Voortreffelijke docu doet Cobain eindelijk recht

Aan Kurt Cobain: Montage of Heck werkte iedereen mee: familie, Nirvana en weduwe Courtney Love, die fans in de rol van Yoko Ono hebben gemanoeuvreerd – de vulgaire heks die het idool betoverde, manipuleerde, misbruikte.

Kurt Cobain als peuter, als puber en als volwassene in de documentaireMontage of Heck ©

Eindelijk dan: de geautoriseerde documentaire over Kurt Cobain, voorman van Nirvana, de ‘stem van Generatie X’. Doorgaans zit je op zoiets absoluut niet de wachten, in dit geval wel. Want aan Kurt Cobain: Montage of Heck werkte iedereen mee: familie, Nirvana en weduwe Courtney Love, die fans in de rol van Yoko Ono hebben gemanoeuvreerd – de vulgaire heks die het idool betoverde, manipuleerde, misbruikte.

Rond Cobain, die begin april 1994 zelfmoord pleegde, hangt een sfeer van verwijt, schuldgevoel en paranoia. Als hij al niet is vermoord, dan is hij toch zeker de dood ingedreven. Je ziet dat vaker bij zelfmoord, maar hier wordt het duizendvoudig versterkt omdat het een rockster betreft wiens introverte somberheid en zelfhaat begin jaren 90 tientallen miljoenen albums verkocht en een rockstijl definieerde: grunge.

Zijn vroege dood maakt Cobain tot erelid van de ‘27 Club’ van zelfdestructieve rocklegendes als Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison en Amy Winehouse, die allen op hun 27ste stierven. Zijn dood herinnert aan die van Winehouse: het onvermogen te ontwaken uit een ooit met anderen gedeelde, daarna kille en solitaire drugsroes. Maar de schuwe, hypersensitieve Cobain was meer dan een muzikant: bij leven kreeg hij ongewild de profetische status van Jim Morrison.

Toch wacht Kurt Cobain al twintig jaar op een film die hem recht doet. Gus Van Sant maakte in 2004 Last Days, een film zo minimalistisch dat hij implodeert. Cobain dwaalt hier introvert murmelend door de bossen vlak voor zijn zelfmoord. En er is die weerzinwekkende egotrip van documentairemaker Nick Broomfield uit 1998: Kurt & Courtney. Broomfield ‘onderzocht’ of Courtney Love opdracht gaf tot de ‘moord’ op Cobain en voerde daartoe een serie mafkezen en sensatiezoekers op, onder wie Loves eigen vader. Geen wonder dat de erven-Cobain daarna zwegen: in de serene, poëtische documentaire About a Son uit 2006 ontbrak de muziek. Cobains zelfanalyse, ingebed in fraaie shots uit Washington State, kreeg zo iets onthechts.

Meesterzet

Montage of a Heck niet. Die is compleet, dramatisch en explosief. Documentairemaker Brett Morgen deed een meesterzet door Cobains dochter Frances Bean te strikken als producer van zijn documentaire. Jegens haar voelt iedereen zich verplicht, zodat Morgen kon putten uit interviews met alle betrokkenen, super-8-filmpjes van de familie, videotapes van Love en tientallen dozen met lijstjes, gedichten, schilderijen, playlists, tapes, collages en kunst van Cobain zelf. Ontluisterend intiem zijn de homevideo’s van Kurt en Courtney die op de vlucht voor de roem ronddobberen in hun gezamenlijke heroïneroes. De stoere, ambitieuze Courtney wist te ontsnappen uit deze broeierige baarmoeder, de frêle Cobain verdween: je ziet hem als een geest wegzweven uit het gezin dat hij wilde en niet wilde.

Montage of Heck beweert op zich niets nieuws over Kurt Cobain: het is geen reconstructie, maar een adembenemende achtbaanrit door zijn denkwereld en leven, waarbij zijn jeugd in houtstadjes Aberdeen en Olympia prachtig geanimeerd is door de Nederlander Hisko Hulsing. Het verhaal is overbekend: het extreme (ADHD? Bipolaire stoornis?) zoontje van een serveerster en een monteur die na hun scheiding onhandelbaar wordt en als ongewenst artikel van adres naar adres schuift. De blowende, graatmagere outcast gekweld door rug- en maagpijn die de punk ontdekt, zijn eerste bandje opricht – Fecal Matter – en zich jarenlang laat bemoederen door vriendin Tracy, in wier flatje hij strips, collages, gedichten en tapes maakt. Waarna hij naam maakt als introverte voorman van Nirvana en met het album Nevermind in 1991 plots een wereldster is. En bezwijkt.

Morgen laat Cobains Umwelt respectvol aan het woord, zonder te oordelen, en zo zie je hoe dicht het schuldgevoel bij iedereen onder de huid ligt. Waarbij Courtney Love blijk geeft van een verbazingwekkend gebrek aan ijdelheid. Want ja, de liefde van Kurt en Courtney was echt, dat bewijzen haar videotapes. Maar de rotzooi, pukkels, holle ogen, grauw vlees, het kinderlijke gelal, de drugssmoezen: ze tonen ook een afstotelijke junkie-idylle.

Maar daar was Cobain in elk geval veilig. Wat van Montage of Heck beklijft, is het beeld van een menselijke draaikolk: verknipt, rancuneus, overgevoelig. Iemand die kapot maakt wat hij liefheeft en daarover zeer lucide praat. De onderstroom is fatalistisch: Cobain was een vlinder in een orkaan, kansloos. Morgen zet de doem stevig aan, animeert zijn morbide krabbels en tekeningen tot nachtmerries, pelt geluidslagen van Nirvana weg tot alleen Cobains snijdende gekrijs overblijft. Een voortreffelijke rockumentary, Montage of Heck.