Column

Sta vaker op en loop een tijd stevig door

Luiwammesen, slecht nieuws. Het is niet waar wat die Deense onderzoekers beweerden: dat alleen wat vaker gaan staan al voldoende is om uw levensverwachting naar boven bij te stellen. Deze conclusie, in februari gepubliceerd in de Journal of the American College of Cardiology en iets te gretig overgenomen op deze plek, stuitte al direct op scepsis.

Het begon er al mee dat in die bewuste column ‘luiwammessen’ werden aangesproken. Iemand die Wammes van achteren heet en niet als lui bekendstaat, wees op zijn persoonlijke ervaringsfeit dat één s in de meervoudsvorm van dit woord volstaat. Bij een familiereünie komen de Wammesen bijeen, en niet de Wammessen.

De wetenschapsredactie van deze krant, voorzien van een nuttige afkeer van de waan van de dag, was indertijd ook niet verheugd over de ondeskundige inmenging op een terrein dat zij eerder tot het hare rekent. De stelling dat dagelijks wat vaker gaan staan net zo veel gezondheidswinst oplevert als dat geploeter van hardlopende of hardfietsende trimmers was dan ook nogal afwijkend van gangbare opvattingen. De bewering van de Deense onderzoekers dat fanatieke joggers een even grote sterftekans hebben als degenen die het leven overwegend zittend doorbrengen, was nogal een klap in het gezicht van al diegenen die zich dagelijks in het zweet ploeteren. Al dan niet meewarig nagekeken door cynische luiwammesen met één s.

Instemming met de Deense beweringen en het stukje erover was er ook, bijvoorbeeld van een bedrijf dat de krant stoelen in de aanbieding deed die voorzien zijn van pedalen, waardoor je stilzittend kunt fietsen en dus ook hijgend kunt vergaderen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft driehonderd stuks aangeschaft, werd er wervend bij vermeld.

Ook was er de reactie van de Nederlandse bewegingswetenschapper Hans Savelberg, bekend aanhanger van slenteren als gezonde bezigheid. Hij had het Deense onderzoek niet gezien, maar zag er op de website SportKnowhow XL een bevestiging in van eerdere waarnemingen: „Eigenlijk hoef je helemaal niet te sporten, als je maar zorgt dat je op een dag voldoende tijd niet zit.” Dat was wat milder uitgedrukt dan wat eerder in een kop in deze krant werd geponeerd: Zitten is dodelijk. Interessant was ook Savelbergs bevinding dat van oud-deelnemers aan de Elfstedentocht de toerrijders gezonder bleken dan de wedstrijdrijders.

Nadere bestudering van de debatten omtrent sporten en gezondheid leerde dat bewegingswetenschappers in zoverre met economen zijn te vergelijken dat ook voor hen geldt: zoveel hoofden zoveel zinnen.

Maar vorige week verscheen een Amerikaanse studie, online gepubliceerd door JAMA Internal Medicine, die zowel kwalitatief als kwantitatief aan de vereiste normen leek te voldoen en waarvan de onverbiddelijke conclusie was dat zeven tot tien uur per week trainen de kans op levensverlenging een stuk groter maakt dan voor „een hardnekkige bankzitter”, zoals deze krant het omschreef.

Dus luiwammesen, neem hier nota van. Voer desnoods de titel uit dat ooit aan een boek van Bert Voeten werd gegeven: Neem je bed op en wandel. Dan kun je onderweg uitrusten. Of volg de uit Japan overgewaaide theorie van de gewenste 10.000 stappen per dag, een advies waarvan niet op de laatste plaats verkopers van apparaatjes die stappen tellen aanhangers zijn. Of luister toch maar naar de officiële Nederlandse Norm Gezond Bewegen voor iedereen van 18 jaar en ouder: een half uur per dag matig intensieve lichamelijke activiteit. Matig intensief? Toegegeven, het klinkt vreemd, maar het is tamelijk bloedserieus bedoeld. Dus: ga niet alleen staan, maar loop dagelijks ten minste dertig minuten stevig door.