Wees niet bang voor Uber

Innovatieve apps creëren miljoenen banen, verzet is misplaatst, zeggen Guy Verhofstadt en Marietje Schaake.

Illustratie Angel Boligan

Het bestellen, volgen en betalen van een taxiservice kan met slechts een paar klikken. Een paar jaar geleden was dit nog moeilijk voor te stellen, maar digitale innovaties zoals Uber zijn nu mainstream. Als wetgevers lopen we echter hopeloos achter de feiten aan. Onze verouderde wetten belemmeren deze nieuwe diensten. Bovendien voelen de gevestigde exploitanten zich bedreigd. Met als droevig resultaat dat Uber (pop) bestuurders door taxichauffeurs in Brussel en Amsterdam fysiek worden aangevallen.

De controverse rondom Uber is onderdeel van een meer fundamentele discussie over de volgende golf van digitalisering van onze economie. In de komende jaren zullen we waarschijnlijk de ontwikkeling van honderdduizenden nieuwe apps en diensten zien. Ze zullen bestaande businessmodellen uitdagen en talloze nationale en Europese regels negeren. Je zou het kunnen vergelijken met de strijd tussen de gildes en de massaproducenten die de stoommachine introduceerden in de negentiende eeuw. We moeten voorbereid zijn op deze strijd, niet door op de rem te trappen, maar juist door verandering in te voeren.

Europa heeft de online boot al gemist. Het duurde jaren voordat Spotify, een bedrijf dat via streaming muziek aanbiedt, in heel Europa haar diensten aan kon bieden. De concurrent Pandora is al helemaal niet actief op de Europese markt vanwege auteursrechtenproblemen. Over het algemeen zijn beleidsmakers en politici zeer terughoudend met het verwelkomen van initiatieven van burgers om hun eigen energie te produceren, amateur bed & breakfasts te spelen (Airbnb), auto’s te delen (Snappcar) of taxidiensten aan te bieden (Uberpop). Daardoor hebben we heksenjachten gezien tegen gewone mensen die proberen wat extra geld te verdienen door hun bezittingen te delen.

In een tijd van aanhoudende trage economische groei en een onaanvaardbaar hoog werkloosheidniveau – bijna 25 miljoen Europeanen zijn momenteel werkloos– zou de groei van de ‘app economie’ moeten worden gezien als deel van de oplossing in plaats van deel van het probleem. Al meer dan één miljoen Europeanen zijn werkzaam in de app (ontwikkelings) sector. In 2018 zou dit aantal zelfs kunnen oplopen tot bijna drie miljoen mensen.

Overheden zullen een grote stap voorwaarts moeten zetten om de economie, en de samenleving in het algemeen, klaar te maken voor de nieuwe app-economie. Wij stellen de volgende drie acties op Europees niveau voor.

Allereerst zou het EU-telecom-pakket van Neelie Kroes nu eindelijk aangenomen moeten worden. Het is een schandaal dat de lidstaten hun best doen om elk voorstel voor een beter geïntegreerde en coherente digitale markt tegen te werken. Die markt is nu volledig gefragmenteerd wat het voor de app-economie onmogelijk maakt om te gedijen.

Neem de Europese gegevensbeschermingswetgeving die nog steeds geblokkeerd wordt in de Raad van Ministers. Komen we nu eindelijk van de roamingstarieven af? Misschien eindelijk pas in 2018, als het aan de Raad ligt. Strenge regels betreffende netneutraliteit? Niet ons ding, zeggen de lidstaten. Harmonisering van de veiling van het radiospectrum voor digitale communicatie (4G, 5G)? Natiestaten zijn tegen, omdat ze deze cash cow niet willen opgeven. Bytes kennen geen grenzen, maar de lidstaten wel.

Ten tweede moet de Europese Commissie met het voorstel voor een Europese Telecom Toezichthouder komen, net zoals ze in de VS de Federal Communications Commission (FCC) hebben. Het is de taak van de EU om schaalvoordeel en voorspelbaarheid van regelgeving te creëren.

Om dat te doen, moeten we ons ontdoen van de 28 nationale koninkrijkjes waarin de regels voor de Europese digitale markt overal verschillend worden geïnterpreteerd. Zonder een Europese toezichthouder die ervoor zorgt dat Europese wetten op een coherente wijze worden geïmplementeerd in de gehele EU, die een omgeving creëert waarin aanbieders kunnen concurreren op een Europese schaal en die verantwoordelijk is voor de uitgifte van frequenties zal er nooit een Europese digitale markt zonder grenzen komen. En daarmee zullen de bureaucratische obstakels voor innovatieve bedrijven blijven bestaan.

De derde beleidsmaatregel om Europa app-vriendelijker te maken, is het toepassen van de ‘Cassis de Dijon’-benadering voor de totstandkoming van de digitale interne markt. Als gevolg van dit beroemde arrest uit 1979 van het Europese Hof van Justitie, kregen goederen die in één EU-lidstaat werden aanvaard, automatisch toegang tot de gehele Europese markt. Waarom passen we diezelfde uitspraak niet toe op online producten en diensten? Binnenlandse markten zijn vaak te klein en in plaats van nog meer Europese regels te produceren zouden we er beter aan doen de basisjurisdictie toe te passen op het digitale tijdperk.

Natuurlijk zeggen we niet dat overheden elke vorm van nieuwe dienstverlening moeten accepteren. De veiligheid of gezondheid van hun burgers staat voorop. Het verwerpen en blokkeren van innovaties ex ante geeft echter een negatief signaal aan ondernemers en start ups. Innovatie betekent bijna altijd vooruitgang en in Europa hebben we deze vernieuwers nodig.

Het wordt tijd dat Europa zijn grenzen

opent voor innovatie. Er is geen weg terug, the only way is app.