Armenië boos om ‘lage zet’ Turkije

President Erdogan poogt Armeniërs met ceremonie voor Slag bij Gallipoli af te troeven.

Armeniërs wonen nabij de stad Diyarbakir in het oosten van Turkije een herdenkingsceremonie bij voor de genocide op de Armeense minderheid in 1915. Hier ligt, naar wordt aangenomen, een massagraf. Foto AFP Foto ILYAS AKENGIN/AFP

Het had een dag van overdenking kunnen worden. Mogelijk zelfs van verzoening tussen Armenië en Turkije. In plaats daarvan wordt het morgen, op de dag van de herdenking van de genocide op Armeniërs, een dag van gastenlijsten vergelijken. Want ook Turkije houdt die dag een grootschalige herdenking, van de Slag bij Gallipoli van 1915 uit de Eerste Wereldoorlog.

Gewoonlijk wordt die op 18 maart of 25 april gehouden. Tot ieders verrassing besloot de Turkse president Recep Tayyip Erdogan echter het dit jaar op 24 april te doen. Hij nodigde de president van Armenië ervoor uit. Die sloeg af. Op 24 april 1915 werden immers zo’n 300 leden van de Armeense elite uit Istanbul opgepakt en gedeporteerd, wat wordt gezien als de start van de genocide.

„Absurd, was mijn eerste reactie. Gallipoli herdenken op de 24ste. Dat menen ze niet”, zegt parlementariër Nikol Pashinyan in het kantoor van zijn partij in de Armeense hoofdstad Jerevan. „Zo’n lage zet van Erdogan, in zijn grote witte paleis. Ongelooflijk,” verzucht Maria Titizian van Civilnet, een non-gouvernementele organisatie. Ze is vaak in Turkije en kent veel Turken die de genocide erkennen. Maar van dit soort politieke spelletjes zakt haar de moed in de schoenen.

„Een typische unilaterale impulsieve Erdogan-beslissing”, zegt Richard Giragosian, directeur van het Regional Studies Center in Jerevan, een denktank met projecten in zowel Turkije als Armenië. Vorig jaar had Erdogan een verzoenende boodschap waarin hij nabestaanden van slachtoffers condoleerde. Dit jaar had zijn ‘Nixon-in-China-moment’ kunnen zijn, zegt Giragosian, verwijzend naar de Amerikaanse president die in 1972 een bezoek aan China bracht. Turkije had een hoge afvaardiging naar Jerevan kunnen sturen. Het omgekeerde gebeurde. „Een gemiste kans.”

Armeniërs voelen zich verraden

De grens tussen Turkije en Armenië is al sinds 1993 gesloten, vanwege de oorlog tussen Armenië en Azerbajdzjan over het gebied Nagorno-Karabach. Turkije steunt Azerbajdzjan. Turkije en Azerbajdzjan zijn cultureel en economisch nauw verwant. In 2008 en 2009 was er hoop op verzoening en opening van de grens.

De twee landen onderhandelden met elkaar en tekenden in 2009 de zogenaamde ‘Zürich-protocollen’ waarin ze afspraken de verhoudingen te normaliseren. Dat duurde tot Azerbajdzjan druk zette op de Turkse regering om het proces te staken. Sindsdien heeft Erdogan meerdere keren gezegd dat eerst vrede tussen Armenië en Azerbajdzjan moet zijn voor Turkije de protocollen ratificeert. Armeniërs voelen zich verraden.

Sindsdien gaat het met de verhouding weer bergafwaarts. Relletjes zoals over de gelijktijdige herdenking domineren het beeld. Sinds de Turkse aankondiging van de Gallipoli-herdenking wordt in beide landen druk gespeculeerd over de gasten. De lijsten met aangekondigde aanwezigen zijn tot op het allerlaatste moment tegen de borst gehouden. De Turkse regering heeft willen voorkomen dat ‘de Armeense lobby’ druk uitoefent op hoogwaardigheidsbekleders die op 24 april naar Turkije komen, melden Turkse media. Wel is duidelijk dat dit er een stuk minder zijn dan er anders zouden zijn gekomen.

Van een triomf wordt in Armenië niet gesproken. Boris Navasardian: „Normaliter zouden mensen dit grappig vinden en Erdogan stom. Maar nu wordt het beleefd als een keuze over wie je steunt. Het betekent dat sommige landen minder prominente delegaties naar Jerevan sturen.”

Komt de Amerikaanse vice-president Joe Biden naar Jerevan, dan is dat een slag in het gezicht van de Turken. Laat Vladimir Poetin het afweten bij de genocideherdenking op 24 april, dan wrijft hij Armeniërs in hoe weinig belang Rusland aan hen hecht.

Navasardian is somber over de Turks-Armeense betrekkingen. Meestal negeert grote buur Turkije Armenië gewoon. De Armeniërs hebben meer last van de gesloten grens dan de Turken. „We staan in Turkije niet eens in de top 20 van belangrijke zaken.”

Al weken boos

Dat neemt niet weg dat de Turkse regering al weken boos reageert op wereldwijde uitlatingen over genocide, waaronder die van paus Franciscus. Ze stelt dat het verleden niet gepolitiseerd moet worden en dat ook andere bevolkingsgroepen veel slachtoffers te betreuren hebben.

Premier Ahmet Davotoglu kwam met een verzoenende verklaring waarin de Armeense slachtoffers worden erkend, zonder helder te maken wie in zijn ogen de daders zijn. Hij vermijdt het woord ‘genocide’. Behalve de schuldvraag speelt daarbij ook de angst voor compensatieclaims mee.

Denktankdirecteur Giragosian is als een van de weinigen optimistisch. Hij heeft goede contacten met de Turkse regering en bespeurt daar goede wil de verhoudingen te normaliseren. 24 april is een datum die iedereen het liefst zo snel mogelijk achter zich laat, denkt hij. Als de herdenkingen zonder incidenten verlopen, is 25 april een nieuwe dag voor verzoenende verklaringen van beide kanten.