Zal ik de waarheid verdraaien of eerlijk zijn?

Hoe voelt het als je behandeld wordt voor je alcoholverslaving? Rosalie Vooijs drinkt niet meer maar heeft moeite met het volgen van de therapie.

Illustratie Daphne Prochowski

Als er één ding is waar ik niet – nee, nooit – tegen heb gekund, is het de afwezigheid van een klok in gespreksruimtes. Er ligt er één op een tafel in het kamertje helemaal rechts, maar die staat stil op kwart voor negen. Mijn gesprek is altijd om vijf uur. Vanaf vijf over vijf raak ik als routine de tijd kwijt. Ik prefereer te zitten aan de linkerkant van de tafel en mijn therapeute neemt plaats op haar eigen stoel aan de rechterkant. We zitten niet tegenover elkaar, maar half naast elkaar, alsof we op een terrasje zitten en aan het wachten zijn op de fles wijn die we hebben besteld. Maar ik drink niet meer, er schijnt geen zon, en alcohol is overigens verboden binnen deze vier muren.

We zitten hier ook om te praten. Haar vertrouwde gelaatstrekken stellen mij op mijn gemak en haar ogen proberen contact te maken met de mijne. Ik ontwijk haar verwachtingsvolle blik, wetend dat ik het gesprek moet openen, en dan word ik aanzienlijk meer nerveus. Als ze doorheeft dat ik niet de kleinste neiging vertoon te beginnen, neemt mijn therapeute het woord: „Nou, hoe gaat het?” – zoals altijd.

Ik weet het niet. Ik zit hier zonder rode draad of een doel voor ogen,naar haar te kijken als zij niet naar mij kijkt, en anders naar de blauwe muren. Er hangt een schilderij van een meisje in de lotushouding. Ze heeft twee paar wenkbrauwen, valt me op. „Hoe zit je erbij?” probeert de therapeute nogmaals. En nogmaals blijven dezelfde woorden in mijn keel vastzitten. Ik weet het niet. Uiteindelijk zeg ik dat het net zo gaat als altijd. „En wat voor emoties horen daarbij?”

Zeggen wat je denkt of zwijgen

Ik denk eraan hoeveel jongeren hier hebben gezeten voordat ik hier plaatsnam, en of zij allemaal hetzelfde reageren als ik. Of ze zeiden wat ze dachten of het inslikten, en of zij zich ook waanden op een T-splitsing. De waarheid vertellen, met de angst de therapeute teleur te stellen, of zeggen dat het goed gaat. Dat het hetzelfde is als altijd. Er verstrijken vijftien minuten waarvan er tien gevuld zijn met een ongemakkelijke stilte. Haar ogen blijven rusten op mijn ontwijkende blik, wat me zo mogelijk nog nerveuzer maakt.

In mijn hoofd weet ik halve zinnen te formuleren die ik probeer coherent te maken om uit te spreken. Ik heb veel zin in een wijntje, of zes, om weer overzicht te krijgen in mijn hoofd, omdat het daar nu alleen maar chaotischer wordt. En ik ben bang voor de toekomst, voor elke dag waarop mogelijk iets zou kunnen gebeuren wat mijn leven drastisch verandert. Ik zit vast tussen ijskoude muren van depressieve gedachten die in cirkels rondgaan door mijn hoofd en ik ben bang om weg te gaan uit deze gespreksruimte, wetend dat er nog dingen zijn die besproken hadden moeten worden. Ik heb nu heel, héél veel zin in een wijntje. Of zes.

Een middenweg op de T-splitsing

Heel eventjes, niet langer dan een seconde, kijk ik haar recht in de ogen. „Het gaat niet zo goed, maar dat komt nog wel”, zeg ik, en ze glimlacht. De therapeut vraagt me nogmaals wat ik voel en of ik een naam kan geven aan de storm in mijn hoofd. Warrig; moe. Ze vraagt hoe het komt. Wellicht een chemische fout in mijn hersenen die maakt dat het leven mij zo zinloos voorkomt, dat het nog zinlozer lijkt om ermee door te gaan. Ik heb moeite niet te drinken, dat vertel ik haar ook.

Is er misschien niet een middenweg op de T-splitsing, een zandweggetje tussen de waarheid verdraaien, en eerlijk zijn? Het gaat niet goed, maar dat komt wel. Ze lijkt tevreden over mijn vooruitgang, en het gesprek loopt langzaam ten einde. We vullen de laatste paar minuten met praten over koetjes en kalfjes, terwijl de angst om mezelf te vernederen door eerlijk te zijn en mijn therapeute teleur te stellen langzaam verdwijnt.

We staan op en ik open de deur. Ze loopt vlak achter me en zij is degene die de deur van de gespreksruimte weer sluit. Mijn woorden, de halve waarheid die ik heb uitgesproken, rust in die gespreksruimte waar het altijd kwart voor negen is. Volgende keer, neem ik me voor, pak ik ze op en breid ze uit. Volgende keer ben ik eerlijk.