Column

De juwelier breekt

De Leidse juwelier Rob van Gerner (53) had al jaren een oogje op het fraaie jugendstilpand aan de overkant van de Maarsmansteeg, waar hij nu nog in een huurpand zijn zaak heeft. Vier verdiepingen en een kelder, op de hoek met de Breestraat, de meest prestigieuze straat van het stadscentrum. Een schepping uit 1905 van architect Jacobus van der Heijden (1854-1931), gebouwd voor de eertijds befaamde kledingzaak van Timmermann, zoals nog aan de gevel staat.

Nadat de familie Timmermann er zo’n tien jaar geleden de brui aan had gegeven, wisselden eigenaren en winkeluitbaters elkaar in het pand in snel tempo af. Van Gerner spaarde nijver door – in de gedachte ooit op een dag zijn slag te slaan. Het moment kwam in maart 2013.

Nu, twee jaar later, is de verbouwing in volle gang. Op straatniveau komt de nieuwe winkel, een verdieping hoger het atelier voor de vervaardiging van de gouden en zilveren en sieraden naar eigen ontwerp. Eigen productie is essentieel voor de moderne juwelier, legt Van Gerner uit. Juweliers die alleen als dealer van sieraden fungeren, delven het onderspit tegen concurrentie op internet.

Het lijkt een bekend verhaal: ondernemer trotseert met investering crisis en veranderende marktomstandigheden. Ware het niet dat Van Gerner – tot zijn verbazing – niet alleen trotse eigenaar van een winkelpand is geworden, maar ook van een stuk muur uit de twaalfde eeuw – een van de weinige overblijfselen van het middeleeuwse Leiden. De juwelier toont het gevaarte in de kelder enthousiast: er zijn bogen te zien en een uitsparing die een stookplaats is geweest. De resten van een oude bel-toren – hebben de archeologen Van Gerner verteld.

Toen hij het Rijksmonument kocht, stond er al sinds mensenheugenis water in de kelder. Hij vroeg toestemming voor de aanleg van betonnen, waterdichte ‘bak’ in de kelder, om die als bedrijfsruimte te kunnen gebruiken. Kon meteen die onduidelijke muur halverwege de kelder afgebroken worden. Maar de Erfgoedinspectie weigerde toestemming: die muur was uit 1350. Vergunning kwam er alsnog, na de gemeenteraadsverkiezingen van mei 2014, en het aantreden van bestuurders met meer oog voor ondernemers – vertelt de juwelier. Wekenlang waren archeologen doende met het afstoffen en beschrijven van de muur, voordat deze kon worden afgebroken en de aanleg van de vloer beginnen.

Dat dacht hij tenminste.

Bij het graven kwam een andere muur tevoorschijn, die nog een slordige eeuw ouder was. Strikt genomen had de vergunning ook afbraak van die muur mogelijk gemaakt, maar Van Gerner brak: „Ik wil niet de geschiedenis in als iemand die een belangwekkende archeologische vondst verwoest heeft.” Dus is het alleroudste muurdeel, vierenhalve ton zwaar, opgekrikt, en weer neergezet op de nieuw gelegde betonnen vloer – een procedure waaraan de gemeente 40.000 euro heeft bijgedragen.

De verbouwing van het jugendstilpand, nog in volle gang, lijkt na al dit middeleeuws geweld nog maar een peuleschil.