Machtsgreep Frankrijk bij bedrijven

Franse regering wil bedrijven beschermen tegen buitenlandse overnames, maar stuit op verzet.

Renault wil geen dubbel stemrecht voor ‘trouwe’ aandeelhouders, maar kan hervorming waarschijnlijk niet blokkeren. Foto Simon Dawson, Bloomberg

Het was bescheiden, het persbericht dat de Franse minister Emmanuel Macron (Economie) vorige week de wereld instuurde. Maar één met grote gevolgen voor de zeggenschap in beursgenoteerde bedrijven.

Totaal onverwacht liet Macron weten 14 miljoen aandelen Renault te hebben aangekocht en zo het Franse belang in het ex-staatsbedrijf te hebben opgeschroefd van 15 tot 19,7 procent. Frankrijk heeft even wat extra slagkracht nodig voor de algemene aandeelhoudersvergadering van 30 april, liet hij weten. Daarna gaat het belang weer van de hand.

Met de extra stemmen hoopt de Franse staat een onwelgevallig voorstel te kunnen blokkeren. Renault wil het traditionele systeem handhaven waarbij één aandeel één stem op de jaarvergadering vertegenwoordigt. Het Franse parlement nam vorig jaar een wet aan die juist voorschrijft dat beursgenoteerde ondernemingen beleggers vanaf 2016 moeten belonen met dubbel stemrecht als zij hun aandeel minimaal twee jaar behouden.

Alleen met tweederde meerderheid kan een aandeelhoudersvergadering van een bedrijf de invoering van dit nieuwe systeem nog tegenhouden. Renault is tegen de hervorming. Maar omdat veel aandeelhouders geen gebruikmaken van hun stemrecht, verwachten analisten dat de Franse staat met de vergrote participatie het pleit bij Renault zal winnen.

De hervorming maakt deel uit van een vorig jaar in grote politieke harmonie aangenomen wet die Franse ondernemingen moet beschermen tegen buitenlandse overnames. Deze Florange-wet – vernoemd naar het stadje in de Moezel waar ArcelorMittal een in de ogen van de Franse staat rendabele hoogoven wilde sluiten – voorziet verder onder andere in de verplichting van bedrijven een overnamepartner te zoeken voor een te sluiten fabriek en heeft als doel de Franse werkgelegenheid te behouden. Enkele grote bedrijven, zoals turbinebouwer Alstom, cementgigant Lafarge en vorige week nog telecombedrijf Alcatel, vielen recentelijk in buitenlandse handen.

Met dubbele stemrecht voor trouwe investeerders hoopt Frankrijk kortetermijnbelangen van durfinvesteerders aan banden te leggen. Maar het verzet is groot. De bedrijven vrezen waardevermindering door verontruste buitenlandse beleggers. Directeur Loïc Dessaint van Proxinvest, een bedrijf dat beleggers bij stemmingen adviseert en vertegenwoordigt, spreekt van een „protectionistische maatregel”, gebruikt door „dominante aandeelhouders” om controle te krijgen en rechten van minderheidsaandeelhouders te verminderen.

Dessaint heeft zijn klanten bij verschillende multinationals aangeraden om de nieuwe overheidsregel via moties te blokkeren. Behalve bij Renault liggen ook bij bijvoorbeeld BNP Paribas, L’Oréal, Crédit Agricole vergelijkbare moties voor de aandeelhoudersvergaderingen op tafel. De 22 ondernemingen in de beursindex CAC40 die nu al aandeelhouders met dubbel stemrecht hebben, zijn vooral familiebedrijven, waar de oprichters controle behouden zonder meerderheid van het kapitaal.

Bij bouwbedrijf Vinci (geen publiek belang) werden de nieuwe regels vorige week al met 99,3 procent van de stemmen verworpen. Bij mediagigant Vivendi (ook geen staatsaandelen) haalden de nieuwe zeggenschapsregels van de staat het na een lobby van de voorzitter van de raad van commissarissen, Vincent Bolloré, juist wel. Volgens Bolloré, zelf goed voor 15 procent in Vivendi, is het bedrijf kwetsbaar omdat het veel geld in kas heeft.

Topman Gérard Mestrallet van energiegigant GDF Suez, die ook volgende week zijn jaarvergadering heeft, zei op zijn beurt tegen Franse media „machteloos” te zijn. In bedrijven waarin de staat wél een belang heeft, zoals GDF Suez (37 procent), is het praktisch onmogelijk een tweederdemeerderheid te mobiliseren.

Terug naar Renault. Daar ligt de kwestie extra gevoelig vanwege het wankele evenwicht met partner Nissan. Toen in 1999 de twee autobedrijven gingen samenwerken, was het Renault dat Nissan van de ondergang redde. Tegenwoordig levert Nissan binnen de (Nederlandse) holding Renault-Nissan BV de meeste omzet.

Maar terwijl Renault door de situatie in 1999 nu 43,4 procent van de aandelen van Nissan mét stemrechten bezit, heeft Nissan slechts 15 procent van Renault zónder enige formele inspraak. Als de Franse staat tegen de zin van Nissan dubbel stemrecht doorzet, zou dat volgens analisten de in 1999 overeengekomen structuur in gevaar kunnen brengen. Topman Carlos Ghosn kreeg deze week van zijn raad van bestuur de opdracht de „duurzaamheid” en het „evenwicht” van de alliantie te bewaken.

De „enige zin” van dubbel stemrecht is „zeggenschap krijgen zonder een meerderheid van de aandelen te hoeven bezitten”, zei topman Xavier Huillard van Vinci tegen Bloomberg. En dat is precies wat de Franse regering wil, vermoedt Le Monde.

Het agentschap dat de Franse staatsparticipaties (ter waarde van zo’n 80 miljard euro) beheert, zegt zich „actiever” te willen opstellen. Als het de staat lukt om in de bedrijven waarin het een belang heeft dubbel stemrecht te krijgen, dan kan het een deel van de aandelen verkopen zonder dat de zeggenschap, bijvoorbeeld een voorgenomen fabriekssluiting of een buitenlandse overname, vermindert. Dat zou Frankrijk, naarstig op zoek naar geld om aan de EU-begrotingsregels te voldoen, volgens Exane BNP Paribas 16,45 miljard euro kunnen opleveren.