Gazprom is de strijd waard

Wanneer het om energie gaat, heeft Europa een meer dan gewone rol te spelen. Energie is de basis van de Europese Unie. Europa is gebouwd op de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, een politiek-economische samenwerking uit 1951 die de oude vijanden Frankrijk en Duitsland vreedzaam moest binden. Energie was toen ook politiek. En dat geldt nog steeds. Bij energie staan nationale belangen op het spel, zoals het belang van leveringszekerheid van olie, gas of kernenergie. Het belang om niet afhankelijk te zijn van (dominante) buitenlandse leveranciers, of dat nu de Opec is of één multinational. En het belang van de prijzen die burgers en bedrijven moeten betalen.

Deze belangenstrijd speelt zich in alle hevigheid af tussen de Europese Commissie, de concurrentiewaakhond in Europa, en Gazprom, de gasgigant waarin de Russische staat een meerderheidsbelang bezit. De Commissie deed in 2011 invallen bij Gazprom-kantoren. In 2012 opende de Commissie een formeel onderzoek. Gisteren volgde de officiële aanklacht. Toevallig nam de Europese Commissie vorige week actie tegen de Amerikaanse zoekmachine Google, een stap die meteen Amerikaanse politieke reacties opleverde.

Bij Gazprom voert de Commissie aan dat het Russische bedrijf zijn dominante marktpositie op meerdere manieren misbruikt. Een aantal Oost-Europese EU-lidstaten die geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van Russisch gas, ondervindt daar al jaren schade van.

Onderzoeken van de Europese Commissie naar Europese staatsbedrijven kunnen al een politiek mijnenveld zijn, de aanklacht tegen Gazprom kan gemakkelijk uitgelegd worden als een puur politieke daad. De voortzetting van diplomatie met andere, economische middelen. De verhoudingen tussen Europa en Rusland worden na de annexatie van de Krim en de oorlogshandelingen in de Oekraïne immers bepaald door wantrouwen, opgevoerde bewapening en economische sancties. Gazprom zelf kiest voor de politieke dimensie door zichzelf te omschrijven als een strategische entiteit waarin de staat de lakens uitdeelt. Anders gezegd: Gazprom en diens meerderheidsaandeelhouder beogen een oplossing op niveau van staten en regeringsleiders, niet van de Commissie.

Hoe nu verder? Allereerst moet de Commissie haar zaak onverdroten voortzetten. Open en eerlijke mededinging zijn een primair belang van Europese burgers. Ten tweede: op politiek niveau moeten regeringsleiders beducht zijn voor represailles met als doel verdeeldheid te zaaien in Europa. En ten derde moet dit Europa aansporen tot een gezamenlijk energiebeleid dat een eind maakt aan de afhankelijkheid van Russisch gas.