Burgers in Sinaï klem tussen leger en ‘gekken’

Wetteloos schiereiland dagelijks toneel van gewelddadigheden.

Een avondklok, black-outs van telefoon en internet, wegversperringen, files bij de benzinestations, en nachtelijk mortiergranaatvuur. Zo omschrijft Muhamed Sabry, journalist in Al-Arish, het leven in de noordelijke Sinaï.

„Vorige week zijn dertien mensen uit één familie in hun slaap gedood door een mortiergranaat”, zegt Sabry aan de telefoon. „Het leger is bang ’s nachts te worden aangevallen en schiet lukraak mortiergranaten af.”

Het noorden van schiereiland Sinaï is in staat van oorlog. De eerste drie maanden van 2015 zijn in Egypte 174 mensen gedood en 60 gewond geraakt bij ruim duizend geweldsincidenten. Het gros vindt plaats op het schiereiland, vooral in het noorden. Daar vecht het Egyptische leger tegen extremistische groeperingen. Eerder deze maand kwamen 14 agenten om bij twee aanslagen in en rond Al-Arish, de grootste stad van Noord-Sinaï.

De bedoeïenen in de Sinaï hebben moeite het gezag te erkennen. Omgekeerd voelen ze zich door Kairo verwaarloosd. Door het ruige terrein is het een schuilplaats voor zowel criminelen, smokkelaars als extremisten.

Niet langer Israël als doelwit

Voorheen waren de jihadisten in de Sinaï vooral een probleem voor Israël. Maar de coup tegen president Morsi van de Moslimbroederschap in 2013 werd de Egyptische staat hun doelwit. „De hardhandige aanpak door de veiligheidsdiensten, de coup en de marginalisering van de bedoeïenen hebben een rol gespeeld”, stelt Aymenn Jawad al-Tamimi, van het Middle East Forum in Philadelphia. „Maar de coup was de grootste factor in de verschuiving van Israël naar de regering van president Sisi. Die is nu taghut – een afgodische tirannie.”

Belangrijkste groepering is Ansar Beit al-Maqdis. Die dook op tijdens de opstand tegen president Mubarak in 2011 en maakte gebruik van de wetteloosheid om aanslagen te plegen tegen Israël: sabotage van gaspijpleidingen, bus in Eilat met elf doden. Sinds 2013 kwamen bij aanslagen op leger en politie in Noord-Sinaï en elders honderden agenten en soldaten om.

In november sloot Beit al-Maqdis zich aan bij IS, en veranderde het zijn naam in Wilayat Sina, of de Sinaï-provincie van IS. Hoewel Wilayat Sina nog geen eigen gebied heeft, zoals IS in Irak of Syrië, kopieert het tactieken. Ze verspreidde een video van de executie van een Egyptische soldaat, en de onthoofding van een ‘spion’.

Uitputtingsoorlog

De bevolking is slachtoffer van een uitputtingsoorlog. „Wij leven in angst”, zegt de 21-jarige Anas uit Al-Arish. „Wie voor zeven uur ’s ochtends of na zeven uur ’s avonds buiten komt, wordt doodgeschoten door het leger. Zonder uitzondering, zelfs niet als je naar het ziekenhuis moet. En overdag zijn we bang voor aanslagen van die gekken.”

Zowel leger als extremisten hebben steun verloren, zegt Sabry. „In het begin probeerden de militanten burgers te ontzien. ‘Jullie zijn onze broeders’, zeiden ze. Maar bij de aanslag op het politiebureau in Al-Arish raakten zondag tientallen burgers gewond en viel zeker één dode. En als het leger dan komt, wreekt het zich door burgers op te pakken.”

Het leger verliest steun door die arrestaties, en door per ongeluk burgers dood te schieten. „Er zijn vaak incidenten rond de avondklok. Door vaart te minderen bij een officieel gebouw kun je beschoten worden”, zegt Sabry. Nu wordt in Noord-Sinaï actiegevoerd tegen de verlenging van de avondklok, die de economie grote schade heeft berokkend. Wie het zich kon permitteren is naar Kairo vertrokken.

Of de agressieve aanpak vruchten afwerpt is moeilijk te zeggen. Journalisten zijn in Noord-Sinaï niet welkom. Een recent – anoniem – verslag van Reuters suggereert van wel. Zowel legerofficieren als leiders van Beit al-Maqdis zeiden dat de bewegingsvrijheid van de militanten verminderd is en het leger zegt overal te kunnen komen.

De recente aanslagen tonen aan dat de strijd nog onbeslist is. Maar voor een kalifaat in de Sinaï hoeven we nog niet te vrezen, stelt al-Tamimi. „Er is geen IS-contingent dat steden kan veroveren en besturen. De groeperingen zijn onderling verdeeld. Daardoor, en door de militaire druk op IS in Syrië en Irak, moet de status quo in Sinaï voorlopig voortduren.”