EU-lidstaten mogen straks zelf transgene soja weren

Voorstanders en critici van genmanipulatie hekelen het voorstel van de Commissie.

Sojaboonkiemen. foto thinkstock

Roept de Europese Unie de opmars van genetisch gemanipuleerde organismen nu eindelijk een halt toe, of zet ze haar poorten juist wijd open? Daarover verschillen de meningen nog.

Gisteren presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor wijziging van het toelatingsproces van genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s). Als het Europees Parlement en de lidstaten instemmen, mogen lidstaten in de toekomst GGO’s van hun binnenlandse markt weren, zelfs als ze zijn goedgekeurd door de instanties in Brussel en welkom zijn in andere Europese landen. Meer autonomie voor de lidstaten dus.

1 Waarom wil de Commissie, anders dan anders, bevoegdheden aan de lidstaten teruggeven?

Volgens de Commissie heeft zij „geluisterd naar de zorgen van vele Europese burgers” en is dit „een sterk signaal” dat zij die zorgen serieus neemt. Dat de Commissie tegen haar natuur lidstaten de mogelijkheid geeft uitzonderingen te maken op Europees beleid, laat vooral zien hoe groot die zorgen zijn.

GGO’s zijn gewassen waarbij het genetisch materiaal kunstmatig is veranderd met behulp van gentechnologie (anders dan het ‘natuurlijke’ veredelen). Het doel is meestal verbetering van de weerbaarheid tegen ziekten of insecten, de voedingswaarde of de oogstbaarheid van het gewas.

Een van de grootste bezwaren tegen genetische modificatie is dat de effecten op lange termijn niet bekend zijn. Daarbij hebben GGO’s door het proces van klonen heel weinig genetische diversiteit. Dit maakt ze zeer vatbaar voor nieuwe ziekten, hetgeen de wereldwijde voedselzekerheid bedreigt. Bovendien verspreiden GGO’s zich ook met zaden, die kunnen kruisen met natuurlijke gewassen. Daardoor kunnen genetisch gemodificeerde eigenschappen onbeperkt woekeren, ook in de vrije natuur. Als GGO’s natuurlijke gewassen wegconcurreren, schaadt dat de biodiversiteit.

Nu toetst de Europese Voedselveiligheidsautoriteit of een GGO veilig is voor de Europese markt. Zo ja, dan stelt de Commissie meestal voor om het product in Europa toe te staan. Als een (gewogen) meerderheid van de lidstaten instemt, is het product welkom op de Europese markt.

Maar in de praktijk is er nooit een meerderheid voor (of tegen) en worden GGO’s toch door de Commissie toegestaan. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp wil de Commissie dit veranderen. Nadat een GGO op Europees niveau is goedgekeurd, mag een lidstaat deze straks alsnog weren.

Dit nieuwe voorstel raakt overigens voornamelijk de import van GGO’s. Sinds deze maand mogen lidstaten al zelf beslissen of ze GGO’s binnen hun nationale grenzen laten verbouwen.

2 Zijn tegenstanders van genetische modificatie nu tevreden?

Nee. Tegenstanders als Greenpeace vrezen dat weigeringen van lidstaten, bijvoorbeeld wegens maatschappelijk protest, worden overstemd door de Europese regels voor de vrije markt. Lidstaten mogen GGO’s niet weren op basis van milieu- of gezondheidsbezwaren – die zijn immers al door Europa getoetst – en hebben dus weinig gronden over om hun weigering voor de rechter overeind te houden.

Daarbij zeggen critici dat dit voorstel een poging is om het brede verzet tegen GGO’s te breken. Zij denken dat nieuwe GGO’s voortaan veel sneller goedkeuring krijgen van de Europese Voedselautoriteit, omdat landen niet meer in Brussel dwars zullen liggen, nu ze weer de baas worden over GGO’s op hun eigen grondgebied. De angst bestaat dat landen waar wat minder weerstand is, voortaan veel meer GGO’s zullen importeren.

De grote voorstanders van GGO’s – boeren, telers en de zaadindustrie, met name de Amerikaanse – zijn trouwens ook kwaad. Zij vrezen een logistieke nachtmerrie, met andere regels in elk Europees land. Buiten Europa zouden het imago van Europa als afzetmarkt en de broodwinning van arme boeren worden bedreigd. In Europa zou dit banen en geld gaan kosten.

3 Wacht even, dus er liggen al GGO’s bij ons in de schappen?

Jazeker. In Europa zijn 58 GGO’s te koop. Maar het aanbod voor menselijke consumptie is relatief klein. Het overgrootste deel bestaat uit katoen en veevoer: maïs, sojabonen, koolzaad, suikerbieten. Europa importeert ongeveer 60 procent van zijn soja, voornamelijk uit Brazilië, Argentinië, de Verenigde Staten en Paraguay – waar overwegend gemodificeerde soja wordt verbouwd.

Wat het verbouwen van GGO’s in Europa betreft, is op dit moment alleen de transgene maïssoort MON810 (van het grote Amerikaanse gentechbedrijf Monsanto) toegestaan, en wel sinds 1998. MON810 groeit in Spanje, Portugal, Tsjechië, Roemenië en Slowakije. De oppervlakte van deze gemodificeerde maïs is minder dan 1,5 procent van alle maïs die in Europa wordt verbouwd.

Er zijn momenteel zeven aanvragen voor het verbouwen van andere GGO’s op Europees grondgebied in behandeling, waarmee de Europese Voedselveiligheidsautoriteit al voor een deel heeft ingestemd. En er wachten nog 58 aanvragen voor de verkoop van GGO’s.

Nederland stemt meestal voor.