‘Het moet schuren, realistisch zijn’

De documentairemaker en regisseur van tv-serie ‘Ramses’ werkt aan zijn eerste speelfilm, ‘Niemand in de stad’. „Het wordt geen romantische film over het studentenleven. Ik hou van grof, ruw, vies.”

Foto Rien Zilvold

Ik droom ervan dat ik überhaupt een speelfilm mag maken. Dat klinkt misschien gek, maar de weg naar een film is in Nederland zo lang. Zeker als het, zoals bij mij, je eerste is. Filmmakers zijn gewend dat ze zes jaar bezig zijn voordat het eindelijk lukt.

„Mijn tv-serie Ramses was een goede voorbereiding op het maken van een film. Voor het eerst stond ik met een enorme crew op de set. In het begin wist ik ook nog niet wie iedereen was en wat hun taak was. Van de afdelingshoofden natuurlijk wel, maar niet van de assistent van de assistent. Daar kwam ik na een paar dagen pas achter.

„Het regisseren van de acteurs vond ik heel erg leuk. Daarvan weet ik ook dat ik het goed kan. Ik ben zelf ooit begonnen als acteur dus ik kan me goed inleven. Maar ook in mijn werk als documentairemaker probeer ik altijd goed naar iemand te kijken, te luisteren en mensen vertrouwen te geven. Geweldig dat Maarten Heijmans, die Ramses Shaffy speelde, uiteindelijk een Gouden Kalf won.

„De speelfilm waar ik nu mee bezig ben is Niemand in de stad, naar het boek van Philip Huff – hij schrijft ook het scenario. Het speelt zich af in het Amsterdamse studentenleven en gaat over drie jongens die worstelen met de relatie met hun ouders, vooral met hun vaders. Vluchten in het studentenleven is makkelijk, maar er komt een punt waarop ze moeten besluiten: kies ik voor de route die voor me is uitgestippeld, of ga ik mijn eigen weg?

„Het is een mooi verhaal en het past bij het soort films dat ik wil maken. In alles wat ik maak, komen mensen voor die hun dromen en fantasieën najagen. Of mensen die proberen te ontsnappen aan hun vastgeroeste leven. Maar het wordt geen romantische film over het studentenleven zoals Brideshead Revisited of zo. Ik hou van grof, ruw, vies. Het moet schuren, realistisch zijn. Misschien komt dat door mijn documentaire-achtergrond.

„Ik hoop dat ik binnenkort kan beginnen met casten, zodat ik er zeker van ben dat ik drie goede acteurs van maximaal 21 jaar heb. Liefst onbekende acteurs. Anders krijg je dat mensen zeggen: hé, daar heb je die jongen van Penoza. Ik ga niet zes jaar wachten voordat ik er eindelijk aan kan beginnen. Ik ben nu 51, dan zou ik 57 jaar zijn als mijn eerste film uitkomt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.”