Pianist Alexandre Tharaud aangenaam maar iets te vlak

Is Alexandre Tharaud ‘excentriek’? Zo werd de Franse pianist (46) omschreven op de website van het Concertgebouw. Hij zal het stempel te danken hebben aan het feit dat hij thuis geen vleugel heeft omdat hij liever bij vrienden studeert, of aan zijn bijgeloof om voor iedere opname bloemen te leggen bij het graf van de Franse componist Emmanuel Chabrier.

Maar is hij een excentriek pianist? Wie zondagavond zijn debuut in de serie Meesterspianisten bijwoonde, zal hebben geconcludeerd dat dat wel meevalt. Hij vermeed uitersten, met iets te vlakke uitvoeringen tot gevolg.

Tharaud liet een programma horen met Mozart, Rameau, Domenico Scarlatti en Ravel. Wat opviel: zijn stijlgetrouwe versieringen, terwijl hij in het oorspronkelijk voor klavecimbel geschreven repertoire de piano wel piano liet zijn – zijn toucher is aangenaam en zachtaardig. Opvallend in andere zin was dat hij de Concertgebouwtrap meed en niets uit het hoofd speelde. Aan het stereotiepe beeld van de klavierleeuw voldoet hij in ieder geval niet.

Verreweg de meeste indruk maakte Rameaus Suite in a-klein, met een bedwelmend mooi begin, een stevige cadans door de bitse trillers en een swingende Gavotte als sluitstuk. Het zwakst waren de Scarlatti-sonates. In de vlugge, vurige delen slaagde hij er niet in hoofd- en bijzaken te onderscheiden, wat resulteerde in een troebele klank. Zonde: juist Scarlatti kan wel weer een succesvol pleitbezorger gebruiken. Dat zal Tharaud niet zijn.

Voor herkansingen is er overigens genoeg gelegenheid. Volgend seizoen is hij artist in residence in het Muziekgebouw Eindhoven. En hij is 22 augustus hoofdgast op het Prinsengrachtconcert. Dan zal hij zich niet beperken tot het klassieke repertoire: hij belooft flamenco en Franse chansons.