Twee dagen netwerken voor 900 euro

Morgen begint in Amsterdam The Next Web Europe Conference, een van de grootste innovatie-events in Europa. Grote namen als Neelie Kroes en David Allen komen spreken. Hoe krijg je dat voor elkaar?

The Next Web-conferentie van vorig jaar. Foto’s Julia de Boer/The next web

Tien jaar geleden bedachten ondernemers Patrick de Laive en Boris Veldhuijzen van Zanten (36 en 43 jaar) dat ze hun internetstart-up wilden promoten. Daar leek een tech-event ze een goede plek voor. Maar dat bleek een beetje duur. „We berekenden dat het ons zo’n 22.000 dollar zou kosten,” vertelt Veldhuijzen van Zanten. „Vliegticket, een standje huren, de toegang tot het congres...”

Dus organiseerden hun eigen event, in Amsterdam: The Next Web Conference. „Zo hoefden we niet te betalen voor een buitenlandse conferentie, en konden we toch ons product promoten. En als we het goed deden zouden we break-even draaien.”

Ze nodigden sprekers uit en regelden een locatie. Het werd een succes: 250 gasten en goede reviews. „En toen zei iedereen: je gaat het volgend jaar toch nog een keer organiseren? We hebben onze start-up laten zitten en zijn daarmee verder gegaan.”

Morgen en overmorgen vindt de tiende editie plaats in Amsterdam. Het is uitgegroeid tot een conferentie met bekende sprekers en 3.500 internationale bezoekers. In 2013 kwam koning Willem-Alexander. Dit jaar spreken onder anderen Neelie Kroes en productiviteitsgoeroe David Allen.

Maar het is veel meer geworden dan alleen een conferentie: The Next Web is vooral bekend van het extreem succesvolle Engelstalige blog over technologie. Het blog staat als enige Nederlandse website in de toptwintig van meest invloedrijke mediasites ter wereld en in de topvijf van techblogs. Ze hebben 6,5 miljoen unieke bezoekers per maand. Ter vergelijking: nu.nl heeft maandelijks ongeveer 6 miljoen unieke bezoekers. Veldhuijzen van Zanten: „De helft van onze bezoekers komt uit Amerika, en we worden wereldwijd gelezen. De meesten weten niet dat we uit Nederland komen.”

Op het blog vind je – naast het nieuws over gadgets en grote techbedrijven – posts als: What Startups Can Learn From Nature of How Safe Are Your Bitcoins? In het begin tikte Veldhuijzen van Zanten de blogs nog zelf. „Ik had Ernst-Jan Pfauth, destijds blogger, gevraagd mee te schrijven. We hadden natuurlijk nog heel weinig lezers, dus we schreven vooral voor elkaar. Daar komt ook onze stijl vandaan: veel grapjes en een losse tone of voice.” Nu heeft The Next Web zo’n vijftig schrijvers, verdeeld over alle continenten en tijdzones, zodat de stroom nieuwe blogs altijd doorgaat. In het hoofdkantoor in Amsterdam zitten alleen de sales, marketing en programmeerafdeling. En vier mensen die zich fulltime richten op organiseren van events.

Waar komt dat succes vandaan?

„Ik denk omdat we het begrijpelijk houden. We brengen niet alleen het nieuws of de feiten, dat doen veel andere blogs ook al. We schrijven erbij hoe je het moet interpreteren. En dat alemaal met wat Amsterdamse humor. Daar is elke eindredacteur streng in: het moet ook leuk zijn om te lezen.”

Wat voor mensen bezoeken zo’n event?

„Niet alleen maar mensen die met tech bezig zijn. Het zijn juist mensen die geïnspireerd willen worden, dingen willen zien en horen die ze nog niet kenden. En daarvoor maakt het niet uit in welke business je werkt. Er komen investeerders, mensen die nieuwe producten inkopen, of bijvoorbeeld marketingmanagers. Op zo’n event horen ze over innovaties waar ze anders voor tienduizend euro een expert voor moeten inhuren.”

Daarom kost een kaartje ook 900 euro.

„Alleen Nederlanders hoor je over de prijs. Een paar jaar geleden sprak ik iemand op een nog veel duurdere conferentie die uitlegde waarom hij bereid was zo’n prijs voor een ticket te betalen. Het is een groot netwerkevent: hij sprak tien potentiële klanten. Drie daarvan werden echt klant, en die leveren zijn bedrijf zo een half miljoen per jaar op.

„Het is in vergelijking met buitenlandse events ook niet duur. Sterker nog, sommigen willen graag dat we het duurder maken. Dan kopen ze liever het duurdere kaartje, omdat het dan meer gewicht heeft en ze het beter kunnen verkopen aan hun baas: kijk, dit is een belangrijk event.”

Dan verdien je er enorm op.

„Haha, nee dat valt wel mee. Het kost meer dan een miljoen om te organiseren. Denk aan de jaarsalarissen van de eventplanners, de locatie, het eten en drinken en natuurlijk de PR.”

En de sprekers?

„Die betalen we niet. Iedereen spreekt gratis bij ons, al vergoeden we wel de vliegkosten en verblijfskosten. Al wil niet iedereen dat hoor, sommigen komen in hun eigen privéjet, en die zouden we beledigen als we aanbieden om de kosten te vergoeden. Je moet het zo zien: in techbedrijven gaan miljoenen om. Als een topman van zo’n bedrijf besluit om bij ons te komen spreken, maken de kosten niet uit. Dat is het praatje gewoon een strategische beslissing voor ze, waar ze publiciteit mee krijgen.”

Jullie organiseren ook events in New York en São Paulo. Gaat dat op dezelfde manier?

„We dachten: we kopiëren het evenement, dat gaat makkelijk. Maar zo werkt het helemaal niet. Je moet opnieuw vertrouwen winnen van bezoekers. De subtiele cultuurverschillen tussen Amerika en Nederland zijn heel interessant. Wij lopen in Nederland bijvoorbeeld zo veel mogelijk rond om handen te geven. Dus dat deden we in Amerika ook, maar daar waren in shock daarover. In Amerika netwerk je alleen horizontaal of omhoog, dus als organisator van congres ga je niet bezoekers de hand schudden. Als Nederlander denk je daar niet aan.”

Op wie richten jullie je nu specifiek?

„Tien jaar geleden echt op de internetprofessional. Maar sinds een paar jaar heeft bijna ieder beroep te maken met technologie en internet. Twee jaar geleden zat ik in een coffeebar op mijn laptop te werken. Door het raam zag ik een stratenmaker naar me kijken. Ik dacht: die vindt me vast een enorme yup. Tot hij binnenstapte en vroeg of er wifi was. Hij haalde een laptop tevoorschijn – een nieuwer model dan de mijne – en hij liet via een ingewikkeld programma op zijn computer zijn baas meekijken met het project. Dat was zo’n moment dat ik dacht: holy shit, dat is ook onze lezer.”