We hebben de jongeren onderschat, ze hebben de moskee overgenomen

In moskeeën vormden altijd de ouderen het bestuur. Nu zeggen de jongeren dat de ouderen niet islamitisch genoeg zijn. De conflicten stapelen zich op.

Foto David van Dam

„O, edele broeders.” De stem van de imam vult de moskee. „Volg het pad van de soennah, van de zuivere aanbidding.” Voor de imam zitten driehonderd mannen op het tapijt, de meesten in witte gewaden. Ze luisteren aandachtig. De stem van de imam wordt slechts onderbroken door een druppelende waterton achterin het gebedshuis en de krakende stoelen van een paar bejaarde bezoekers die niet in staat zijn op de grond te zitten.

„Pas op, o moslims, voor diegenen die zijn afgedwaald van het pad”, gaat de imam verder. Hij waarschuwt voor mensen die zich moslim noemen maar de vier opvolgers van de profeet Mohammed niet erkennen. De imam doelt op shi’ieten, een andere islamstroming. Dit zijn „ezels”, zegt de imam, ze zijn „erger dan varkens”.

In de Amsterdamse moskee Al Karama was dit soort haatdragende preken tot voor kort niet te horen. Het gebedshuis werd vooral bezocht door Marokkaanse ouderen, die een gematigde versie van de islam aanhingen. Sinds vorig jaar waait er een nieuwe wind in Al Karama. Een salafistische wind.

Amsterdam-Oost herbergt al enkele jaren een groep jonge, fanatieke moslims – twintigers en dertigers onder invloed van het salafisme. Dit is een puriteinse stroming die terug wil naar de ‘zuivere islam’ uit de tijd van de profeet Mohammed, ontdaan van alle culturele invloeden. De groepsleden kennen elkaar uit een andere moskee in Oost. Daar werd de groep te extreem bevonden en min of meer de deur uit gewerkt. Rond 2011 klopten ze aan bij Al Karama, die ze enthousiast binnenliet. „We dachten: als we die jongeren binnenhalen, kunnen we met hen in discussie en kunnen we ze laten inzien dat ze te extreem bezig zijn”, zegt een Marokkaanse bezoeker van de moskee, die uit angst voor represailles anoniem wil blijven. „Maar”, zegt hij „we hebben ze onderschat.”

Met de komst van de jonge mannen ontstond een richtingenstrijd tussen oudere, gematigde moslims en jongere salafisten. Het mondde uit in een coup. Jongeren vervingen het bestuur van Al Karama.

De AIVD waarschuwt al jaren voor het onverdraagzame salafisme

De botsing in Al Karama staat voor een bredere strijd in de moslimgemeenschap. Steeds vaker staan moskeeën onder invloed van het salafisme, zegt inlichtingendienst AIVD. Die signaleert spanningen in moskeeën waar salafisten invloed proberen te krijgen. Meerdere gebedshuizen zijn al overgenomen door salafisten.

Al jaren waarschuwt de inlichtingendienst voor het onverdraagzame en antidemocratische karakter van het salafisme. Ook de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland (RMMN) is bezorgd. Woordvoerder Aissa Zanzen: „Salafisme, zoals ik dat waarneem bij jongeren, is als gif dat onschuldig is als je er weinig van inneemt, maar wanneer je er langdurig aan wordt blootgesteld, kan het zich uiten in haat en wrok tegen Nederland en het Westen.” Het leidt tot conflicten in moskeeën waar besturen salafistische jongeren buiten de deur proberen te houden. Dit gebeurde de laatste jaren in Marokkaanse moskeeën in onder andere Den Haag, Arnhem, Amsterdam en Zoetermeer.

Toen de salafistische jongeren de Al Karama-moskee betraden, ontstonden al gauw discussies. Ze namen hun eigen jonge predikers mee naar de moskee en toonden zich kritisch over de imam. Het bestuur ging in 2012 in overleg met de salafisten, die meer invloed wilden. Omdat de bestuurders het zelf ook tijd vonden voor verjonging, kwamen een paar jongeren in het bestuur.

„Als de jeugd wat te vertellen zou krijgen in de moskee, zullen ze vast meer rekening houden met anderen, was de gedachte”, zegt een bezoeker. Het pakte anders uit. Het nieuwe bestuur ontsloeg meteen twee vrouwen die in de moskee les gaven. Reden: ze droegen te strakke spijkerbroeken.

