Spraakmakend, klassiek, eigenwijs

Gisteren werd bekend dat uitgeverij Van Oorschot na zeventig jaar niet door een Van Oorschot geleid wordt, maar wel een onafhankelijke uitgeverij zal blijven.

‘Na 63 jaar leven met, voor en grotendeels zelfs boven uitgeverij Van Oorschot, heb ik enige tijd geleden geconstateerd dat mijn vertrek in de rede ligt.” Dit zette Wouter van Oorschot gisteren op de site van zijn uitgeverij. Overmorgen zal hij de deur van het pand aan de Herengracht 613 – waar hij sinds 1980 werkt, maar waar hij ook 63 jaar geleden ter wereld kwam – achter zich dichttrekken. Een gebeurtenis die in de eerste plaats veel voor hemzelf betekent, maar ook groot nieuws is binnen de literaire wereld.

Na zeventig jaar staat er bij Uitgeverij Van Oorschot geen naamgever meer aan het roer. „Wouter van Oorschot was eigenzinnig en eigenwijs, maar ik heb alleen maar goede herinneringen aan hem”, vertelt auteur Stephan Enters. „Toen ik in 1997 drie verhalen aan de uitgeverij stuurde, kreeg ik twee dagen later een brief terug. De eerste halve bladzijde stond vol loftuitingen en daarna volgden drie pagina’s met inhoudelijk commentaar. Dat was precies wat ik toen nodig had, een uitgever die wat in je werk zag, maar ook wilde meedenken hoe dat beter kon.”

Arjen Fortuin, biograaf van G.A. van Oorschot en redacteur van deze krant, stemt van harte in met dit beeld. „Hij was compromisloos als het om uitgeven ging, op geen enkele manier gelikt en een persoonlijkheid zoals je maar zelden aantreft.” Het zijn kwaliteiten die hij leerde van zijn vader, die ook als eigengereid bekendstond en ook op die manier een fonds opbouwde.

Klassiek

Het was in de zomer van 1945 toen Geert en Hillie van Oorschot besloten een uitgeverij te beginnen. Ruim een maand na de Bevrijding kwam de eerste uitgave: De Baanbreker - Onafhankelijk weekblad voor socialistische politiek en cultuur, waarvan de eerste aflevering verscheen op 30 juni 1945 (na ruim een jaar verscheen weer de laatste). Twaalf jaar later werd Tirade opgericht, een literair tijdschrift dat tegen de tijdgeest in nu nog door Van Oorschot wordt uitgegeven. Laurens van Krevelen, tot 1993 uitgever-directeur van Meulenhoff, ziet dat als kracht. „Wouter is een klassieke uitgever, die geen last heeft van een managementstijl. Hij heeft het fonds dat zijn vader heeft opgebouwd charmant voortgezet en bij de tijd gehouden.”

Opvallend was dat de uitgeverij al vroeg jonge, spraakmakende auteurs aan zich bond, zoals Gerard (Kornelis van het) Reve en W.F. Hermans. Nog steeds is Hermans’ De donkere kamer van Damokles de bestverkochte titel binnen het fonds. Hermans vertrok na ruzies met Geert van Oorschot, die meestal over geld gingen. Niet alleen met Hermans en Reve bepaalde Van Oorschot al vroeg het literaire klimaat in Nederland, de uitgeverij is dat lang blijven doen. Zo bracht Van Oorschot ook de gedichten van Jan Hanlo uit, een auteur over wie net als over Reve en Hermans Kamervragen werden gesteld.

Geert van Oorschot bouwde een poëziefonds op met onder anderen Elisabeth Eybers, Judith Herzberg en Rutger Kopland. Verzamelde werken van onder meer Multatuli en Nescio, alsmede de Russische Bibliotheek gaven de uitgeverij het aanzien van een sterk literair fonds.

De uitgeverij is altijd onafhankelijk gebleven. Wouter van Oorschot stelde dit ook als voorwaarde aan de nieuwe eigenaren (zie inzet). „Niks geen concern of nouveau riche: in plaats daarvan kan ik tot mijn genoegen meedelen dat uitgeverij Van Oorschot, met behoud van haar onafhankelijkheid, in andere handen is overgegaan”, schrijft Wouter van Oorschot in zijn aankondiging. De constructie met zes investeerders, die de aandelen uitsluitend aan elkaar mogen verkopen om te voorkomen dat een concern het huis overneemt, past in de geest van de uitgeverij, legt P.C. Hooftprijswinnaar Willem Jan Otten uit: „Wouter was de erfgenaam van de uitgeverij en is dat gebleven. Deze constructie is de kroon op die erfenis omdat zo intact blijft wat zijn vader en hij hebben opgebouwd.”

Weerloos

Waarom Wouter van Oorschot nu stopt, is onduidelijk. Zelf wil hij er geen uitspraken over doen en ook opvolger Mark Pieters zwijgt daarover. Pieters, voormalig uitgever van Athenaeum - Polak & Van Gennep wordt nu de uitgeefdirecteur van Van Oorschot. „Financiële overwegingen zijn het niet geweest, want het bedrijf was gezond.” Voor welk bedrag de zes financiers investeren, wil Pieters niet zeggen. Vorig jaar had uitgeverij Van Oorschot bestsellersuccessen met de bloemlezing van Die van die van u van Annie M.G. Schmidt en Gedundrukt van Simon Carmiggelt – opmerkelijk genoeg beide auteurs van Singel 262-uitgevers, waar Pieters lang gewerkt heeft. De nieuwe directeur heeft geen koerswijziging gepland: „De uitgeverij blijft klein en we blijven een eigenzinnige lijn voeren. Dat is minder voor de hand liggend dan het klinkt.”

Van Krevelen hoopt dat meer uitgeverijen een onafhankelijke koers gaan varen: „Wouter van Oorschot leek tegen de stroom in te gaan door te kiezen voor de klassieke manier van uitgeven. Maar bij literatuur hoort kleinschaligheid. Doordat nu veel retailers de dienst uitmaken en grote investeerders de koers van een uitgeverij bepalen is het publiek vervreemd geraakt van het boekenvak.” Dat Van Oorschot niet als adviseur betrokken blijft, is volgens insiders vooral omdat hij het anders dan zijn vader wil doen, die zich tot zijn dood met de zaak bleef bemoeien.

Het kan ook met iets anders te maken hebben. Toen onlangs wederom de vaste boekenprijs ter discussie werd gesteld schreef hij in een reactie aan deze krant: „Mijn voorspelling dat ‘algemene veraping’ (Reve) zou toenemen is uitgekomen, hetgeen betekent dat alles van waarde in toenemende mate bescherming verdient omdat het weerloos is tegen kapitalistische propagandeurs van de wansmaak en hun rekenmeesters die ons voorhouden: ‘Het telt niet tenzij het verkoopt’. Mijn grootste zorg is dan ook dat de voorstanders van de vaste boekenprijs op zeker moment murw gebeukt de handdoek in de ring zullen gooien.”