Column

Een Grexit? Die kost ons bijna 20 miljard

Dan krijgen ze het heen-en-weer maar, die Grieken. Maar wacht even: als Athene uit de euro gaat, hoeveel kost ons dat eigenlijk? Precies weet niemand dat. Maar er is wel een slag naar te slaan. Volgens opgave van het ministerie van Financiën heeft Nederland aan Griekenland direct 3,2 miljard euro geleend. Via het Europese Fonds voor Financiële Stabiliteit (EFSF) heeft Nederland nog eens een aandeel van 14,6 miljard. Dat is samen 17,8 miljard. Als de Grieken dit niet meer afbetalen, gaat de kwestie traditioneel naar een forum waar wordt onderhandeld over terugbetaling. Dat is de zogenoemde Club van Parijs. Mensen die het kunnen weten schatten dat er tussen 20 en 30 procent van het bedrag terugkomt. Na een jaar of tien touwtrekken, dat wel. Van het bedrag moet dus 70 tot 80 procent worden ingecalculeerd als verlies. Dat is dus 12,5 miljard tot 14,2 miljard euro.

Even tussendoor: er is ook zonder Grexit al een verlies, maar dat is u nooit verteld. Want de voorwaarden voor terugbetaling zijn al zeer versoepeld, met lagere rentes en langere looptijden. Wie de huidige waarde van de financiële hulp aan Griekenland eerlijk zou calculeren, tegen een zogenoemde net present value, komt niet op 17,8 miljard, maar op veel minder. Een Grexit maakt straks alleen maar duidelijk wat ons destijds niet helemaal eerlijk is verteld.

Maar goed: 12,5 miljard euro tot 14,2 miljard euro verlies bij een Grexit. En dan zijn we er nog niet. Er is ook IMF-financiering en Nederland lijdt als IMF-aandeelhouder een indirect verlies als Griekenland dat niet terugbetaalt. Dat komt op zo’n 0,6 miljard.

Maar de grote klapper komt uit onverwachte hoek. Topman Mario Draghi van de Europese Centrale Bank zei vorige week dat de centrale bank een positie heeft van 110 miljard euro ten aanzien van Griekenland. Die positie bestaat vermoedelijk uit 25 miljard euro aan Griekse staatsleningen, waar we (Club van Parijs) een verlies van 70 tot 80 procent op incalculeren. Dat is dus al 17,5 miljard tot 20 miljard. Voor het overige zal Draghi het hebben gehad over het snel oplopende Griekse tekort in Target-2. Dat is het interne vereffeningssysteem van de eurozone. Griekenland heeft daarin een tekort dat kan zijn opgelopen tot 85 miljard – de laatste gegevens zijn er nog niet. Dat bedrag is de ECB in zijn geheel kwijt. Samen met het verlies op de Griekse staatsobligaties geeft dat een totaalverlies voor de ECB van 102,5 miljard tot 105 miljard euro. Waardoor de ECB meteen een negatief eigen vermogen heeft.

De lidstaten van de euro moeten dat bedrag dus aanzuiveren. Nederland neemt daarvan 4 procent voor zijn rekening. Dat komt op 4,1 miljard tot 4,2 miljard euro.

Er zijn waarschijnlijk nog wel wat andere kleine verliesposten, maar voorlopig zitten we al op tussen 17,2 miljard tot 19 miljard euro aan verlies. Dat komt overeen met 2,6 procent tot 2,9 procent van het bruto binnenlands product. In directe zin merken we er weinig van: het wordt opgeteld bij de staatsschuld. Maar het zal vroeger of later wel moeten worden afbetaald.

En dan is er nog de veel grotere onbekende: de economische gevolgen en de effecten op de financiële markten van een Grexit. Die kan werkelijk niemand goed berekenen. Of de Grexit een nieuw ‘Lehman-moment’ wordt, of dat de klap verbazingwekkend soepel wordt geïncasseerd, is giswerk. Maar laat het duidelijk zijn: een Griekse uittocht gaat veel geld kosten. Het is nu de vraag of dat méér is dan het oneindig overeind houden van Athene.