‘Soms hebben we een leuke actiedag’

Elke week kijkt een expert naar een tv-programma over zijn beroep. Rechercheur Maarten de Soeten kijkt naar Smeris.

Verhoor in de autosloop

‘Een onderzoek kan een kindje van je worden”, zegt rechercheur Maarten de Soeten, terwijl hij naar de tv-serie Smeris kijkt. „Normaal werk je in teams, en laat je uitzichtloze zaken op den duur liggen. Maar je hebt op de achtergrond altijd wel oude zaakjes lopen waarvoor je in je vrije tijd nog opsporingshandelingen doet. Je weet bijvoorbeeld wie de dader is, maar hebt te weinig bewijs.”

We kijken bij De Soeten op de bank thuis in een Utrechtse nieuwbouwwijk naar het tweede seizoen van Smeris, een politieserie op NPO 3 rond een rechercheursduo, gespeeld door Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven, dat moeilijk een zaak uit handen kan geven.

Na een aanslag in het eerste seizoen is de Tilburgse rechercheur Theo ondergedoken in Amsterdam. Met zijn buddy Willem probeert hij de daders te zoeken. Zo stuiten ze op drugs- en vrouwenhandel, en op Theo’s vader. De Soeten vindt Theo’s speurtocht ongeloofwaardig: „Als je bent neergeschoten dan zit je in de ziektewet, dan moet je je wapen inleveren. Je rent niet zelf achter de daders aan.” Rechercheurs worden volgens hem zelden bedreigd, straatpolitie wel. „Die worden op straat wel met vervelende mensen geconfronteerd. Bloedzuigers noemen we dat in vakjargon.”

De Soeten herkent weinig in de serie. Vergeleken met Smeris geven series als Bureau Raampoort en Flikken Maastricht een beter beeld van de politie.„Ik heb voor tachtig procent een typbaan. Ik kom op kantoor, neem een bak koffie, ga achter mijn computer zitten en maak bevindingen op. Wij moeten al onze handelingen in bevindingen of mutaties opmaken. Maar in deze serie zal wel niet veel getypt worden. We hebben ook wel eens een leuke actiedag met arrestaties, maar dat is misschien tien keer per jaar.”

De Soeten heeft een collega, Simon de Waal, die zelf scenario’s voor politieseries schrijft, ook voor het eerste seizoen van Smeris. „Ik zeg wel eens tegen Simon: Waarom maak je ze niet realistischer? Dan zegt hij: Mensen zitten niet te wachten op een team van veertig man dat samen aan een moordzaak werkt. Ze willen hoogstens één of twee agenten.” Dus krijgen ze Theo en Willem die alles zelf doen. „Zo’n grote, stoere vent als Van Koningsbrugge die het zelf niet zo nauw neemt met de wet, dat vinden jongeren mooi, met hem kunnen zij zich identificeren.”

Theo doet allemaal dingen die De Soeten niet kan goedkeuren. Hij houdt het vuurwapen van een verdachte in bezit, woont op een jacht van achterovergedrukt drugsgeld. In het eerste seizoen werd hij geschorst en was zelfs verdachte. Zijn collega Willem slikt een xtc-pil. De Soeten: „Een agent slikt geen pil. Je wordt meteen geschorst. Ze zullen je niet snel vervolgen, maar je kan wel ontslagen worden wegens plichtsverzuim.”

Theo en Willem zetten een getuige onder druk door zich voor te doen als criminelen die hem „een kogel door de kop” gaan jagen. De Soeten: „Dat is allemaal niet nodig. De bereidheid tot verklaren bij de gewone burger is groot. Als rechercheur sta je bij de burger vaak in hoger aanzien dan straatagenten, men denkt dat we ervoor geleerd hebben.”

Als De Soeten denkt dat iemand zelf verdacht is, gaat hij hem echter niet ‘aanlopen’: „Dat kan een risico geven dat hij de hoofdverdachte inlicht. Daarom proberen we vaak op andere manieren informatie te krijgen, door bijvoorbeeld telefoontaps. Soms lopen we wel iemand aan, maar dat is om reuring te veroorzaken tussen verdachten. De verdachte raakt in paniek, gaat een medeverdachte bellen, en dan heb je ze. Gelukkig zijn de meeste criminelen een beetje dommig.”