Lieve Steven,

Deze week verscheen de tweede trailer voor de nieuwe Jurassic Park-film. Wetenschapsredacteur Lucas Brouwers (27) schrijft een brief aan regisseur en producent Steven Spielberg. Want wordt het niet eens tijd om dinosaurussen realistisch weer te geven?

De gevederde Falcarius utahensis was ruim een meter hoog en leefde 125 miljoen jaar geleden. Het type vertegenwoordigt de overgang van een carnivore naar herbivore levensstijl van enkele dinosoorten. AP/Mike Skrepnick

Mijn fijnste jeugdtrauma heb ik aan jou te danken. Het was zondag en ik beschilderde een gipsen ninja turtle-beeldje met waterverf. Ik hoorde niet dat de deur openging. Ik had niet door dat iets of iemand me besloop. Tot ik een klauw op mijn rug voelde en er een sissende grom in mijn oren klonk.

Ik begon meteen te huilen. Ik wist het zeker: er zat een velociraptor in de keuken en ik ging eraan.

Mijn moeder had gelukkig niet de intentie mij te verslinden. Ze wilde me alleen maar laten schrikken. Dat is haar gelukt: ik had net Jurassic Park gezien en er nachtmerries aan overgehouden. Vooral die bloedstollende scène waarin twee kinderen zich in een keuken verstoppen voor pientere velociraptors had diepe indruk gemaakt.

Eigenlijk was ik te jong om je film te zien, Steven, maar ik was zo dinogek dat mijn vader me toch meenam naar de bioscoop. Ik verzamelde de dinoplakplaatjes van Panini. Kende alle oerreptielen bij naam, van Ankylosaurus tot Quetzalcoatlus. Voerde verhitte discussies met vriendjes: wie zou er winnen in de titanenslag tussen Allosaurus en Tyrannosaurus?

Dat is nu twintig jaar geleden. Zo lang is het geleden dat jij Jurassic Park uitbracht. Steven, wat jij in 1993 hebt gemaakt is van wereldklasse. Je haalde de dinosaurus onder het stof vandaan en blies hem leven in. Je liet dino’s snuiven, stampen, niezen, geiten verslinden en toilethuisjes omver kegelen.

En nu krijg je de kans om dat allemaal opnieuw te doen. Deze zomer verschijnt Jurassic World, de spirituele opvolger van Jurassic Park (laten we Jurassic Park 2 en 3 maar even vergeten). Een nieuwe generatie jongetjes en meisjes maakt dadelijk voor het eerst kennis met de magische beesten die hier honderd miljoen jaar geleden rondliepen. Man, wat zou ik graag in jouw schoenen willen staan.

Ik heb je trailers gezien, Steven. En wow. Je hebt het opnieuw geflikt. De dino’s leven weer. Je hebt zelfs aan een Mosasaurus gedacht, monster van de zee.

Alles klopte. Op één ding na. Je dino’s zijn bloot, Steven. Poedelnaakt. Je Velociraptors zijn nog even schubbig als twintig jaar geleden.

Jij weet toch beter?

Ze moeten je toch wel verteld hebben dat dino’s veren droegen? Jij hebt toch ook de fossielen gezien van gevederde raptors en pluizige tyrannosauriërs?

Velociraptors waren meer valk dan varaan, en dat weet je best. Kijk gewoon uit je raam Steven, en je ziet ze vliegen: vogels, de levende nakomelingen van dinosauriërs!

In Siberië vonden paleontologen zelfs een pluizige dino die amper aan vogels verwant is. Het beest droeg een kuifje en dons rond zijn romp. Het beeld van de dino staat daarmee voorgoed op zijn kop. Misschien waren álle dino’s wel met een pluislaagje bedekt, zelf die ouwe, trouwe Triceratops.

Paleontologen kunnen zelfs de kleur van veren achterhalen. In sommige fossielen zijn kleine pigmentzakjes bewaard gebleven, waarin de oorspronkelijke kleuren van veren bewaard zijn gebleven. Daarom weten we nu dat Sinosauropteryx rood met witte staartveren droeg.

Natuurlijk, dit is Hollywood. Dat begrijp ik best. De wetenschap doet soms een stapje terug voor het spektakel. Echte velociraptors kwamen amper boven je knieën uit. En waarschijnlijk joegen ze in hun eentje, niet in groepjes. Met een bezem zou je hem zo je keuken uitjagen.

Maar denk eens aan de gemiste kans! Je had kinderen een nieuwe nachtmerrie kunnen geven. Vlijmscherpe tanden in een donspak. Een terrorclown uit het Krijt. Een dier met de intelligentie van een raaf en de felheid van een roofvogel.

Maar niets van dat alles. Twintig jaar lang pluizen paleontologen zorgvuldig het ware gezicht van de dino uit, en jij doet alsof het nog steeds 1993 is.

Ik zag ook dat je een dino hebt verzonnen. Een monster om alle monsters mee af te troeven. Waar was dat nu weer voor nodig? Waarom heb je niet één van de vele dino’s die de afgelopen twintig jaar zijn ontdekt, tot leven gewekt? Was Giganotosaurus niet groot genoeg voor je? Yutyrannus te pluizig?

De werkelijkheid is veel gruwelijker en angstaanjagender dan alles wat jij kan verzinnen, Steven. Hoe echter jouw dino’s, hoe meer wij zullen griezelen.

Steven, je kan mijn kritiek afdoen als zuur of conservatief. Maar ik pleit juist voor verandering, een dinosaurus voor de 21ste eeuw.

Weet je Steven, ik denk dat je aan mijn kant staat. Dat jij stiekem droomt over dons en pluis. Over een scène waarin een jochie een pas uitgekomen Velociraptortje over zijn neusje streelt. Het is de studio. Die heeft je vast aangepraat dat de fans het niet zullen pikken als de dino’s uit hun jeugd een make-over krijgen.

Maak je geen zorgen. Deze zomer zit ik gewoon in de bioscoop. En als ik de volgende ochtend in de keuken mijn krantje lees, zal ik op mijn hoede zijn. Voor een klauw, verstopt tussen wat veren.

Je grote fan,

Lucas