Veel bekenden in Deens oorlogsdrama

Sterke acteerprestaties in de duurste Deense serie ooit over een voor Nederlanders onbekende oorlog

1864 gaat over een nationaal trauma: de verloren Tweede Duits-Deense Oorlog om het landdeel Sleeswijk-Holstein.

Na het wereldsucces van Borgen en The Killing besloot de Deense publieke omroep DR er eens serieus geld tegenaan te gooien. Met een budget van 23 miljoen euro werd het historische drama 1864 de duurste Deense tv-serie ooit. Het onderwerp is een nationaal trauma: de verloren Tweede Duits-Deense Oorlog om het landdeel Sleeswijk-Holstein. Regisseur Ole Bornedal filmde in Tsjechië met 160 acteurs en zesduizend figuranten.

Wie de serie wil volgen, moet over wat hobbels heen. Het gaat om een onbekende oorlog van lang geleden in een onbekend land. En ook nog een oorlog zonder verder gevolgen; een voetnoot in de Europese geschiedenis. Wel een bloedige voetnoot. De oorlog was een onbegrijpelijke zelfmoordactie van de Denen, die in Dybøl werden afgeslacht door een overmacht aan Duitsers en Oostenrijkers met moderne geweren en verreikende kanonnen.

Hoewel wij de Denen slecht kennen, lijken ze erg op ons. Herkenbaar is bijvoorbeeld de zelfgeseling van de serie: De Denen zetten zichzelf weg als „schattig volkje” dat verdwaasd raakt door romantisch democratisch nationalisme. Het autoritaire nationalisme van Pruisen wordt met meer begrip geschetst, als geworteld in nuchter machtsrealisme. Ook vergelijkbaar met Nederland is dat je zoveel bekende gezichten terugziet uit Borgen en The Killing. Blijkbaar is de poule van Deense acteurs ook beperkt.

Een tweede hobbel is dat het historische drama zo traditioneel is opgezet. Terwijl je van de Denen iets vernieuwends verwacht. Het lijkt wel alsof het gemaakt is voor de Deense scholieren, als geschiedenisles. In de raamvertelling gaat een punkmeisje, wiens broer in Afghanistan is gesneuveld, een honderdjarige baron verzorgen. In zijn kasteel vindt zij de memoires van Inge, de 19de-eeuwse grootmoeder van de baron.

Het historische verhaal begint als plattelandsidylle. Inge vormt een hechte driebond met twee broers, Laust en Peter, die wordt verwoest door de liefde en de oorlog. De zoon van de baron, gespeeld door Pilou Asbæk (spindoctor Kasper Juul in Borgen), is de grote slechterik, die dan ook alleen maar rotstreken uithaalt. Baronie, fedoale verhoudingen, mooie plaatjes van het landleven. Dan de oorlog, groots opgezet. Je herkent zoveel andere oorlogsdrama’s. Zo lijken de Deense uniforms op die in films over de Amerikaanse Burgeroorlog. Soms doet het ook denken aan het Duitse Undere Väter, unsere Mütter: ook twee broers (een stoere en een gevoelige lezer) en twee meisjes die de oorlog ingaan. Enige surrealistische elementen komen van een officier die als een soort ziener (Søren Malling – buddy in The Killing, tv-eindredacteur in Borgen) ronddwaalt en zelfs reiki avant la lettre beoefent.

De serie zit vol met plots uit een 19de-eeuws feuilleton: de pastorale, de verloren onschuld, de driehoeksrelatie, de slechte baronszoon, zigeuners, de doodgewaande die terugkeert, het bastaardkind. En alles wordt voor je uitgespeld.

Tegenover de gebreken van de serie – de clichés, het uitleggerige, het melodrama, het opgelegde happy end – staat dat de grootste scènes schitterend gefilmd zijn en er wordt sterk geacteerd. Na de eerste hobbels laat je je toch meeslepen door de ondergang van Inge, Peter en Laust. Het is ook wel eens lekker om je te verliezen in zo’n machtig epos.

Helemaal zonder historische betekenis was de oorlog van 1864 trouwens ook weer niet: Pruisen liet voor het eerst de kracht van zijn gemoderniseerde leger zien, kanselier Bismarck liet voor het eerst van zich horen. Mede dankzij de gewonnen oorlog kon hij de Duitse eenwording onder Pruisische heerschap doorzetten. Dit echode luid na in de twintigste eeuw. Van de Denen maakte de oorlog toegewijde pacifisten die hierna 133 jaar lang weigerden de wapens op te pakken, zelfs niet in de Tweede Wereldoorlog.