De aanslag en het raadsel van de schuld

Tekenaar Milan Hulsing maakte een strip van ‘De Aanslag’. „Een mooi boek met een duidelijke plot, waar je als tekenaar houvast aan hebt.”

Pagina uit De Aanslag. Anton Steenwijk op bezoek bij oud-verzetsstrijder Cor Takes. In de kelder van zijn huis hangt een foto: de mysterieuze vrouw die bij Anton in de cel zat? Beeld Milan Hulsing

‘Het is niet gek dat je als beelddenker een verhaal nodig hebt.” Over de discussie onder tekenaars over de vraag of boekverstrippingen wel gepast zijn, is Milan Hulsing kort. Of je werkt met een goede scenarist of je hebt de luxe van een goed boek. „Dan raak je geïnspireerd en kun je een springplank nemen, in plaats van te moeten zwoegen op je eigen ideeën. Dat is luxe.”

Persoonlijke redenen om De Aanslag van Harry Mulisch tot een strip te bewerken, heeft hij genoeg. Toen zijn uitgever de suggestie deed, was Hulsing meteen enthousiast, want hij houdt van het werk van Mulisch. „Zwart Licht was een tijdje mijn favoriete boek. Waanzinnig, vooral de magische passages. Sprong der paarden en de zoete zee: prachtig. De Aanslag is een mooi boek, met een duidelijke plot, waar je als tekenaar houvast aan hebt. Een oorlogsroman die ook verschillende naoorlogse periodes bestrijkt die interessant zijn.”

Milan Hulsing (1972) maakte in 2011 naam met Stad van Klei, een surrealistische fabel, die zich afspeelt in Egypte, geschilderd in zand- en aardetinten. De bestseller van Mulisch uit 1982 is geschilderd in dezelfde stijl, maar dan met een breed uitwaaierend kleurenpalet. Een ander stilistisch verschil is dat Hulsing in De Aanslag over zijn schilderwerk expressieve lijntekeningen aanbracht, wild en krasserig. „Stad van Klei was een duister boek. De Aanslag moest helderder worden. Dat past bij de klare stijl van Mulisch.”

Slepen met lijk

De Aanslag vertelt hoe het leven van Anton Steenwijk wordt getekend door een tragisch voorval in zijn jeugd in de oorlog. Na een aanslag van het verzet op een collaborateur leggen de buren het lijk bij zijn ouders voor de deur. Als zijn broer Peter het wil verplaatsen, arriveren de Duitsers en wordt hij neergeschoten. Als represaille wordt het huis in brand gestoken en worden zijn ouders afgevoerd.

In de strip gooit Hulsing de romanplot deels om. „Mulisch vertelt eerst alles over de aanslag. Daarna is het boek een whydunnit: waarom verplaatsen de buren het lijk? Mulisch treedt op als alwetende verteller. Mij leek het interessant de informatie op een andere manier te distribueren, vanuit het perspectief van Anton.”

Hulsing snijdt aan het begin van de strip meteen naar de magische ontmoeting van de jonge Anton met een mysterieuze vrouw, in de cel waar hij de nacht na de aanslag wordt opgesloten. In het donker kan hij haar niet zien. Zij is waarschijnlijk een van de schutters bij de aanslag. Hulsing: „Die scène is een korte proloog, bijna buiten de tijd. De strip start eigenlijk in 1952. Het verhaal maakt sprongen in de tijd, van 1952 naar 1959, naar 1966, naar 1976, naar 1981. Op die momenten wordt Anton, die lijdt aan een soort zelfgekozen geheugenverlies, steeds herinnerd aan de aanslag. Wat er is gebeurd, en waarom, vertel ik beetje bij beetje in flashbacks.”

Naar de verfilming van de roman, die in 1987 een Oscar won, heeft Hulsing niet gekeken. Dat leidt maar af. Ook de beschrijving van Anton door Mulisch als iemand met een olijfkleurige huid en sluik donker haar, negeerde hij. „Voor mij heeft Anton stug blond haar, met dikke wenkbrauwen. Dat gevoel had ik bij hem.”

De strip heeft geen tekstblokken, alleen dialogen, door Hulsing bewerkt. „De dialogen in het boek zijn bedoeld voor het medium roman, niet voor het medium strip. Het ging me om kleine dingen: een timing, een beat. Dat was belangrijker dan trouw aan de oorspronkelijke tekst.”

