Is er wifi? Dan kom ik werken

Als freelancer kun je overal aan de slag, want work is where the wifi is. De semigrant gaat daarom lekker parttime werken in het buitenland. Hoe pak je dat aan?

Foto Anaïs López

In New York woont Eva samen met haar vriend. En in Amsterdam huurt ze een kamer bij een vriendin. Iris leeft sinds een jaar in Kopenhagen. En minstens een week per maand logeert ze bij haar vrienden in Utrecht of bij haar ouders op Texel. En Tom is ruim een jaar geleden naar Berlijn verhuisd. Nou ja, gedeeltelijk. Want hij is net zo vaak bij zijn vriendin in Amsterdam.

Waarom zou je kiezen?

Trainer Eva Helmond (29), illustrator Iris Deppe (30) en grafisch ontwerper Tom Bogman (31) zijn gesemigreerd. Ze hebben hun hart verpand aan een buitenlandse stad, maar willen Nederland niet de rug toekeren – zoals een ouderwetse emigrant dat zou doen. Daarom verdelen ze hun tijd tussen twee plekken. Work is where the wifi is. Semigranten zijn vaak zzp’ers die vinden dat ze alleen internet en een computer nodig hebben om hun werk te doen. Ze zijn ongebonden, ook op persoonlijk vlak: semigranten hebben meestal (nog) geen kinderen – dat zou onhandig zijn met deze levensstijl. Waarom ze niet gewoon voor één land kiezen? Dat heeft vooral met zelfontplooiing te maken.

Illustrator Deppe vond haar woonplaats Utrecht best wel klein worden. Ze had het gevoel dat ze „alles en iedereen kende”. In Nederland wordt ze door sommige opdrachtgevers gezien als „de Iris die mooie dieren voor kinderboeken kan tekenen”. En dat vindt ze te gek, maar ze wil ook andere dingen doen. In Denemarken probeert ze juist vrijheid op te zoeken. Ze profileert zich vaker als kunstenaar dan als illustrator. „Ik werk nu bijvoorbeeld aan een videoclip voor een undergroundbandje.” Ze krijgt betaald in bier en onkosten. „Het voelt als een nieuw begin.”

Ook grafisch ontwerper Bogman wilde losbreken uit een sleur waarin hij was gekomen. „Berlijn is een soort pauze van het leven dat ik in Nederland had.” Bogman komt tot rust omdat hij minder sociale verplichtingen heeft. Naar die verjaardag van dat familielid hoeft hij nu bijvoorbeeld niet – in het buitenland wonen is een geldig excuus. In de tijd die overblijft kan hij nadenken over de richting die zijn carrière op moet gaan. Hij noemt Berlijn „een vakantieadres, maar dan functioneler”. Want hij is er wél aan het werk.

Eva Helmonds vriend kreeg een baan aangeboden in New York, en ze wilde hem niet de hele tijd missen. Haar semigratie lijkt daarom misschien opgelegd, maar het was altijd al haar droom om internationaal te werken. Al wil ze daar nu ook weer niet niet al te rigoureus in zijn. Haar Nederlandse klanten wil ze houden. „Ik heb drie jaar keihard gewerkt voor mijn bedrijf en kan eindelijk oogsten – het loopt net goed.” Helmond is een ondernemer die van alles doet: ze is trainer, verhuurt zichzelf voor dagvoorzitterschappen en geeft meditatieles. Haar klantenkring wil ze nu uitbreiden naar Amerika.

Je moet vooruit denken

Deze semigranten ‘vertrekken’ op het moment dat ze in hun eerste woonplaats een solide netwerk hebben opgebouwd. Handig, want een nieuw netwerk in hun tweede land is daardoor niet van levensbelang. „We doen precies waar de moderne wereld zich voor leent’’, zegt Bogman. „Het internet is allang geen nieuwe uitvinding meer. Je kunt alles overal doen.” Hij moet er een beetje om lachen, want het klinkt zo logisch.

Hoe pak je het aan als je zoals Helmond wél een netwerk in je nieuwe land wilt opbouwen? Wie zit er te wachten op diensten van iemand die de taal niet echt goed spreekt? Helmonds tip aan semigranten in spe: „Je moet ruim van tevoren de markt analyseren.” Daarom ging ze zelf in oktober vorig jaar al digitaal rondkijken in New York – terwijl ze in februari dit jaar pas (deels) vertrok. Ze wandelde door de straten op Google Maps en maakte alvast een afspraak met een Nederlandse businessclub. Even polsen of ze iets voor hen zou kunnen betekenen.

