Column

De man uit Najaf

Op de Facebook-pagina van de man uit Najaf stonden eerst afbeeldingen van Honda’s en BMW’s. Sinds dit jaar plaatst zijn 15-jarige zoon foto’s van de ‘Angel of Death’, anti-IS-strijder Abu Azrael, de commandant van de Imam Ali-brigade. „Mijn hart”, schrijft hij, „is in Irak.”

Het is een brave jongen met ponyhaar als hij zich voor komt stellen in hun rijtjeshuis in Houten. Hij zit in 3 havo. In de voortuin staan narcissen, maar in Tikrit is vorige maand zijn neef Wahid omgekomen in de strijd tegen het kalifaat. Hij was 29 jaar. Op het computerscherm staat als screensaver zijn portret – een man in camouflagepak omgeven door heilig licht met links en rechts van hem zijn kinderen.

De man uit Najaf is shi’itisch, een minderheid binnen de Nederlandse moslimgemeenschap. „Levensgevaarlijk”, zegt hij. Hij is taxichauffeur. „Het is een kruitvat. Ik zie overal IS-strijders op straat.”

In 2012 pleegden salafisten een aanslag op een shi’itische moskee in Brussel. Na de stichting van het kalifaat vorig jaar juni riep ayatollah Sistani shi’ieten op de wapens te grijpen: „Om het land te beschermen”, zei hij. „Het volk, de eer van de burgers en van de heilige plaatsen.” Sinds kort vechten neven en vrienden van de man uit Najaf in de provincie Anbar. Daarom wil hij niet met zijn naam in de krant.

De man uit Najaf weet zelf ook hoe je een kalasjnikov gebruikt. In de jaren 80 was hij moedjahedienstrijder tegen Saddam Hoessein. Met zijn kleine eenheid pleegde hij aanslagen in de stad op veiligheidsagenten, leden van de Baath-partij en militairen. „We waarschuwden ze eerst: verlaat Najaf. Ze joegen ons op, executeerden onze vrienden. Daarop schakelden wij ze uit – wel dertig Saddam-getrouwen.”

In 1990 vluchtte hij naar Saoedi-Arabië, waar hij drie jaar met 60.000 politieke vluchtelingen in een gevangenenkamp zat. „We stonden alleen, shi’ieten in een sunnitisch land. De Verenigde Staten kozen in die tijd de kant van Saddam.” Hij laat foto’s zien van een woestijnlandschap met witte tenten. Daartussen staat hijzelf, omzwachteld met witte lappen. Zijn zoon heeft de foto’s als trofee op hun Facebook-pagina gezet.

In het najaar van 1993 kwam Max van der Stoel als VN-rapporteur Irak in het gevangenkamp. De ogen van de man uit Najaf glimmen. Hij doet na hoe Van der Stoel met rechte rug en stijve nek door het kamp liep en hem aansprak. „Eindelijk steun!” De oud-minister van Buitenlandse Zaken beijverde zich voor politiek asiel voor de shi’ieten in Nederland. Zestig van hen kwamen in Houten terecht, onder wie de man uit Najaf en zijn broer. En kijk, nu lijkt hij zelf op Van der Stoel met zijn ruitjesbloes, bril en nette broek.

„Nu ben ik doodsbang voor mijn kinderen”, zegt hij.

Van de 550 moskeeën in Nederland zijn er tien shi’itisch. „Shi’ieten in Nederland gooien geen olie op het vuur”, zegt islamoloog Annemeik Schlatmann, gespecialiseerd in shi’itische geloofsleer. „De meesten zijn hoogopgeleid. Ze noemen zich ‘Nederlanders’, laten zich vaak hier begraven. Maar ze zijn wel bang voor provocaties.”

Ayatollah Sistani heeft zijn zegen gegeven aan shi’ieten die terug willen keren naar Irak om tegen het kalifaat te vechten. De man uit Najaf gaat niet meer. „Ik laat mijn kinderen niet alleen”, zegt hij. Hij kent wel enkele shi’ieten die zijn vertrokken en van de zomer reist hij naar Irak om zijn familie te steunen. Zal zijn zoon dan naar het front gaan? „Hij is niet getraind, hij weet niets van wapens”, zegt hij. „Hij is een watje. Het lijkt me niet verstandig.”