Het knetterde tussen Rutte en Zijlstra, achter de schermen

Over ‘bed, bad en brood’ zocht premier Rutte meteen een compromis. Maar VVD-fractievoorzitter Zijlstra wilde deze keer meekijken naar mogelijke oplossingen.

Midden vorige week, beamen ze in de VVD, heeft het even „geknetterd” tussen Halbe Zijlstra en Mark Rutte. De twee VVD-prominenten stonden in de bed-bad-broodcontroverse tegenover elkaar – omdat hun benadering van de coalitiepartner totaal verschillend was.

Rutte koos voor zijn bekende empathische houding. Hij zoekt naar „het knopje”, zoals hij dit in kleine kring noemt, „om de ander in beweging te krijgen”. En in essentie heeft vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) in onderhandelingen dezelfde aanpak.

Vandaar dat al begin vorige week, kort na de uitspraak van de Raad van Europa, in de coalitie gesprekken op gang kwamen waarin van Zijlstra werd verwacht dat hij de positie van de VVD-fractie – ‘de Raad van Europa geeft ons gelijk: geen opvang’ – moest laten varen. Dit ging de fractievoorzitter van de VVD te ver. Eerder werd Zijlstra al eens door Rutte voor voldongen feiten geplaatst, met name rond het sociaal akkoord van voorjaar 2013.

Deze keer dwong de fractievoorzitter af dat de rest van de partijtop – de zogeheten kerngroep met daarin onder meer de partijvoorzitter en de fractievoorzitter in de Eerste Kamer – meekeek naar mogelijke oplossingen. Ook praatte Zijlstra zijn fractie vorige week donderdagmiddag al bij. Hij liet weten dat hij niet uit was op een val van het kabinet, maar ook dat dit wel de politieke consequentie kon zijn.

Zo kwam er een impasse

Het leidde tot de impasse van vorige week: terwijl VVD-partijleider Rutte als premier aanstuurde op een zo snel mogelijke oplossing van het bed-bad-broodconflict, wist Zijlstra met steun van partijgenoten te markeren dat de VVD niet zomaar zou inbinden.

De VVD onderhandelde met de coalitiepartner maar was onderling onmiskenbaar verdeeld. Hetgeen werd geaccentueerd toen talrijke VVD-burgemeesters – zoals Van Aartsen (Den Haag) en Van Zanen (Utrecht) – zich in deze krant aansloten bij de PvdA-roep om een vorm van minimale opvang.

Ook in de PvdA groeide zodoende onzekerheid over de ware bedoelingen van de VVD. Terwijl Zijlstra de hele vorige week voet bij stuk hield, lieten ook VVD-prominenten als de ministers Schippers (Volksgezondheid) en Kamp (Economische Zaken) doorschemeren dat zij de strengheid van Zijlstra weliswaar steunden, maar óók dat zij met Rutte geen kabinetscrisis wilden.

En daarna toch een compromis

Toen eind vorige week de slotsom was dat VVD en PvdA hun geschil op geen enkele manier hadden weten te verkleinen, groeide ook in PvdA-kring de vrees dat Zijlstra, en niet langer Rutte, het laatste woord binnen de VVD had.

En nog maandagochtend sprak Zijlstra tegenover een verslaggeefster van de NOS een vergelijking uit die hij vorige week al aan de onderhandelingstafel liet vallen: dat Holleeder nooit in de cel zou hebben gezeten wanneer hij even lichtzinnig met gerechtelijke uitspraken was omgesprongen als de uitgeprocedeerde asielzoekers om wie het crisisoverleg draait.

Ondanks die harde uithaal bleek de VVD, met Zijlstra’s instemming, maandag toch bereid te onderhandelen over een compromis. Bronnen in beide partijen beamen dat zondag in feite was dooronderhandeld: eerst ’s ochtends tussen Rutte en Samsom bij de laatste thuis, ’s middags in kleine VVD-kring en ’s avonds door Asscher en Zijlstra bij de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) thuis.

Het leidde in hoofdlijnen tot het akkoord dat staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) maandag in een niet geopenbaarde conceptbrief verwoordde: een vorm van minimale opvang gecombineerd met een veel strenger uitzettingsbeleid.

Na de onderhandelingen daarover diezelfde avond, klonken gisteren positieve geluiden uit beide partijen: de wil om „eruit te komen” zou maandag helder zijn gebleken. Nu de verdeeldheid in de VVD achter de rug lijkt, wordt het de vraag of de PvdA-fractie het eventuele compromis kan dragen. Eerder was dit vaak moeilijk op dit onderwerp.