Verstandskiezenritueel

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

De tandarts bekijkt de jaarlijkse röntgenfoto van mijn zoon en pakt dan zonder te kijken een visitekaartje van een hoge stapel onder handbereik.

„Ze zijn door”, zegt hij. „Binnen nu en drie maanden een afspraak maken met de kaakchirurg.” Hij reikt me het kaartje aan. „Dokter L. kan ik aanraden. Hij doet het al dertig jaar.”

„Pardon?”, vraag ik. Maar mijn zoon weet precies wat er aan de hand is. Iedere scholier laat zijn verstandskiezen trekken. Zijn halve klas is al geweest.

Verstandskiezen in Amerika zijn als amandelen vroeger in Nederland. Bij alle kinderen gingen ze eruit. Vroeg of laat was jij aan de beurt. Mijn broertje en ik gingen samen, dan was mijn moeder er in een keer van af. Ik herinner me nog in detail de nachtmerrie die ik door de narcose kreeg. Boven mijn keel was een dokter met een heggenschaar in de weer, daarna hield hij twee afgeknipte nootjes omhoog. Eenmaal thuis lagen mijn broertje en ik knus naast elkaar op het grote bed. We kregen zoveel ijs als we wilden en limonade uit een rietje. Dat verzachtte de scherpe pijn in onze keel.

Dokter L. zit in een klein, kaal kantoortje aan de snelweg. Lang hoeven we niet te wachten. Aan voorstellen doet hij niet en hij gaat er ook niet bij zitten. „Twee of vier tegelijkertijd?”, vraagt hij aan mijn zoon, om daar meteen aan toe te voegen: „Vier is beter, dan hoef je maar een keer onder het mes.”

Mijn zoon kijkt bedremmeld. „Kan ik dan nog wel eten?”, vraagt hij.

„Natuurlijk niet”, zegt de man. „Volledige verdoving of lachgas?”

Mijn zoon kijkt me vragend aan.

„Lachgas is beter,” zegt dokter L., „tenzij je bang bent van naalden.”

„Lachgas dan maar”, zegt mijn zoon kleintjes.

Dokter L. begint nu met een nasale stem de risico’s van de operatie op te dreunen, terwijl hij ondertussen zijn e-mail checkt. Ik vang op: verlies van gevoel in lippen en tong, soms blijvend, infecties, bloedingen. Is dit wel echt de beste kaakchirurg die er is? Ik bel mijn tandarts. „Daarom verwijs ik juist naar dokter L.”, zegt hij monter. „Die doet niets anders dan dit. Hij heeft routine en ervaring.”

Tien miljoen verstandkiezen worden er per jaar getrokken in Amerika. Dat zijn er zevenentwintigduizend per dag, twintig per minuut. Dokter L. moet daar een groot deel van voor zijn rekening nemen. Hij is dan ook een half jaar van te voren volgeboekt. Alleen omdat toevallig een klasgenoot verhinderd is, mag mijn zoon vandaag.

Daar ligt hij dan, mijn stoere jongen, met alvast twee penicillinepillen in zijn maag. Een beetje pips ziet hij wel. „Kyle had erg veel pijn”, zegt hij, „die kon een week niet voetballen. Hij bleef maar bloeden. En Katelyn moest terug omdat een stukje bot ging rondzwerven.”

Dan snoert de dokter hem zonder verdere poespas de mond met een kapje met lachgas. Een kwartier later is het gebeurd. Ik schrik van zijn bloedende mond. Maar als hij mijn gezicht ziet, schiet hij in een deuk van het lachen.

„Het was erg, heel erg mama”, zegt hij met tranen van het lachen en van de pijn. „Ik kreeg acht injecties met enorme naalden. Hij bleef maar hakken. Het leek wel alsof hij mijn hersenen eruit schraapte.”

De hele klas komt de volgende dag langs met liters ijs en ballonnen. Zoonlief blijft de rest van de week thuis. Uitgestrekt op bed, suf van de pijnstillers, likt hij zijn lievelingsijs.

Het verstandskiezenritueel. Eigenlijk best knus.