Bijzonder is de wijze waarop Hulsing tot visuele beeldspraak komt: planten die Anton overwoekeren na een bezoek aan zijn ouderlijk huis, waar op de as het onkruid tiert, bloed dat een paneel vult, een gezicht dat een zwarte vlek wordt. „Het is een patroon van beelden die over elkaar heen schuiven. Het laat zien hoe Anton denkt, hoezeer hij in het verleden leeft.” Zo komt Anton op een gegeven moment tot het inzicht dat zijn echtgenote Saskia eigenlijk een projectie is van de vrouw in de gevangenis. „Daarna teken ik haar alleen nog als silhouet, precies zoals Anton de vrouw in het donker van cel ook zag. De persoonlijkheid van Saskia is door zijn ontdekking opgeheven.”

De woekerende planten verbeelden de gedachten die Anton kwellen: de onverschilligheid van zijn vrienden een paar jaar na de oorlog, SS’ers die gratie krijgen als ze in Korea gaan vechten, de twijfel of zijn broer wel zo kies was bij zijn poging het lijk te verschuiven. Hulsing: „Anton beseft dat zijn broer zich na de aanslag van zijn slechte kant liet zien. Dat is moeilijk te verteren voor hem. De planten verwijzen ook naar de oorlog die maar blijft voortwoekeren in zijn leven. Daar gaat die tekening over. Daar gaat ook het boek over: het raadsel van de schuld. Het blijkt onmogelijk om duidelijk te krijgen wie schuldig is. Dat is pijnlijk en verwarrend.”

Alleen voor Cor Takes, de verzetsstrijder en medepleger van de aanslag, een man die Anton bij toeval ontmoet, ligt dat anders. Hulsing: „Cor Takes was voor mij ook een reden om deze strip te willen maken: een explosief karakter, één bonk daadkracht, geen twijfel over goed en kwaad, een prachtige figuur. Hij zuigt Anton mee in zijn redeneringen: door hem te verwijten geen onderzoek te doen naar de vraag waarom het lijk bij hen voor de deur werd gelegd.” Anton vraagt Takes: zou je de aanslag ook hebben gepleegd als jouw ouders in die straat hadden gewoond? Het antwoord van Takes onderstreept de morele vraagstelling van het boek: „Nee, natuurlijk niet.”

Communistisch cabaret

Van Takes komt Hulsing op zijn opa, Ber Hulsing, die ook verzetsstrijder was. Nog een reden om deze stripbewerking te willen maken. Zijn opa deed aan cabaret, maar was ook illustrator. Hij had kasten vol kunstboeken. Op bezoek bij zijn grootouders waren Hulsing en zijn broer Hisko altijd aan het tekenen. Hisko maakt animatiefilms en het toeval wil, hoe mulischiaans, dat vandaag, tegelijk met de strip, de film over Kurt Cobain uitkomt, Montage of Heck, waarvoor Hisko zestig geanimeerde olieverfschilderijen vervaardigde.

Hulsing: „Mijn opa was overtuigd communist, een artistieke man, die later filmrecensent werd. Met zijn vrouw Uut maakte hij communistisch cabaret dat vlak na de oorlog een paar jaar op de radio te horen was. Totdat de Koude Oorlog het communisme verdacht maakte. Het door hen geschreven Van jou heb ik niets meer gehoord, een liedje over de oorlog, wordt nog gezongen door Jenny Arean.”

Het schilderwerk voor De Aanslag deed Hulsing met de computer, in feite op een grote tekenpad, met een digitale pen. Elke periode kreeg een eigen kleur. „De flashbacks hebben een blauwe, koude, winterse uitstraling. Bij de jaren vijftig koos ik verschoten beige en voor de jaren zestig en zeventig schreeuwerige, uitgesproken kleuren als oranje en groen. Voor de jaren tachtig mengde ik groen en blauw om het kille van die tijd aan te geven.”

Opvallend is dat zelfs de tekstballonnen zijn ingekleurd. „Dat is een waterverftechniek om het wit op de pagina zo hard mogelijk op te laten lichten. Als je de ballonnen wit houdt, is dat effect weg. Daarom zit er ook geen wit tussen de panelen.”

Twee jaar heeft hij aan De Aanslag gewerkt. Hij geniet bij voorbaat van de aandacht, die niet vanzelfsprekend is voor een stripmaker. Hulsing begon met publiceren in alternatieve bladen en was lang vooral in beeld bij liefhebbers. „Van strips maken kun je in Nederland niet leven, maar het is fijn om iets te maken wat in de wereld staat.”