‘Iedereen schreeuwde. Vijf minuten, toen zonk de boot’

Kapitein liet vissersboot op schip botsen. Wie minst betaalde zat benedendeks klem.

„Iedereen schreeuwde. Van beneden, waar de Afrikanen waren opgesloten, hoorden we kreten om hulp. ‘Help, help.’ Het duurde maar heel kort. De vissersboot kapseisde en toen lagen we allemaal in het water. Vijf minuten, niet meer, en toen is de boot gezonken.’’

Zo vertelde een jongen uit Bangladesh, in zinnen die door de emotie en vertaalproblemen staccato zijn geworden, tegen de Corriere della Sera wat er zaterdagnacht op de Middellandse Zee is gebeurd.

Twee andere overlevenden van deze ramp, jongens uit Somalië, vertelden, elkaar aanvullend, hoe ze in de donkere nacht ineens een enorme klap hadden gehoord. „Ze schreeuwen allemaal. Ze duwden met hun handen en ellebogen anderen opzij. Vuistslagen. Angst. Ik weet niet hoe, maar we zijn er in geslaagd net op tijd weg te zwemmen. Terwijl de vissersboot zonk.” En ook zij zeiden hoe ondertussen de mensen die benedendeks opgesloten zaten, vertwijfeld om hulp riepen.

De Corriere kreeg gisteren toestemming met drie minderjarige overlevenden te spreken. De organisatie Save the Children gaf daarnaast een samenvatting vrij van een gesprek met één minderjarige overlevende van de ramp. Uit deze verklaringen ontstaat voor het eerst een enigszins samenhangend beeld hoe deze reis naar een beter leven uitliep op waarschijnlijk de grootste ramp met bootvluchtelingen sinds de Tweede Wereldoorlog.

Zo zijn er sterke aanwijzingen dat de kapitein van de vissersboot mede schuldig is aan de ramp. Hij behoorde tot de 28 overlevenden en is met een ander lid van de bemanning gearresteerd nadat deze groep maandagnacht in Catania was aangekomen.

„Wij zaten met een man of dertig op het hoogste punt van de vissersboot”, vertelde de jongen uit Bangladesh, aangeduid als Nasir. „Vlak bij de Syrische kapitein en een andere stuurman, een Tunesiër. De Syriër dronk. wijn. Hij dronk en rookte hasjiesj.”

Volgens Nasir is de kapitein recht op de zijkant van het Portugese containerschip af gevaren dat te hulp was geschoten, in plaats van de vissersboot langszij te brengen. „Instinctief is iedereen achteruit gegaan”, naar één kant van de boot. Toen is de vissersboot omgeslagen.

Hierbij blijft onduidelijk of dit een bewuste manoeuvre van de kapitein is geweest, of een stuurfout. Bij de ramp vielen volgens de VN 850 doden.

„We probeerden te blijven drijven, misschien een half uur”, zei Nasir. „Je kon niets zien. De Filippijnse zeelui van het schip hebben touwtrappen naar beneden gegooid. Ik heb er een vastgegrepen, ben erin geslaagd naar boven te klimmen. Ze waren allemaal erg aardig. Ze hebben ons koffie gegeven, thee, dekens. Het was voorbij, eindelijk voorbij.”

Deze overlevenden hebben verteld dat ze zaterdag uit Libië waren vertrokken. Een van hen vertelde dat ze met een rubberboot naar de vissersboot waren gevaren. Er waren veel verschillende nationaliteiten: Mali, Somalië, Ethiopië, Bangladesh, Sierra Leone, Niger, Nigeria, Soedan, Senegal. De mannen die het minst hadden betaald, werden opeengepakt op het onderste dek; ze moesten bij elkaar op schoot gaan zitten en daarna zijn de deuren op slot gedaan.

De twee jongens uit Somalië zaten op het middelste dek. Omar , 17 jaar, vertelde dat hij vorig jaar met een groep van 35 mensen was vertrokken uit het noorden van Somalië. Na een lange, zware reis is hij uiteindelijk in Tripoli aangekomen. Daar is hij gearresteerd. Zijn zuster Sarah, die bij hem was, is hij uit het oog verloren. Ze zou met een ander schip zijn vertrokken. Zijn landgenoot Abdirizzak, 16, hoopt dat hij door kan reizen naar een neef in Noorwegen. En Nasir vertelde dat hij twee jaar geleden met het spaargeld van zijn familie naar Libië was gevlogen, om geld te gaan verdienen voor zijn moeder, broer en twee zussen. Daar werkte hij als automonteur, tot het een maand geleden te gevaarlijk werd en hij besloot te proberen op een boot naar Europa te komen.