Wervelend, fascinerend en feestelijk

Vijftig hoofdstukken van het eerste bijbelboek, bewerkt tot zes uur toneel, waarin tien acteurs meer dan vijftig rollen spelen. ‘Genesis’ van het Nationale Toneel grijpt je bij de lurven en laat je niet meer los.

Hannah Hoekstra (l) en Ruta van Hoof als de dochters van Lot in 'Genesis'. Onder: Michel Sluysmans als Lot.

De grootste triomf van Genesis: bijna zes uur lang komen tientallen opeenvolgende bijbelverhalen helder, begrijpelijk en meeslepend over het voetlicht.

Dat is in de eerste plaats de verdienste van Sophie Kassies, die voor het Nationale Toneel het eerste bijbelboek bewerkte. Geen sinecure, want ga maar na: Adam en Eva, Kaïn en Abel, de Ark van Noach, de Toren van Babel, Abraham en Sara, Jakob, Lea en Rachel en uiteindelijk Jozef in Egypte – er moet nogal wat worden naverteld. Kassies doet dat vlot, in een mooie mengeling van beschouwelijk-poëtische en sprankelend alledaagse taal, vaak geestig bovendien. En dan ook nog zo dat stambomen en dwarsverbanden volkomen duidelijk zijn. Het is véél, maar Genesis grijpt je bij de lurven en laat je niet meer los.

Dat is natuurlijk ook te danken aan regisseur Johan Doesburg, die de vaart er stevig in houdt. Zeker in het eerste deel, dat grofweg loopt van Adam en Eva tot Abraham en Sara, staat elke scène onder hoogspanning. De veelal uitstekende acteurs mogen humoristisch uitpakken, en Doesburg deed een paar hilarische anachronistische vondsten die de verhalen en personages dichtbij brengen.

Zo treft Adam (Joris Smit), als hij naakt en modderig uit een tentje is gekropen, een brochure aan die hem op aarde verwelkomt, als in een luxe resort: „Welkom in de Tuin van Eden, het ware Paradijs. Wij wensen u een aangenaam verblijf en een onmetelijk nageslacht.” Even later timmeren Noach en zijn zoons de beroemde Ark in elkaar naar voorbeeld van een IKEA-bouwpakket: Årkø.

Nadat er in dit eerste deel in hoog tempo een vijftal verhalen doorheen is gejaagd, staan de makers langer stil bij Abraham (mooie rol van Mohammed Azaay) en Sara (een verrukkelijke Antoinette Jelgersma). Dan begint op te vallen dat Kassies en Doesburg Genesis niet alleen navertellen, maar op een belangrijk punt ook willen corrigeren, en wel wat betreft de positie van de vrouw. Adam, Noach, Abraham – het zijn stuk voor stuk drammerige en soms een tikje domme godsdienstwaanzinnigen, met naast zich intelligente vrouwen met geregeld het gelijk aan hun kant – dat is in de overlevering alleen even vergeten.

Kassies maakt het expliciet in een scène rond de vrouw van Noach (een kordate Esther Scheldwacht): de hele mensheid stamt van haar af, maar een naam heeft ze in de Bijbel niet gekregen – zelfs haar man en zonen zijn hier vergeten hoe ze heet.

Onbetwist hoogtepunt van de voorstelling is de driehoeksverhouding tussen Jakob en de zusjes Rachel en Lea. Jakob houdt van Rachel, en om haar tot vrouw te krijgen levert hij zich uit aan zijn maffiose oom Laban, een geestig-vette rol van Dries Vanhegen in kanariegeel patsercolbert. Een swingende Italiaanse bruiloft volgt. Maar Rachels zus Lea eist haar recht als oudste op: zij wil Jakob hebben, en ze krijgt hem ook, middels een gemene list. Stagiaire Ruta van Hoof krijgt als Lea de moeilijkste, maar ook allerbeste monoloog toebedeeld: hunkerend, hebberig, gretig en bloedgeil is ze. Close-up gefilmd openbaart Lea haar gierende lust, in een extatisch crescendo dat culmineert in een witheet orgasme. Prachtig.

Vijftig hoofdstukken, zes uur, en tien acteurs die ruim vijftig personages spelen – Genesis is te omvangrijk om hier volledig recht te doen. Lof verdienen in elk geval nog Harry de Wit voor de spannende, schurende live soundtrack, en Tom Schenk voor het basale, maar innovatieve decor, dat een schitterende wending krijgt aan het slot. En vrijwel alle acteurs: een grappige en ontroerende Scheldwacht, Jelgersma met die vrolijke kras in haar stem, de fascinerend stoere Hannah Hoekstra, een geestige Joris Smit, en een uiterst veelzijdige Reinout Scholten van Aschat, die hier uitblinkt in gekke accentjes.

Inhoudelijk wordt bovendien ook nog eens een keur aan interessante thema’s uitgezet: macht, migratie, xenofobie, bezetting, volkerenstrijd; en dat met niet mis te verstane hints naar het nu. Het maakt Genesis wervelend, veelomvattend, fascinerend en feestelijk; de afscheidsvoorstelling van Johan Doesburg bij het Nationale Toneel is een prestatie van formaat.