Uit de lucht gevallen

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

FOto Ilona Verhoeven

Er ligt een hele dag voor je, een overweldigende to-do-lijst ontrolt zich in je gedachten als een rode loper bij een Hollywoodpremière. Je stapt naar buiten en voelt het chique zachte tapijt bijna onder je voeten.

Precies op het moment dat de voordeur – klik – weer achter je in het slot glijdt, zoeft er iets langs. Alsof het waait. Een superstrak windvlaagje, veroorzaakt door het gewapper van vleugels. Er valt iets uit de lucht.

Kan gebeuren. Dat de situatie je aanvliegt.

Nee, echt. De stad is een jungle.

Met een spectaculaire duikvlucht landt er op de stoep een havik met een duif in zijn klauwen. Ja, de havik – díe is pas gefocust. Kijk hem maar eens aan, prachtig toch, zo’n haviksoog.

Drie kraaien die ook wel een hapje lusten, vliegen er als een soort handlangers achteraan. Op de binnenplaats van de buren pikt de havik de nog levende prooi aan. Zijn snavel wordt steeds roder terwijl hij de duif verorbert. Vanuit een boom kijken de drie zwartgevederde bemoeials toe, in de hoop dat het hen ook nog iets oplevert.

Er zijn gevechts- en onderhandelingstheorieën waarin mensen met vogels worden vergeleken. De duif en de havik vormen uitersten, de slome en de sluwe tegenover elkaar. De havik is de meedogenloze figuur die hoe dan ook, en op het juiste moment, toeslaat. Als je het zo bekijkt is de situatie niet zomaar een beetje cru. De roofvogel is het gevaar zelf. Het zou best eens kunnen dat de meeste mensen een kraaientalent hebben.