Allahu akbar roepen mocht niet meer, want dat deed de profeet ook niet

De salafisten begonnen steeds meer moskeebezoekers op hun gedrag aan te spreken. De oudere Marokkaanse mannen, gewend om tijdens het Offerfeest ‘Allahu akbar’ te roepen, mochten dat niet meer. De profeet deed dit immers ook niet. De salafisten verboden hen na het vrijdaggebed nog samen uit de Koran te lezen, want ook dit deed de profeet niet.

Zo stapelden conflicten zich op. De salafisten bleven de bezoekers erop wijzen dat hun culturele gewoonten niet islamitisch zijn. Zij zien het als hun plicht hen terug te leiden naar de ‘ware islam’. De Marokkaanse oudere mannen voelden zich gekrenkt door de nieuwelingen die hen telkens terechtwezen.

De bom barstte toen de salafisten vorig jaar kenbaar maakten dat zij de gematigde imam van de moskee wilden ontslaan. Ze schoven salafistische predikers uit hun kring naar voren als nieuwe imams. Een aantal ouderen verzette zich, anderen vertrokken uit de moskee, de strijd met de jongeren beu.

Sinds vorig jaar vormen de jonge mannen het volledige moskeebestuur. Voorzitter Omar Iboualatsen wil het geen coup noemen. „Het huidige bestuur heeft een breed draagvlak.” Volgens hem hebben de leden van de moskee ingestemd met de verjonging.

Het gebeurt vaker dat moskeeën onder invloed komen te staan van salafisten, zegt antropologe Ineke Roex van de Universiteit van Amsterdam. Zij doet al jaren onderzoek naar salafisme en constateert dat in de moslimgemeenschap sprake is van een generatieconflict: jongeren herkennen zich niet in de islam van hun ouders. „Traditionele moskeeën zijn voor jongeren geen interessante plekken meer”, zegt Roex. „Het draait daar om theedrinken en bidden, er wordt geen Nederlands gesproken en weinig georganiseerd voor jongeren.”

Hun ouders zijn geen mensen aan wie ze zich kunnen meten

Bovendien zien jonge moslims hun ouders vaak niet als rolmodel, zegt Roex. „Hun ouders zijn geen mensen aan wie ze zich kunnen meten. Ze zijn maatschappelijk niet succesvol, hebben eigenlijk een beetje afgedaan. De jeugd heeft Nederlands onderwijs genoten en is zich gaan verdiepen in de islam.” Vaak gebeurt dit via internet, waar de salafistische islam het religieuze aanbod domineert. „Bij gebrek aan voorbeelden wordt hun nieuwe rolmodel de profeet: een strijdbare en moedige man”, zegt Roex.

Het salafisme biedt de duidelijkheid die jongeren zoeken. Wat mogen zij precies als moslim? Mag orale seks? Mogen zij zich in een café vertonen? Mogen zij ongelovige vrienden hebben? Wat is goed, wat is slecht?

„Alle vragen kunnen gesteld worden, want salafisten geloven dat de islam op alles een antwoord heeft”, zegt Roex. „Ze claimen dat zij de échte islam beleven en zijn erg overtuigd van hun eigen gelijk.”

Die islam verschilt met die van hun ouders, in Marokko opgegroeid met een eigen versie van de islam. De salafistische jongeren vinden die verkeerd en zien het als hun plicht hun ouders hierop te wijzen. Dit leidt volgens Roex tot conflicten in moskeeën en gezinnen.

Volgens bronnen van deze krant ontvingen overheden vorig jaar tientallen verontruste meldingen over salafistische jongeren die invloed proberen te verwerven. Een aantal meldingen gaat over salafistische jongeren die een moskee proberen over te nemen. Ook zijn er signalen van jongeren die zich onverdraagzaam zouden opstellen.

De Al Karama-moskee is gegroeid sinds de salafisten er aan de macht zijn. Het bestuur ziet erop toe dat alle bezoekers de islamitische voorschriften nauwkeurig naleven. „Ongefundeerd zaken toevoegen aan het geloof is onjuist”, zegt voorzitter Omar Iboualatsen. „Wij zien het ook als onze verantwoordelijkheid onjuistheden aan te stippen. Niet om het mensen moeilijk te maken, maar juist om zo bij te dragen aan een beter Nederland.”