‘Animatie kan onder de huid kruipen’

De Nederlandse animator werkte mee aan ‘Kurt Cobain: Montage of Heck’, een nieuwe documentaire over de Nirvana-zanger. „Ik kan echt niet harder werken dan ik werk.”

In Montage of Heck animeerde de Nederlander Hisko Hulsing de jonge jaren van Kurt Cobain. Die bleef ook toen hij een wereldster was tekenen, schilderen en gedichten schrijven.

De Amerikaanse regisseur Brett Morgen was al een jaar op zoek naar een animatiestudio om een bijdrage te leveren aan zijn documentaire Kurt Cobain: Montage of Heck, de eerste docu over de zanger van Nirvana die met instemming van de nabestaanden is gemaakt. Voor de film zijn tekeningen, schilderijen, demo’s, homevideo’s en geluidscollages van Kurt Cobain uit de kluis gekomen die nooit eerder zijn vertoond. Brett Morgen kreeg de uitnodiging om de film te maken van de weduwe van Cobain, Courtney Love. Zijn documentaire over filmproducent Robert Evans, The Kid Stays in the Picture (2002), was bij haar in de smaak gevallen. Maar Morgen ging uiteindelijk in zee met dochter Frances Bean Cobain als producent, die twee jaar oud was toen haar vader zelfmoord pleegde.

Het werk van de meeste animatiestudio’s in Hollywood vond Morgen te steriel. Zo kwam hij uiteindelijk in Nederland terecht: bij de Amsterdamse animator Hisko Hulsing (43). Morgen was zeer te spreken over Hulsings veelvuldig bekroonde korte film Junkyard (2012) die hij online had gezien: een duister verhaal over een man die zijn leven aan zich voorbij ziet trekken nadat hij is neergestoken in de metro, en zich een jeugdvriendschap herinnert met een jongen die op het verkeerde pad kwam. De thematische verwantschap met verhaal van Cobain lag voor het oprapen: ook dat is een coming-of-ageverhaal, waarin drugs een belangrijke rol spelen.

Twee sequenties in de film zijn door Hulsing en zijn medewerkers geanimeerd: de beelden bij een geluidsopname waarin Cobain trieste herinneringen ophaalt aan zijn moeizame middelbareschooltijd en eerste seksuele ervaringen. En de beelden bij een geluidscollage die hij al ruim voor de doorbraak van Nirvana maakte op een viersporenrecorder, die bestaat uit geluidseffecten, flarden vervormde muziek, en een toevallig opgenomen telefoongesprek; Cobain bedacht daar zelf de titel Montage of Heck voor, meteen de titel van de film. Hulsing leverde niet het enige animatiewerk voor de film. De Amerikaanse animator Stefan Nadelman bracht tekeningen en schilderijen van Cobain tot leven.

Hulsing leverde al een bijdrage aan de deels geanimeerde documentaire The Last Hijack, over Somalische piraten. Een project bij studio Warner Brothers met regisseur Richard Linklater strandde vorig jaar in de ontwikkelingsfase.

Hisko Hulsing: „Mijn liefde voor animatie begon bij The Wall van Pink Floyd. Daar was ik een enorme fan van toen ik vijftien was. Door de animaties kwam je in het hoofd van de personages terecht. Animatie is een heel effectieve manier om de innerlijke wereld van iemand te verbeelden. Steeds meer documentairemakers beginnen dat ook te beseffen. Je kunt met animatie heel dicht op iemands huid komen.”

Voor elk beeld voor Montage of Heck maakte Hulsing eerst een storyboard. „Ik moest dat heel snel doen, zo’n twaalf tekeningen per dag. Maar ik besefte niet dat je daar bij de Amerikaanse manier van werken vervolgens ook echt aan vastzit. Als het storyboard is goedgekeurd, is het vrijwel onmogelijk om er nog van af te wijken. Ik film ook altijd alle scènes van tevoren met acteurs. Dan wijk je altijd wel een klein beetje af. Dat bleek buitengewoon lastig te liggen.”

De animator had zes jaar min of meer in splendid isolation kunnen werken aan Junkyard; een film van 18 minuten. Nu had hij precies vier maanden de tijd om zijn werk voor de Cobainfilm te doen: twee sequenties, zeven minuten film, 130 shots. Dat zorgde voor een race van deadline naar deadline. Hulsing werkte zeven dagen per week, veertien uur per dag, aan de film. „Zeven minuten animatie, dat is echt heel veel. Eerst wilde ik alles zelf doen, maar ik kwam er al snel achter dat ik andere mensen zou moeten inhuren. Daar heb ik veel van geleerd. Als je goede mensen inhuurt krijg je soms een cadeau: werk dat beter is dan je zelf zou kunnen maken.”

Al zijn achtergronden bestaan uit met olieverf geschilderde schilderijen; zijn handelsmerk. Op basis van de schilderijen ontwerpen 3D-animatoren vervolgens de ruimte. Daardoor lijkt het alsof de kijker door het schilderij loopt. „Op sommige dagen moest ik drie schilderijen per dag af zien te krijgen. Dat kon niet anders. Ik leek soms wel een robot. Uiteindelijk heb ik ook zoveel hulp moeten inhuren, dat de klus helemaal niet zo goed betaalde. Maar we hebben de deadline precies op de dag gehaald. Mocht ik weer in zo’n grote Amerikaanse productie stappen, weet ik nu in ieder geval dat ik meer tijd en meer geld moet vragen. Vooral meer tijd, want ik kan toch niet harder werken dan ik werk.”

Hulsing had een budget tot zijn beschikking van 250.000 dollar: 30.000 euro per minuut film, terwijl een grote animatiefilm in de VS al snel een miljoen dollar per minuut kost. Hij ontwierp eerst in 3D het hoofd van Kurt Cobain. „Hij was best een mooie jongen en het is niet gemakkelijk om dat precies goed te krijgen.”

Dat hoofd is de basis van alle tekeningen van Cobain in de film. „Op die manier kun je de vorm van het hoofd steeds overtrekken, en je als tekenaar helemaal concentreren op de gezichtsuitdrukking.” Elke schaduw moest met de hand worden getekend. „Mensen denken vaak dat alles wel snel zal gaan, als je met de computer tekent. Maar dat is helemaal niet zo. Elk beeldje moet met de hand worden gemaakt.” Voor de medewerkers die alleen de schaduwen schilderden was er een belichtingsprogramma als referentie. „Dan zette ik lampen op het hoofd, zodat iedereen precies kon zien hoe het licht valt.”

Met zijn korte animatiefilms heeft hij veel succes, maar die wereld is klein. Met Kurt Cobain: Montage of Heck bereikt Hulsing nu een veel groter publiek. „Er is een wereldwijd netwerk van animatiefestivals, maar op zeker moment zit je daarbij wel aan het plafond. Junkyard heeft ondertussen 25 internationale prijzen gewonnen, maar geen omroep in Nederland wilde de film uitzenden. Ik kreeg te horen: we kunnen de film alleen uitzenden als je een Oscar wint. Bizar.

„In Nederland ben je bij animatie ook erg gebonden aan films voor kinderen. Dat trekt me niet perse. Toen mijn zoontje jong was, wilde ik heel graag een kinderboek verfilmen. Maar hij is inmiddels elf en hij wil nu alleen nog maar films zien met veel bloed en geweld. Het mooie van het werken aan deze film is dat je weet dat miljoenen mensen hem gaan zien. Uiteindelijk is het al die stress en spanning toch waard geweest.”