Rijst en curry horen bij onze cultuur, Polen niet

Immigratiekraan moet dicht, vindt men in Great Yarmouth.

Partijleider Nigel Farage onthult de verkiezingsposter van UKIP, vorige maand in Dover. De roltrappen aan de krijtkust symboliseren het Britse wanbeleid. Foto Matt Dunham/AP

Uit het niets begint Peter Fitzgerald, eigenaar van een legerdump, over migratie. „We kunnen al die mensen niet opnemen. Onze scholen en onze huisartsen kunnen het niet aan. Het zijn de aantallen.”

Veel gesprekken gaan zo in Great Yarmouth, zo’n honderd kilometer ten noorden van Harwich aan de Engelse oostkust. Net als in soortgelijke middelgrote markt- en kustplaatsen. Eens bloeiend, nu troosteloos. Aan het einde van een spoorlijn, anderszins moeilijk bereikbaar, of in de schaduw van een nabijgelegen grotere stad. Waar ‘Londen’ ver weg voelt, en door premier Cameron gebruikte termen als ‘economisch plan voor de lange termijn’, weinig betekenen. Waar de UK Independence Party (UKIP) over twee weken zetels kan winnen – die kans wordt in Great Yarmouth groot geacht.

Wat vooral opvalt, is dat het woord ‘migrant’ gelijkstaat aan ‘Europeaan’. Of liever gezegd: aan Polen, Roemenen, Litouwers en andere bewoners van het voormalige Oostblok. „U bedoel ik niet”, wordt vaak toegevoegd. Gewezen op de Chinese winkel naast zijn legerdump zegt Fitzgerald, UKIP-lid: „Rijst en noodles horen bij onze cultuur, net als curry.”

Krijtrotsen met een roltrap

Het is de invloed van UKIP. Haar opmars wordt gevoed door het gevoel dat de twee grote partijen niet te vertrouwen op immigratiegebied, en ze helpt dat idee verder op te stoken. Onder Labour groeide het immigratieoverschot tot 247.000 per jaar. En de Conservatieven hebben hun belofte uit 2010 dat de netto-instroom dit jaar „onder de tienduizenden” zou zijn gezakt, bij lange na niet gehaald: vorig jaar stond de teller op 298.000.

Partijleider Nigel Farage heeft het thema handig verbonden aan de raison d’être van de partij: de Britten uit de EU halen. Alleen dan heeft het Verenigd Koninkrijk weer controle over zijn eigen migratiebeleid, zo meent de partij. Haar verkiezingsposter van de krijtrotsen van Dover met drie roltrappen staat symbool voor het wanbeleid dat UKIP nu ziet.

Premier Cameron heeft de retoriek overgenomen. Gevraagd naar zijn immigratiebelofte wijst hij erop dat het aantal migranten van buiten de EU is gedaald doordat werkvisa zijn beperkt en familiehereniging aan inkomenseisen is gebonden, en op de sluiting van dubieuze hogescholen, zodat er geen nepstudenten meer binnenkomen.

Alleen aan Europese immigratie, tja, daar kan hij ook weinig aan doen. Binnen de Europese Unie heeft iedere EU-burger het recht zich te vestigen in een ander land. „Terwijl we de aantallen van buiten de EU hebben teruggedrongen, zijn de aantallen van binnen de EU gestegen. Met andere woorden: wat we op de ene plek hebben gewonnen is door een piek elders ongedaan gemaakt”, zei hij in november in een grote toespraak over immigratie. Hij wil „het strengste systeem” binnen de EU krijgen om misbruik van het vrije verkeer van personen te voorkomen, en beloofde dat „veranderingen in de bijstand een absolute vereiste zullen zijn bij heronderhandelingen [over het Britse EU-lidmaatschap]”.

Polen kwamen ineens

Het Verenigd Koninkrijk is altijd een immigratieland geweest. Hugenoten, Ieren, de inwoners uit de voormalige koloniën in de Caraïben, uit India en Pakistan vestigden zich er. Het probleem van de afgelopen tien jaar, sinds voormalige Oostbloklanden toetraden tot de EU, is er vooral een van „aantal en verspreiding”, zegt Michal Garapich, migratieonderzoeker aan de universiteit van Roehampton, en Pool.

„De migratie uit Oost-Europa was in vergelijking met andere groepen heel groot. Die kwamen gestaag, in de loop van enkele decennia. De Polen kwamen in een paar jaar tijd. En ze vestigden zich niet in de grote steden, maar in plaatsen in het noordwesten en oosten waar nooit veel migranten waren, en waar de plaatselijke bevolking juist wegtrok.”