Werken wordt flexibeler

Hoeveel van dit soort semigranten er zijn, is onduidelijk. Onderzoeksbureaus kijken vooral naar officiële emigratiecijfers. Maar semigranten gaan niet écht weg en wonen niet écht in hun nieuwe land. Dus zijn ze onzichtbaar in de statistieken.

Maar het is aannemelijk dat er steeds meer van dit soort mensen bij komen. Het aantal Nederlandse zzp’ers groeit, en het aantal mensen dat de mogelijkheid heeft om te semigreren daarmee ook. Op de Amerikaanse universiteit Harvard is professor Beth Altringer onlangs begonnen met een onderzoek naar ‘digital nomads’. Mensen die meer dan één vaste verblijfplaats hebben. Zelf werkt ze al jaren veel in het buitenland, en ze merkte dat steeds meer mensen dat ook deden. „De beroepsbevolking krijgt veel meer te maken met onzekerheid en flexibiliteit. Daarom is het interessant om te onderzoeken wat een keuze [zoals semigreren] betekent, daar is nog niet veel over bekend”, zegt ze in een interview op nomadlist.com.

De semigranten uit dit verhaal willen graag méér. Helmond wil internationaal werken en méér klanten. Deppe en Bogman willen losbreken uit een sleur en méér vrijheid. Maar is meer uiteindelijk ook beter? Als je half op twee plekken woont, loop je misschien ook iets mis.

Leer je je nieuwe woonplaats bijvoorbeeld echt goed kennen? Bogman woont nu ruim een jaar in Berlijn, maar heeft zich nog niet echt op de Duitse taal gestort. En Deppe kan in het Deens nog geen zakendoen. Ze zouden de talen wel willen spreken, maar als je werkt ‘voor Nederland’, is de noodzaak er niet echt.

En netwerken lijkt ook moeilijker via e-mail. Lukt het wel om contact te houden met opdrachtgevers?„Ik ben soms wel bang dat ik een relatie verpest”, zegt Deppe. Ze moest het Kinderboekenbal missen omdat ze last minute was uitgenodigd en niet zo snel uit Denemarken weg kon. „Dat had een goed netwerkmoment kunnen zijn.”

Wanneer ga je heen en weer?

Bogman heeft het idee dat sommigen van zijn opdrachtgevers hem minder snel benaderen omdat ze denken dat hij niet beschikbaar is doordat hij in Berlijn woont. Maar dat is hij wel, want als een opdracht hem leuk lijkt, reist hij er gewoon voor heen en weer.

Voor Deppe kost een retourtje 160 euro en Bogman kan soms al voor minder dan 100 euro heen en weer. Dan is even naar een afspraak in Nederland niet zo’n probleem. Maar voor een retourticket New York betaalt Helmond zo 500 euro. „Ik ga niet voor een leuk klein klusje heen en weer. Ik moet strenge afwegingen maken. Is het financieel haalbaar? Sluit het aan bij mijn doelen?”

Het kan voor Nederlandse opdrachtgevers ook aantrekkelijk zijn dat je niet in Nederland bent, denkt Helmond. „Het betekent dat je het lef hebt om te pionieren in het buitenland.”

De studie die aan Harvard is gestart heeft ook tot doel te onderzoeken of werken in verschillende landen een gunstig effect kan hebben op je carrière.

Maar de beweging is nu nog te jong om de effecten op lange termijn te kennen, zegt onderzoeksassistent Daria Evdokimova op nomadlist.com. „We weten niet of de keuze voor deze levensstijl op de lange termijn financieel houdbaar is en wat de gevolgen zijn voor pensioen, het sociale leven, familieplannen.”

Administratieve rompslomp

Voor deze wereldburgers gelden ook veel onduidelijke regels. In Nederland richten sommige financiële adviseurs zich daarom op mensen die meer dan één land als thuisbasis hebben. André Kievit begon onlangs Dutch Global Citizens. Hij werkte al voor een groter bedrijf dat Nederlandse bedrijven op de internationale markt voorlichtte, maar merkte dat veel zzp’ers op eigen houtje begonnen. „Ze belanden in een wirwar van regels.”

De meeste semigranten zuchten daarom als de woorden ‘Belastingdienst’, ‘inschrijven’ of ‘zorgverzekering’ vallen. Als je je tijd verdeelt over twee landen, welk land heeft dan recht op jouw belasting? Mag je bedrijf geregistreerd staan in het ene land, terwijl je woonadres ergens anders is? De semigranten hebben daar geen eenduidig antwoord op. Kieviet: „De overheid heeft nog niet echt over dit soort mensen nagedacht.”