Column

Hallo mannen. Hoe groot is jullie leaseauto eigenlijk?

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

Zelf heb ik nog nooit een leaseauto gehad omdat mijn baas me altijd haalt en brengt in zijn Audi A8, maar uit andere kantoorjungles begrijp ik dat de auto van de zaak een enorm dingetje is waar ik toch écht eens over moet schrijven. Ik dus een paar echte mannen gebeld en daar gaan we dan.

Ten eerste: de leaseauto is op zijn retour. Bedrijven bieden niet meer tegen elkaar op met auto’s zoals vroeger en jongere collega’s met baarden zal het vaak aan hun reet roesten of ze een auto krijgen – de stoerste gasten hebben sowieso geen rijbewijs. En tóch staan er nog elke dag miljoenen mannen van rond de 45 met hun lichtmetalen velgen in de file te glimmen. Dat komt: zij zien de auto nog als waardering van de baas, als hét accessoire om te laten zien wat je waard bent op kantoor. Als het om echte mannen gaat heeft een auto natuurlijk niets met een piemel te maken behalve dan dat hij erin moet passen, maar veel mannen denken daar heel anders over.

Ik zeg steeds ‘mannen’, want ik ken bar weinig vrouwen die het iets uitmaakt hoe groot hun leaseauto is, of ze leren bekleding hebben en of de AutoRai dit jaar nog doorgaat. Het maakt vrouwen meestal ook weinig uit waar een man in rijdt, zolang hij maar niet té veel kinderzitjes achterin heeft en de kont er niet te veel uitziet als een vierkante frietkraam – ik heb dit uiteraard nagevraagd.

Mannen daarentegen slaan aan op auto’s, dat is iets instinctiefs, net als dat er niet meer met ze te praten valt als er een decolleté in beeld is. Als je een kleintje hebt ben je dus jaloers op de jongens met een grote bak, als je zelf een auto mocht kiezen ben je belangrijker dan als je een auto ‘uit de poule’ hebt gekregen.

Er blijkt ook een rangorde in autokleuren te zitten. De topdogs hebben een zwarte, uiteraard glimmend, chromen accenten, en natuurlijk een Duitse – Skoda kan echt niet. En dan is er nog het hele elektrische verhaal: rijd je een laffe Outlander dan tel je minder mee dan in een degelijke diesel. Een snelle benzinemotor blijft natuurlijk de bom (no pun intended), maar is weer heel duur door de fiscus. Het dichtst in de buurt van een kek wagentje dat nog nét mag van de Belastingdienst is een Alfa Romeo, maar „dat is eigenlijk gewoon een handtas en geen auto”, zeggen mijn bronnen.

En dan is er nog de parkeerplaats, holy shit, die is nóg belangrijker dan die hele auto. Wie binnen het hek mag, en wie buiten: hoe dichter bij de ingang, hoe groter de piemel. Verder heb je nog het hele circus van de bpm, de bijtelling (snapt iemand dat eigenlijk?), voltanken vlak voor de grens op kosten van de baas en creatief boekhouden met ritjes naar de IKEA en de Efteling om je kilometers kloppend te krijgen.

Jongens. Ik denk dat jullie de conclusie al wel voelen aankomen: we stoppen gewoon lekker met die leaseauto’s. Het is te veel gedoe geworden, er worden mannen de dupe van en dat moeten we niet willen met z’n allen. Ik stel daarom voor dat de baas zijn mensen gaat ophalen in busjes en door het land gaat rijden als ze dan per se ergens heen moeten. Het moment is nu, Top Gear is ook voorbij. De leasebak kan er geruisloos achteraan.