We vertrouwen te weinig op liefhebben

Een vriend van mij werkt als ambulant psychiater. We aten samen. Voor hem was zijn pasta pesto ontbijt. Hij had rode ogen van een onrustige nachtdienst. Vier keer was hij uit bed gebeld vanwege een poging tot zelfmoord.

Onlangs werd mijn vriend samen met zijn psychiatrie-collega’s bijgeschoold door een ervaringsdeskundige, die diverse keren was opgenomen voor een psychose en benadrukte dat zijn wanen hem vooral eenzaam maakten. Hij wilde niet alleen als ‘ziekte’ worden benaderd en adviseerde zijn behandelaars om zelf ook ‘als mens’ op te treden. De psychiaters vonden dit maar vreemd – ze hebben geen geneeskunde gestudeerd om zichzelf te laten zien. „Moet ik dan mijn eigen liefdesleven op tafel leggen?” De ervaringsdeskundige vond dat, als ervaringsdeskundige, niet eens zo’n gek idee. „Je zou bijvoorbeeld in je eigen verleden kunnen spitten om je aan de patiënt te relateren.”

Twee vermogens kenmerken de mens: kennis en liefhebben. Filosoof Jan Bransen stelt dat we te veel op kennis vertrouwen en te weinig op liefhebben. Onlangs gaf hij een lezing. Bransen toonde een foto van een herfstige bosgrond. Er zat een schutkleurige kikker tussen de bladeren, maar die zag je pas nadat Bransen het zei. We leven in een ambigue wereld waarin de ‘ware’ aard van dingen vaak gecamoufleerd wordt. Kennis is bedoeld om verwarring te voorkomen, het zorgt ervoor dat we geen last hebben van het verschil tussen ‘wat is’ (een kikker) en ‘hoe het lijkt’ (bladeren). Maar wanneer het menselijk gedrag betreft, is ‘hoe het lijkt’ de enige leidraad. Hersenonderzoekers proberen ‘wat is’ wel te verklaren, maar een MRI-scan kan niet worden begrepen zonder menselijke – real life – bevestiging. Je kunt een man die een heteroseksuele relatie heeft immers niet dwingen tot een homoseksuele relatie, alleen omdat een hersenscan uitwijst dat zijn hypothalamus vergroot is.

„De therapeut moet geen kennis hebben van het brein: de therapeut moet meester in de liefde zijn.” Hij is een goede gastvrouw of -heer, geeft liefdevolle aandacht en creëert een gevoel van ‘wij’. Dat gevoel is belangrijker dan bij een therapie op basis van een wetenschappelijke benadering, omdat een wetenschapper zijn eigen perspectief juist probeert weg te denken. Bransen: „De wetenschap maakt blind, liefde maakt helderziend.” Liefde is het vermogen tot verbinding. Wie oefent in verbinden, durft de ambiguïteiten in het leven tegemoet te treden. Tegenstellingen worden simpelweg begrijpelijker.

Ook psychoses worden vaak beschreven als het grenzeloze vermogen tot verbinding: alles heeft met alles te maken. Wouter Kusters benadrukt in Filosofie van de waanzin dat een psychose heel leerzaam is: „alles is zinnig en betekenisvol”. Dat klinkt als liefde.

Misschien lijk je algauw gek in een wereld die kampt met een tekort aan liefde.