De windsurfende immigrant: ‘Atlantic.’ is plots heel urgent

Soms is een speelfilm opeens heel urgent. Zoals het bloedmooie, poëtische Atlantic. van Jan-Willem van Ewijk, die deze week uitgaat. Over de Marokkaanse visserszoon Fettah die op zijn surfplank richting Spanje vaart. Of hij voet aan wal zet of verdrinkt? Laten we zeggen dat hij klem zit. Zijn dorp is te klein geworden, maar Europa is ver.

De vluchtelingencrisis rond de Middellandse Zee maakt Atlantic. heel actueel, maar speelfilms zetten al jaren het wrange contrast aan tussen toerisme en immigratie, hedonisme en overleving. Neem de film Terraferma (2012): halfdronken toeristen duiken met stamphouse van een partyboot waar eerder vluchtelingen verdronken.

Voor Van Ewijk begon Atlantic. met een nieuwsfoto uit Grand Canaria: een meisje speelt in het zand naast een aangespoeld lijk. Zelf was hij er in 2002 vroeg bij toen de mondiale windsurfelite het Marokkaanse vissersdorp Moulay Bouzerktoun ontdekte, met zijn extreme golven. Ze stonden er met campers en lieten kapotte planken achter („oké, dat deugde niet”). Om het jaar daarop te ontdekken dat visserszonen ze hadden opgelapt en al snel beter surften dan de bezoekers.

En hoe gaat het dan? Je raakt bevriend, ze zien je spullen, camper, four wheel drive, filmpjes en foto’s van thuis. De vrouwen zitten in bikini op het strand terwijl de jongens zelf te arm zijn om te trouwen. Niet dat Van Ewijk suggereert dat zij vertrekken uit onvervuld amoureus verlangen, maar ook andere films zien een erotisch element in migratie. Neem de verbluffend evocatieve opening van The Invader van Nicolas Provost (2011), waar een statige, naakte blondine drenkelingen begroet die aanspoelen op een nudistenstrand.

Toen Van Ewijk in januari Atlantic. vertoonde in Rotterdam, zei acteur Fettah Lamara geen reden te zien om Marokko te verlaten. Maar, zegt Van Ewijk, hij woont nu de helft van zijn tijd in Parijs, en andere lokale medewerkers van zijn film wonen in Brussel en Californië. Bedierven hij en zijn surfvrienden de onschuld van de pastorale idylle Bouzerktoun, brachten zij de jongens het hoofd op hol? Dan onderschat je de armoede en uitzichtloosheid, vindt hij: al is er broodnijd in het dorp geslopen, toerisme is wel een noodzakelijke nieuwe bron van inkomsten nu trawlers de kustwateren leeg vissen om Europa te bedienen.

Van Ewijk interviewde voor zijn film immigranten: één maakte de oversteek door in surfpak aan een veerboot te hangen. „In films zijn ze vaak een gezichtsloze massa hulpelozen. Slachtoffers. De realiteit is dat het avonturiers zijn met dromen van een beter leven. Die een baan achter zich laten: zo’n oversteek kost duizenden euro’s.” En ze blijven komen, ook zonder oorlog en honger, denkt hij. En ook zonder surftoeristen. „Zolang er tv, internet en Facebook is.”