Meesterwerk maken? Begin eens met een wandeling

De truc van Harry Mulisch, Halina Reijn en zo’n tweehonderd andere creatievelingen? Routine. En dat gaat prima samen met creativiteit, staat in het boek Dagelijkse Rituelen.

Illustrator Aart-Jan Venema tekende zijn eigen routines.

De Amerikaanse filmmaker Woody Allen neemt vaak een extra douche om knelpunten binnen zijn verhalen op te lossen. Dat werkt vooral als hij het koud heeft. „Dan sta ik daar onder kokend heet water, dertig of vijfenveertig minuten, alleen maar ideeën te verzinnen en de plot uit te denken.”

Wat zorgde ervoor dat Woody Allen Manhattan regisseerde, dat Truman Capote Breakfast at Tiffany’s schreef en Gustav Mahler zijn Vijfde Symfonie componeerde? Talent natuurlijk. Maar ook: routine. De Amerikaanse schrijver Mason Currey schreef een boek, Dagelijkse Rituelen, over hoe bijna tweehonderd bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken.

De Nederlandse versie van Dagelijkse Rituelen vulde journaliste Eva Hoeke aan met tien kunstenaars van eigen bodem, het boek verscheen in februari. Ze sprak met mensen als Mart Visser, Halina Reijn, en met de dochter van Harry Mulisch.

Het boek onthult bepaalde patronen. Veel kunstenaars plannen iedere dag een vast aantal uren om creatief te zijn, een ruime meerderheid van de kunstenaars in het boek doet dat ’s ochtends. Hiermee geven ze zichzelf een duwtje in de rug om te beginnen met werken.

Waarom zo vroeg?

‘Ochtendkunstenaars’ staan vroeg op, rond zes uur. Na een kop koffie of een specifiek ontbijt, hebben zij op z’n laatst rond negen uur hun werkplek gevonden: een hotelkamer, atelier of bankje in het park. Hier blijven ze werken tot een uur of twee ’s middags.

Waarom kunstenaars graag werken vroeg in de ochtend? Het is nog stil, niemand stoort en de is geest nog helder, aldus schrijvers als Hemingway, Miller en Orwell. Nederlandse kunstenaars zijn ook ochtendmensen. Halina Reijn leert nieuwe toneelteksten al om zeven uur, Annie M.G. Schmidt begon een uurtje later met een sigaret in haar hand.

De middagen hebben in het algemeen een minder vast ritme. Sommige kunstenaars, zoals schrijfster Maya Angelou, werken uitsluitend in de ochtend, en besteden de rest van de dag aan andere taken. Denk aan het huishouden, boeken en kranten lezen, muziek luisteren, brieven schrijven, slapen en voornamelijk: wandelen.

De avond is voor de vroege kunstenaars een tijd om te ontspannen; diegenen die ’s middags pas op gang komen werken vaak nog even door. Pianist Chopin was bijvoorbeeld een late starter, schrijver Harry Mulisch zette zelfs geen wekker.

En dan bestaan nog de nachtdieren onder de kunstenaars. Franse schrijver Gustave Flaubert schreef ’s nachts omdat hij overdag gehinderd werd door geluid, schrijver Friedrich Schiller omdat hij er niet tegen kon gestoord te worden. In een afgesloten tuinhuisje praatte hij hardop, ijsbeerde en dronk alcohol om wakker te blijven.

Naast alle routines op vaste tijden, onthult het boek ook nog een aantal praktische tips. Een wandeling is bijvoorbeeld populair onder kunstenaars. Wandelen is goed om inspiratie op te doen.

Psychoanalyticus Sigmund Freud wandelde met een stevige pas, modeontwerper Mart Visser wisselt wandelen af met gymnastiek. Componist Gustav Mahler deed wel drie of vier uur over een wandeling en schreef tussendoor ideeën op. Schrijver Charles Dickens gebruikte zijn dagelijkse wandeling om scènes te vinden die hij kon gebruiken in zijn verhalen.

NRC-columnist en essayist Bas Heijne gebruikt vooral muziek. De popmuziek die hij tijdens het schrijven hard aan heeft noemt hij ook wel ‘Trash for Writing’, zegt hij in het boek. Een werknummer is voor hem niet iets waar je van houdt of echt naar luistert: het moet een ‘wall of sound’ creëren die hem niet afleidt. Ook modeontwerper Mart Visser heeft tijdens het werk muziek aan staan, ‘van die vreselijke softe sunrise Ibiza Lounge’, omdat die ‘zo lekker monotoon is’.

Maar niet iedereen kan het

Routine alleen zorgt er natuurlijk niet voor dat je een goede schrijver wordt of een fantastisch componist, maar het kan je dwingen het beste uit jezelf te halen.

Vind je het lastig om een routine te ontwikkelen? Troost je dan hiermee: veel kunstenaars hebben of hadden daar zelf ook moeite mee. Schrijfster, dichteres en essayiste Sylvia Plath bijvoorbeeld schreef in haar dagboeken keer op keer ideeën voor nieuwe routines, maar deze mislukten allemaal in de uitvoering.

Je moet trouwens ook niet doorslaan. Dat wil kunstenaars ook wel eens gebeuren. Vincent van Gogh, schrijver Honoré de Balzac en wiskundige Paul Erdös werkten non-stop op maar een paar uur slaap. Maar daar hadden ze wel wat hulp bij nodig: amfetamine bijvoorbeeld, of zo’n vijftig koppen koffie per dag.