Australië zegt no way tegen migranten...

Bijna 1.000 migranten verdronken deze week op weg naar Europa. Hoe zulke tragedies te voorkomen? NRC onderzoekt drie manieren. Wat zijn de voors en tegens? En wat zijn de ervaringen?

nrc.nl/

Een 175 meter lang Australisch marineschip , dat in 2010 noodhulp naar Haïti vervoerde, meerde vorige week vrijdag af in de Vietnamese havenstad Vung Tau met een bijzondere missie: het terugbrengen van 46 Vietnamese vluchtelingen. Ze waren voor de Australische kust opgepikt. Aan boord werd hun asielaanvraag afgewezen, waarna ze linea recta retour gingen. Zonder ooit één voet Down Under te zetten.

Australië heeft een ultra-restrictief asielbeleid: bootvluchtelingen komen er gewoon niet in. Mocht de Europese Unie ook voor zo’n oplossing kiezen, dan kan de tocht van ‘Her Majesty’s Australian Ship’ Choules een voorbeeld zijn voor Italiaanse, Spaanse en wellicht Nederlandse fregatten.

De conservatief-liberale regering onder leiding van premier Abbott redeneert als volgt: als asielzoekers weten dat ze nooit per boot Australië bereiken, wagen ze hun leven niet. „De enige manier om nog meer doden te voorkomen, is door de boten te stoppen”, zei Abbott maandag in een reactie op de drama’s op de Middellandse Zee. „Daarom is het zo belangrijk dat Europa zeer krachtig beleid formuleert dat een einde maakt aan mensensmokkel.”

Wat Abbott bedoelt is: Europa kijk eens wat wij in Australië in twee jaar voor elkaar hebben gekregen.

Nog niet zo lang geleden waren het Australiërs die geschokt en angstig keken naar beelden van schipbreukelingen voor hun kust. Vanaf 2008, toen zeven schepen met 161 asielzoekers in Australische wateren kwamen, steeg het aantal bootvluchtelingen explosief. In 2012 trof de Australische marine 278 boten met 17.200 vluchtelingen aan, in 2013 waren dat volgens officiële cijfers 300 schepen met 20.582 vluchtelingen. In die twee jaar stierven minstens 640 schipbreukelingen. Pakistan, Iran, Sri Lanka, Afghanistan en Irak zijn de belangrijkste landen van herkomst. Vaak stappen ze in Indonesië op een boot. De aantallen vallen in het niet bij de half tot één miljoen vluchtelingen die de EU dit jaar verwacht.

Geheimhouding van cijfers

Na zijn verkiezingsoverwinning in 2013 beloofde Abbott dat Australiërs niet langer hoefden te aanschouwen hoe zich scheepsrampen voltrokken voor hun kust . Én Australiërs hoefden niet langer te vrezen dat hun land overspoeld zou worden door asielzoekers. In minder dan twee jaar tijd heeft Abbott de overwinning geclaimd: het aantal boten dat Australische wateren bereikt is volgens zijn regering met 90 procent gedaald.

Of die informatie klopt, is moeilijk te controleren. Een van de eerste stappen van Abbott was totale geheimhouding over het aantal vluchtelingenboten dat door de marine en kustwacht werd onderschept. Te veel vluchtelingennieuws zou andere asielzoekers alleen maar op het idee brengen de overtocht te wagen.

Bij hoge uitzondering maakte minister voor immigratiezaken Peter Dutton in januari bekend dat in de anderhalf jaar dat Abbott aan de macht is, vijftien vluchtelingenboten, met aan boord 429 asielzoekers, door de Australische marine en kustwacht gekeerd zijn. Dat terugkeren is nieuw. Vluchtelingen van zeewaardige boten worden niet gered, maar richting Indonesië gesleept. Dit levert ruzie met Indonesië op, dat ook niet zit te wachten op asielzoekers, maar zorgt er wel voor dat de bootvluchtelingen statistisch en publicitair gezien verdwenen zijn.

Bootvluchtelingen die wel door de Australische autoriteiten worden opgepikt, wacht geen beter lot. Australië breidde de afgelopen jaren de samenwerkingsverbanden met arme eilandstaatjes uit. In ruil voor ontwikkelingsgeld stuurt Australië bootvluchtelingen naar detentiecentra op Papoea-Nieuw-Guinea, Nauru (een piepklein eilandje in de Stille Oceaan op 3.000 kilometer van de Australische kust) en binnenkort ook Cambodja. Sinds kort heeft Australië een afspraak dat asielzoekers die inderdaad politiek asiel verdienen zich in deze landen, en dus niet in Australië, mogen vestigen.

Het kost veel geld om de uitgestrekte Australische noordkust te surveilleren. Hoe de Australische marine en kustwacht te werk gaan is geheim, maar analisten vermoeden dat er minstens vijftien patrouilleschepen, drie fregatten die een langere afstand kunnen afleggen, drie geavanceerde Orion-vliegtuigen, acht kleinere patrouillevliegtuigen en een gevangenisschip bij betrokken zijn. Ter vergelijking: de Europese kustwachtmissie Operatie Triton in de Middellandse Zee, bestaat op dit moment uit drie grotere schepen en een handjevol motorboten, vliegtuigen en helikopters. De EU gaat dit wel uitbreiden.

De kosten van de grensbewaking in Australië bedroegen vorig jaar circa 600 miljoen Australische dollar (477 miljoen euro). Daar komen nog kosten van de buitenlandse detentiecentra van 2,9 miljard dollar bij. Ook moet Australië komende vier jaar Papoea-Nieuw-Guinea 400 miljoen dollar extra aan ontwikkelingshulp betalen. Ter vergelijking: Operatie Triton moet het doen met 35 miljoen euro per jaar.

Schending van VN-Antifolterverdrag

Premier Tony Abbott mag zijn beleid een succes vinden, onomstreden is het allerminst. De detentiecentra zitten overvol. Sommige asielzoekers wachten meer dan een jaar op behandeling van hun asielaanvraag. Ze gaan in hongerstaking of proberen zelfmoord te plegen. De asielzoekers die vastzitten op Manus Island, het detentiekamp in Papoea-Nieuw-Guinea, vrezen dat ze worden aangevallen door de lokale bevolking als ze zich in het arme land vestigen. Bij een opstand vorig jaar kwam een Iraanse asielzoeker om.

De Australische aanpak van bootvluchtelingen is in strijd met internationaal recht, zegt Juan Mendez, VN-rapporteur inzake foltering. De omstandigheden in de detentiecentra zijn zó slecht, met een continue dreiging van geweld, dat het Australische beleid het VN-Antifolterverdrag schendt. Abbott reageert daarop door te zeggen dat „Australiërs er kotsmisselijk van worden door de VN de les te worden gelezen”.

Eerder oordeelden mensenrechtenorganisaties dat het niet alleen genant is dat Australië, een van de rijkste landen ter wereld, de opvang van vluchtelingen uitbesteedt aan ontwikkelingslanden, maar dat dit in strijd is met het VN-Vluchtelingenverdrag. Dat was gisteren ook de reactie van de VN-Vluchtelingenorganisatie op de enkele reis die de 46 Vietnamese asielzoekers aan boord van HMAS Choules kregen. Zo snel, midden op zee, een complex asielverzoek afhandelen kan nooit deugdelijk zijn, aldus de VN-Vluchtelingenorganisatie. Dat is kwalijk, zegt een woordvoerder vanuit Bangkok. „Australië vergroot zo de risico’s van mensen die kwetsbaar zijn.”