Afrika is helemaal niet te vol

De stroom vluchtelingen naar Europa komt niet op gang door overbevolking maar door conflicten en de bredere toegang tot informatie over het leven in het rijke westen, betoogt Ralph Hakkert.

Illustratie Marian Kamensky

In deze tijd van ongekende aantallen bootvluchtelingen uit Noord-Afrika, zoeken sommigen de oorzaak van de problemen in Afrika’s overbevolking. Met enige verbijstering constateren ze dat ‘overbevolking’ als term ontbreekt in VN-documenten, zoals de International Conference on Population and Development (ICPD).

De nadruk van die documenten ligt op reproductieve keuzevrijheid en kwaliteit van reproductieve gezondheid. De leus van ICPD: ‘Mensen, geen getallen’. De demografische problematiek lijkt vergeten. De standpunten van de VN worden bepaald door de lidstaten en Nederland is een van de landen die zich de afgelopen jaren het duidelijkst voor deze oriëntatie uitgesproken heeft. Alvorens naar de VN te wijzen, moeten we dus eerst hier tot een discussie komen.

Toch ben ik blij dat een term als ‘overbevolking’ geen deel uitmaakt van het VN-jargon. Het is een vrijwel onwerkbaar begrip dat nauwelijks objectief te definieren is en dat zich daarom maar al te makkelijk leent voor cirkel-redenaties of politieke manipulatie. De natuurlijke neiging is al gauw om te denken dat er te veel van ‘hun’ en te weinig van ‘ons’ zijn.

Op planetair niveau zijn er ecologische grenzen aan het aantal mensen dat de aarde kan herbergen, al blijkt het moeilijk om het eens te worden over hoe groot dat aantal dan zou zijn. Sommige specialisten denken dat de wereldbevolking de duurzame grenzen nu al ruimschoots overschreden heeft, terwijl anderen denken dat, met de juiste technologie, die grenzen nog heel ver weg zijn.

Op nationaal niveau is het nog veel lastiger om vat te krijgen op wat overbevolking is. Hoogstens zou je kunnen zeggen dat bepaalde landen te veel inwoners hebben om iedereen met hun huidige technologie een waardig bestaan te verschaffen. Maar dat kan veranderen, soms heel snel. Als Singapore het economische profiel en de technologie van Niger had, zou het volstrekt onmogelijk zijn om een bevolking van bijna 6.000 inwoners per km2 te herbergen, maar met hun huidige economische specialisatie gaat dat uitstekend. Een kwestie dus van wat er sneller of beter kan veranderen: de demografie, de economische structuur of beide.

Voor ‘overbevolking’ kun je geen goede maatstaven bedenken, maar ‘het inwonertal per km2 potentiële landbouwgrond’ komt in de richting. Het neemt natuurlijk de verschillen in efficiëntie van landbouwmethoden niet in aanmerking, maar wel bepaalde onveranderlijke eigenschappen van het fysieke milieu zoals de hoeveelheid woestijn of onbewoonbaar hooggebergte.

Volgens dat criterium kun je nauwelijks beargumenteren dat Afrika overbevolkt is. Even afgezien van ministaatjes met minder dan 500.000 inwoners zijn de landen met de hoogste dichtheid vooral relatief welvarende Europese en Aziatische landen: Singapore, Taiwan, Zuid-Korea, Japan, Nederland, België, Zwitserland, Israël, Engeland, enzovoorts.

Er staan maar drie Afrikaanse landen in de bevolkingstop-40: Egypte, Mauritius en Mauritanië, uit geen van drieën komen veel bootvluchtelingen. Die komen vooral uit landen die relatief laag op de lijst van demografische dichtheid staan: Somalië (51ste plaats), Eritrea (61), Gambia (86), Senegal (91), Nigeria (104) en Mali (141). Buiten Afrika staan ook Syrië (107) en Afghanistan (111) laag. De Gazastrook (5) is wel heel dicht bevolkt, maar het is twijfelachtig dat dat een grote rol speelt in de beslissing van vluchtelingen. Alleen voor Bangladesh (23) zou je met een beetje goede wil het overbevolkingsargument kunnen verdedigen.

Daarmee is niet gezegd dat het niet goed zou zijn als de gemiddelde kindertallen in landen als Nigeria, Niger, Senegal en Mali sneller zouden dalen dan nu het geval is, niet zozeer omdat die landen overbevolkt zijn, maar omdat het zou helpen om bepaalde economische veranderingen uit te voeren, overbegrazing en bodemerosie tegen te gaan en de positie van vrouwen te verbeteren.

Maar laten we ook niet vergeten dat voor Afrika als geheel de kindertallen al 30 procent gedaald zijn in vergelijking met 40 jaar geleden. Azië wordt geregeld aangehaald als lichtend voorbeeld voor waar het met Afrika naartoe moet. Maar 40 jaar geleden was de bevolking van Azië (exclusief Japan en China) niet alleen groter dan die van Afrika nu, de bevolkingsdichtheid was er een stuk hoger, het gemiddelde kindertal bijna één kind meer dan nu in Afrika en er waren nog maar weinig aanwijzingen dat dat omlaag ging.

In 40 jaar is de situatie in de meeste Aziatische landen radicaal veranderd, zozeer dat Taiwan, Zuid-Korea en Thailand zich nu zorgen maken over hun te lage geboortecijfers. Het proces in Afrika loopt achter bij Azië, maar de grootste golf van urbanisatie in het continent moet nog komen en die zal de demografische tendensen ongetwijfeld ingrijpend veranderen.

De omstandigheden waaronder de bootvluchtelingen naar Europa komen zijn zonder meer dramatisch en een grote belasting voor de opvangstructuur. Maar voorlopig vertegenwoordigen ze minder dan tien procent van het totale aantal migranten met niet-Europese nationaliteiten dat naar Europa komt.

Eschatologische visioenen zoals verwoord door Etienne Vermeersch, voormalig rector van de Universiteit van Gent, over een Europa dat overspoeld dreigt te worden door een vloedgolf van migranten uit een overbevolkt Afrika, zijn vooralsnog niet aan de orde. Naast de overvloed aan informatie, via internet e.d., die er tegenwoordig beschikbaar is over het leven in het rijke westen, zijn het vooral de sociale, economische en politieke conflicten in de landen van oorsprong en niet een hypothetische overbevolking die de uitstroom van vluchtelingen gaande houden.