maken door gewoon uitvoering te geven aan een motie van ChristenUnie en GroenLinks die de Tweede Kamer deze maand aannam. Met de stemmen tegen van VVD, CDA, PVV en de daarvan afgescheiden leden. Die motie beval de opvang en wijze van werken aan die in de Rotterdamse Pauluskerk wordt toegepast. Als voorbeeld voor alle gemeenten die te maken hebben met uitgeprocedeerden die niet willen of kunnen terugkeren naar hun land. Tot die werkwijze behoort ook het stimuleren van de illegaal om Nederland te verlaten. Het is een praktische aanpak die het kabinet ook voorstaat, maar dan slechts in een beperkt aantal gemeenten en voor een beperkte duur. Dit betekent dat het probleem daarna in heel Nederland kan terugkeren – en dan dreigt een bizarre financiële straf voor de gemeente die toch voorziet in primaire behoeften van illegalen om in leven te blijven.

De Raad van State wordt geacht het politieke geschil op te lossen. De bestuursrechter zal later dit jaar bepalen of Nederland op grond van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens gehouden is uitgeprocedeerden meer voorzieningen te bieden dan het nu doet. Van de Raad van State wordt een „richtinggevende uitspraak” verwacht, „waaraan wij uiteraard gevolg zullen geven”, belooft het kabinet. Tot zolang modderen politiek en illegaal voort.