Column

Bram is een aanwinst als flamboyante querulant

Is Bram Moszkowicz, ex-advocaat, een clown? Welnee, Den Haag heeft dringend behoefte aan zo’n sluwe en tegelijk klassiek tragische figuur, stelt Christiaan Weijts.

In de korte speech waarmee hij zich als lijsttrekker van de partij VNL (‘Voor Nederland’) presenteerde, citeerde Bram Moszkowicz Maarten Luther (‘Daarom sta ik hier, ik kan niet anders’), Friedrich Nietzsche (‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’), Pim Fortuyn (‘At your service’). Ook strooide hij knipogen in het rond, van de Grieken (‘van de Olympus, naar de goot’) tot J.C. Bloem (‘domweg gelukkig’). Inderdaad: ‘We zijn mondig, we zijn geletterd.’ Zou Moszkowicz’ literaire vriend Leon de Winter als ghostwriter hebben meegetikt?

Het is verleidelijk meesmuilend te doen over de herrijzenis van de gevallen steradvocaat, en toch lukt het me niet zijn optreden als een clownsact te zien. Als ik hem zo bezig zie – getergd, verbeten vechtend tegen zijn ondergang – voel ik eerder een mengsel van angst en medeleven. Precies wat een klassieke tragedie moet bewerkstelligen, volgens Aristoteles (nu we toch zo geletterd bezig zijn).

Dat had ik ook bij Pim Fortuyn, en wat die twee met elkaar gemeen hebben, is dat ze een of andere persoonlijke tragedie, een ingewikkelde interne strijd uitleven in het publieke domein. De klassieke tragische held komt altijd ten val door een noodlottige karakterfout, hamartia, een of andere misstap, die in alle naïviteit is begaan, zoals hoogmoed, hybris. Moszkowicz en Fortuyn hebben de roem nodig, het publieke oog, bij hun fatale theater van zelfdestructie.

„Wat je niet doodt, maakt je sterker”, zegt Moszkowicz met Nietzsche, en hij omarmt de amor fati-gedachte, de liefde voor het eigen noodlot, dat hij een mythisch kleurtje geeft (‘van de Olympus naar de goot’), verbonden aan een onstuitbaar eergevoel, innig en geheimzinnig vastgeklonken aan zijn achtergrond en aan zijn vader.

Er zit een roman in die man, een boek dat ik niet kan schrijven. Connie Palmen zou zijn ideale biograaf zijn; zij heeft een instinctief talent voor dit soort gevallen.

Allemaal leuk en aardig, maar zijn zulke figuren ook geschikt voor de politieke arena?

Waarom niet? Na de groteske post-Fortuyneske debacles is de politiek weer pimpelpaars en dus kleurloos grijs geworden. Dezelfde mannen in dezelfde pakken, die zich in dezelfde robottaal uitdrukken. Zelfs Wilders is flets geworden, evenals de ooit zo leutig-spontane Emile Roemer die inmiddels ook alleen nog maar grijze beleidstaal uitstoot.

Misschien is er in Den Haag geen ‘gat op rechts’, er is wel degelijk een enorme krater als het gaat om politici met persoonlijkheid. Er hebben beduidend mindere goden op de stoelen in de Tweede Kamer gezeten. Figuren als Verdonk, Brinkman en Bontes verbleken bij het sluwe retorische talent van Moszkowicz. Stel je eens Kamerdebatten voor van het type Moszko versus raadsheer Schalken! Den Haag heeft behoefte aan zo’n flamboyante querulant en ik hoop dat hij die kans krijgt.