Rechter doet iets meer zaken, en iets sneller

1,75 miljoen zaken behandelden Nederlandse rechters afgelopen jaar. Steeds vaker wordt de rechter toezichthouder.

Rechters behandelden vorig jaar 2 procent meer zaken dan in 2013. Maar omdat de gemiddelde tijd voor een rechtszaak iets korter werd, onder meer door digitalisering, liepen de werkvoorraden niet op.

Dat blijkt uit het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak dat deze week is verschenen.

Onlangs beklaagde de voorzitter van de Raad, Frits Bakker, zich nog over de werkdruk voor de zittende magistratuur. Die lijkt, op basis van de jongste cijfers, niet toegenomen. Maar volgens een woordvoerder van de Raad kun je die conclusie hieruit niet trekken en is de werkdruk wél toegenomen. „De tijd dat een zaak op de plank ligt te wachten neemt weliswaar af, vooral in het strafrecht, maar zaken die voor de rechter komen worden juist ingewikkelder. Vooral omdat het Openbaar Ministerie steeds meer ‘makkelijke’ zaken zelf afdoet.”

Opvallend is dat de snelle stijging van het aantal supersnelrechtzaken voorbij lijkt, zo meldde de NOS gisteren op basis van cijfers van de Raad die niet in het jaarverslag staan. Dit type rechtzaken wordt in het strafrecht gebruikt om een verdachte te berechten binnen drie dagen nadat hij is aangehouden. In 2010 ging het om 1.115 supersnelrechtzaken, in 2011 steeg dat naar 1.372 en in 2012 naar 2.168, in 2013 waren dat er 2. 653. Vorig jaar waren het er 2.649.

Diefstal is het vaakst aanleiding tot supersnelrecht, gevolgd door het bezit van valse paspoorten en terugkeer na uitzetting als vreemdeling. Dikwijls betreft het verdachten die geen vast adres in Nederland hebben.

In totaal behandelden rechters het afgelopen jaar ruim 1,75 miljoen zaken. Bijna tweederde betrof civiel recht, ruim een kwart betrof strafrecht en de rest bestuursrecht.

De lichte stijging van het totaal aantal zaken ten opzichte van 2013 wordt voor deel veroorzaakt doordat de toezichthoudende rol van de rechter steeds groter wordt. Steeds vaker wordt de rechter gevraagd toe te zien op een eerlijke rechtsgang bij een bewind of faillissement. Zo waren er eind vorig jaar 260.000 zogeheten lopende beschermingsbewinden, een verdubbeling ten opzichte van begin 2009.

Het toenemend belang van toezicht en de rol van de rechter hierin is volgens de Raad voor de Rechtspraak deels te schrijven aan de economische crisis. Mensen raakten in de schulden en deden vaker een beroep op een vorm van beschermingsbewind.

Ook de vergrijzing speelt een rol: zorginstellingen willen graag één aanspreekpunt voor het toezicht op rekeningen. Daarvoor kan naast een mentor of curator ook een bewindvoerder worden aangesteld. De komende jaren legt dit type bewindszaken naar verwachting een nog groter beslag op de capaciteit van de rechtspraak.

De Raad voor de Rechtspraak zag vorig jaar het aantal ambtenarenzaken bij de bestuursrechter verdubbelen. Deze toename wordt toegeschreven aan de grootscheepse reorganisatie van de politie. Het aantal ‘Mulderzaken’, mensen in het geweer komen tegen opgelegde verkeersboetes, bleef min of meer gelijk: het beliep 194.010 zaken.

Dalers waren er in 2014 ook. Het aantal vreemdelingenzaken en handelszaken nam af.