Hij wijst erop dat het migratiedebat een klasseding is: „Niemand maakt zich zorgen over de Franse bankier, de Nederlander. Die blijven expats. Men heeft het over de arme migrant, die voor een schijntje werkt en door wiens komst de lonen onder druk staan.” De discussie draait, zegt Garapich, om „bescherming van de arbeidsmarkt”.

En om „eerlijkheid”. Het idee bestaat dat de EU-migranten naar het Verenigd Koninkrijk komen omdat het heel makkelijk is een uitkering en een sociale huurwoning te krijgen, en omdat de gezondheidszorg gratis is. De politieke discussie gaat over misbruik van de bijstand, ook al wijzen cijfers het tegendeel uit. Onderzoekers van University College London concludeerden vorig jaar dat EU-migranten „veel meer bijdragen aan de welvaartsstaat in belastingen dan ze terugkrijgen”. Gemiddeld zijn ze jonger, hoger opgeleid en minder vaak werkloos dan hun Britse gelijken.

Dat zorgt in Great Yarmouth juist voor scheve ogen. Met eigen ogen zien de inwoners hoe de rij bij de bushalte naar kalkoenproducent Bernard Matthews ’s ochtends vroeg vooral bestaat uit Portugezen en Oost-Europeanen. Het is de grootste werkgever in de wijde omtrek.

„Vroeger wist je dat je daar altijd terechtkon voor een baan”, vertelt Alan Grey, UKIP-kandidaat voor het kiesdistrict. „Nu werken er allemaal buitenlanders. Je kunt het ze niet kwalijk nemen, en ze werken hard. Maar er zijn hier veel mensen die geen werk kunnen vinden.”

Hij leidt rond door de stad. Over de boulevard, langs etablissementen waar hij vroeger muziek maakte. Maar het toerisme is ingezakt – door goedkope vluchten naar Europa. Langs de haven, waar eens de haringvloot lag. Het is „de schuld van Europese visquota” dat die er niet meer is. Door King Street, met zijn International Food Store, Portugese taartjeswinkel, Portugese delicatessenwinkel en Poolse supermarkt. Echtgenote Kay zal later vertellen dat ze zich „ongemakkelijk” voelt in King Street: „Ze staren zo. En omdat ze geen Engels spreken, weet je niet of dat hun gewone manier van doen is.”

Slaapzaal

„Onze achilleshiel is dat we een grote voorraad huurhuizen hebben”, zegt Grey. De kustplaats dreef altijd op seizoensarbeid: strand in de zomer, oogst in de herfst, kalkoenen in de winter. „We zijn de dichtstbijzijnde slaapzaal voor het omliggende gebied. Maar de rest van de infrastructuur is niet ingericht op migratie: onze artsen en scholen.” Hij zegt: „De Ieren en de mijnwerkers uit Yorkshire die hier vroeger kwamen, bleven niet.” En: „Nu heb je het gevoel dat jij achteraan in de rij moet aansluiten. Vroeger had je binnen twee dagen een doktersafspraak, nu duurt het drie weken.”

Vaak zullen hij, zijn vrouw, en andere UKIP’ers deze dag zeggen dat ze „geen racisten” zijn. Dat is ook de officiële partijlijn. Steven Woolfe, Europarlementariër en immigratiewoordvoerder, zei op het partijcongres: „Het is vraag en aanbod. Het maakt ons niet uit waar je vandaan komt, het gaat om de aantallen.”

Juist dat maakt het Britse migratiedebat anders dan elders in Europa, signaleert onderzoeker Garapich. „De politieke discussies zijn hevig, maar niet vilein. De extreem-rechtse elementen uit de jaren tachtig zijn verdwenen, de British National Party stelt niets meer voor. UKIP is misschien haar erfgenaam, maar zeker niet gewelddadig en racistisch.”

En wat vinden de Europeanen zelf? De Griekse Georgia Stavropoulos is net een paar weken in Great Yarmouth. Thuis is geen werk, vertelt de 24-jarige econome in gebroken Engels. Hier vond haar vriend een baan als pizzabakker, en zij kan hopelijk bij de kalkoenfabriek aan de slag. Het is „tijdelijk”, zegt ze, het idee is weer terug te gaan. Ze giechelt vreselijk als ze antwoord op de vraag wat ze van de Engelsen vindt: „Heel stil. Maar ze drinken wel heel veel.”