TTIP? Vanaf nu maken EU-landen weer zelf uit of ze gentech willen

Foto Koen van Weel

Dat lidstaten na zes jaar onderhandelen weer zelf mogen beslissen over het telen van genetisch gemodificeerde gewassen geeft hoop voor de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag TTIP, meent docent politicologie Herman Lelieveldt.

Terwijl half Nederland zich onder aanvoering van Arjan Lubach opwindt over de chloorkippen die onze kant opkomen wanneer de EU het TTIP-verdrag ondertekent, voltrekt zich op een ander Europees hoofdpijndossier een stille revolutie: dat van de genetisch gemodificeerde gewassen (GGO’s).

Vanaf deze maand mogen de lidstaten voortaan zelf bepalen of ze deze gewassen in hun land willen telen. Het nieuwe besluit – na zes jaar onderhandelen – is historisch omdat voor het eerst in de geschiedenis bevoegdheden van Brussel aan de lidstaten worden teruggeven.

Jaar in jaar uit liepen beslissingen over GGO’s vast op meningsverschillen tussen de lidstaten over gentech. Fervente tegenstanders als Frankrijk, Oostenrijk en Hongarije slaagden er keer op keer in EU-brede toelating te blokkeren, zelfs als de Europese Voedselautoriteit ze veilig vond.

In 2009 besloten dertien lidstaten dat het zo niet langer kon. Ze vroegen de Europese Commissie om met nieuwe voorstellen te komen. Na jarenlange onderhandelingen kwam de volgende taakverdeling uit de bus. De EU beoordeelt nog steeds de veiligheid van GGO’s, maar lidstaten mogen zelf over toelating besluiten en de gevolgen voor het eigen landbouwbeleid, ruimtelijke ordening en economie meewegen.

Lees verder (€)

Herman Lelieveldt doceert politicologie aan het University College Roosevelt in Middelburg.