Brussel wil af van machtspositie Gazprom

Het Russische staatsbedrijf Gazprom verstoort volgens de Europese Commissie de energiemarkt. Gisteren volgde er een officiële aanklacht. De kwestie is omgeven met politieke gevoeligheden.

Nog voor ernaar gevraagd werd, benadrukte Margrethe Vestager, de eurocommissaris voor Mededinging, gisteren dat haar besluit om Gazprom op de pijnbank te leggen geenszins politiek gemotiveerd is. „Wij kijken naar de feiten, de interpretatie daarvan, en naar het bewijsmateriaal.” En tja, dat dit bedrijf toevallig uit Rusland komt, een land waarmee de EU op dit moment zwaar overhoop ligt, interesseert de Deense niet.

Maar hoewel Vestager de zaak, die draait om de machtspositie van Gazprom in Oost-Europese EU-lidstaten, herhaaldelijk „rechttoe rechtaan” noemde, is de door haar gevolgde strategie dat minder. Voorlopig geen harde conclusies of boetes, maar een ‘statement of objections’, een klachtenlijstje waarop het Russische staatsbedrijf binnen twaalf weken mag reageren. „Op dit moment zijn alle wegen nog open”, zei Vestager.

Wordt hier dan toch een beetje rekening gehouden met de politieke gevoeligheden waarmee deze zaak is omgeven? Zou je kunnen denken. Aan de andere kant: Vestagers aanpak van Gazprom wijkt niet wezenlijk af van die van Google. Ook de Amerikaanse internetgigant kreeg vorige week zo’n klachtenlijstje voorgeschoteld, inclusief reactietijd, zij het twee weken minder. Waarom? Het lijstje van Gazprom was wat langer. „Het vergt meer leestijd.”

Aanklacht als wraakactie

Vestager lijkt er op gebrand om niet alleen de Europese concurrentieregels te bewaken, maar ook de reputatie van haar mededingingsautoriteit. Die is op zich prima, maar kreeg wel een knauw toen in september vorig jaar werd besloten om Gazprom nog even niet aan te pakken, hoewel het onderzoek toen al klaar was. Een aanklacht zou vrijwel zeker als een wraakactie zijn opgevat, gezien de Russische militaire inmenging in Oekraïne, en de ruzie hierover met de EU. Vestager stond toen niet aan het roer, en dat maakte ze graag duidelijk. „Ik weet niet wat de afwegingen van mijn voorganger zijn geweest.” Volgende vraag graag.

Wat ze wel weet, is dat het spel vanaf nu haarzuiver gespeeld zal worden. Vestager liet tijdens de persconferentie een fraai staaltje diplomatiek manoeuvreren zien. Ik heb niks tegen Gazprom, zei ze. Integendeel: „Het is een heel professioneel, heel groot en heel indrukwekkend bedrijf dat hele goede zaken doet in Europa en voor Europese landen van groot belang is.” Haar pijlen zijn geenszins gericht tegen het bedrijf, maar tegen „bepaalde praktijken”. En als daar misverstanden over zijn, is er nu de kans om die op te helderen. Prima toch?

Wurgcontracten

De aanklacht van de commissie draait ruwweg om drie kwesties: ten eerste zou Gazprom het acht Oost-Europese EU-landen, met langlopende wurgcontracten, hebben verboden om geleverd Russisch gas weer door te verkopen, wat haaks staat op de open energiemarkt die de EU voorstaat. Daarnaast zou in vijf landen - de drie Baltische Staten, Polen en Bulgarije - „oneerlijke prijsstelling” hebben geleid tot „systematische hogere prijzen’” dan in West-Europa, soms wel 40 procent. Tot slot zou Gazprom in Polen en Bulgarije zijn machtspositie hebben misbruikt om oude pijplijnen onder controle te krijgen of nieuwe gefinancierd te krijgen.

Gazprom kan een boete krijgen: maximaal tien procent van de wereldwijde omzet, ruim 10 miljard euro. Als het zich inschikkelijk toont, en de omstreden contracten aanpast, kan de boete lager uitvallen, al zal er wel iets betaald moeten worden, gezien de door Oost-Europese landen geleden schade. In eerste reactie verwerpt het bedrijf de klachten. Ze zouden „politiek” gemotiveerd zijn.